ECLI:NL:RBDHA:2026:16651
Rechtbank Den Haag
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen samenbehandeling van asielberoepen ongegrond verklaard
Deze uitspraak betreft het verzet van opposant tegen de beslissing van de rechtbank van 1 april 2026, waarin het beroep van opposant samen met dat van zijn broer en schoonzus werd behandeld en gegrond werd verklaard.
Opposant stelde dat zijn situatie wezenlijk verschilde van die van zijn familieleden en dat zijn beroep daarom afzonderlijk behandeld had moeten worden, met een afzonderlijke dwangsom tegen de minister van Asiel en Migratie. De rechtbank oordeelde echter dat de onderlinge samenhang tussen de beroepen voldoende was, mede omdat de asielaanvragen nagenoeg gelijktijdig werden behandeld, dezelfde gemachtigde betrokken was en de beroepen dezelfde problematiek betroffen.
De rechtbank concludeerde dat het verzet ongegrond is en dat de uitspraak van 1 april 2026 in stand blijft. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzet van opposant is ongegrond verklaard en de uitspraak van 1 april 2026 blijft in stand.