ECLI:NL:RBDHA:2026:16652
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in Dublin-zaak over asielverblijfsvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Tsjechië verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublin-verordening.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 9 juni 2026.
De voorzieningenrechter oordeelde dat nu de hoofdzaak (zaaknummer NL26.19998) reeds is behandeld en uitspraak is gedaan, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter I. Helmich en griffier S.N. Lekatompessij op 19 juni 2026. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.