ECLI:NL:RBDHA:2026:16685

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 mei 2026
Publicatiedatum
20 juni 2026
Zaaknummer
C/09/702834 / FA RK 26-3406
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening exclusief gebruik echtelijke woning tijdens echtscheidingsprocedure

De rechtbank Den Haag behandelde op 20 mei 2026 een verzoek tot voorlopige voorziening in een echtscheidingsprocedure waarbij beide partijen aanspraak maakten op het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning. De man stelde dat samenwonen niet langer mogelijk was vanwege hoge spanningen en zijn slechte gezondheid, en dat hij geen alternatieve woonruimte kon vinden. De vrouw betwistte dit en gaf aan dat zij graag in de woning wil blijven en dat zij wel mogelijkheden heeft om elders te verblijven.

De rechtbank overwoog dat het hier ging om een ordemaatregel van voorlopige aard en dat het voor beide partijen geen optie was om samen in de woning te verblijven. De belangenafweging leidde tot het oordeel dat het belang van de man zwaarder woog, mede omdat hij geen alternatieve woonruimte heeft, terwijl de vrouw wel een plek heeft waar zij tijdelijk kan verblijven.

De rechtbank besloot daarom het verzoek van de man toe te wijzen en hem het uitsluitend gebruik van de woning toe te kennen, terwijl het verzoek van de vrouw werd afgewezen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en zegt niets over de uiteindelijke toewijzing van de woning na de echtscheiding.

Uitkomst: De man krijgt het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning toegewezen tijdens de echtscheidingsprocedure.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 26-3406
Zaaknummer: C/09/702834
Datum beschikking: 20 mei 2026

Voorlopige voorziening

Beschikking op het op 7 april 2026 ingekomen verzoekschrift van:

[de man] ,

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L. Rijsdam in Leiden.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vrouw] ,

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L.F. Niemantsverdriet-Wensink in Den Haag.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift, met zelfstandig verzoek, ingekomen op 23 april 2026.
Op 6 mei 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de man, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de vrouw, bijgestaan door haar advocaat.
De rechtbank heeft partijen op de zitting in de gelegenheid gesteld om binnen een week onderling tot afspraken te komen en de rechtbank hierover te berichten. Omdat geen bericht van partijen hierover is ontvangen, zal de rechtbank een beslissing nemen.

Verzoek en verweer

De man verzoekt, voor de duur van de echtscheidingsprocedure, te bepalen dat de man gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning gelegen aan de [adres] .
De vrouw voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken
.Daarnaast verzoekt zij zelfstandig te bepalen dat de vrouw gerechtigd zal zijn tot het voorlopig uitsluitend gebruik van de echtelijke woning en de tot de inboedel behorende goederen en de man te bevelen deze woning te verlaten en niet meer te betreden.
De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Uitsluitend gebruik echtelijke woning
Beide partijen hebben de rechtbank verzocht om het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan hen toe te kennen.
De man voert daartoe het volgende aan. Volgens de man is normale communicatie tussen partijen niet meer mogelijk. De thuissituatie geeft de man veel stress en dit komt zijn gezondheid niet ten goede. Het is daarom voor de man niet mogelijk om langer met de vrouw samen te wonen. De man heeft niet de (financiële) mogelijkheid om andere woonruimte te huren of te kopen. Hij heeft geen contact meer met zijn familie en kan ook niet tijdelijk bij vrienden verblijven. De vrouw heeft wel de mogelijkheid om elders te verblijven. Zij heeft twee dochters en zij heeft volgens de man met hen een goede band. De dochters wonen in [plaats] en hebben allebei een woning waar de vrouw kan verblijven.
De vrouw geeft aan dat de huidige situatie ook voor haar niet langer houdbaar is, maar zij is
verbaasd over het verzoek van de man. Volgens de vrouw heeft de man steeds aangegeven
dat hij uit de echtelijke woning wil, omdat hij de buurt niets vindt. De vrouw is juist heel
blij met de echtelijke woning en wil daar graag nu en in de toekomst blijven. Zij geeft aan dat de seniorenwoning in 2023 is gehuurd met haar inschrijfjaren en dat zij aan de man heeft aangeboden om haar inschrijfjaren te splitsen. Volgens de vrouw weigert de man hieraan mee te werken. Daarnaast betwist de vrouw dat zij makkelijk elders kan verblijven. De vrouw heeft wel twee dochters, maar zij wonen allebei met hun gezin samen. Geen van hen beschikt over voldoende ruimte om de vrouw in te kunnen laten wonen en de vrouw wil hen niet belasten. De vrouw geeft verder aan dat de man een moeder, broer en twee kinderen uit een eerdere relatie heeft. De vrouw wil niet de dupe worden van het feit dat hij geen contact met hen heeft.
De rechtbank overweegt dat het hier gaat om het treffen van een ordemaatregel van voorlopige aard in het kader van de echtscheiding.
Het is de rechtbank op de zitting duidelijk geworden dat het voor beide partijen geen optie is om samen in de woning te verblijven. De spanningen zijn daarvoor te hoog opgelopen. De rechtbank heeft daarom een belangenafweging gemaakt en is van oordeel dat het belang van de man zwaarder weegt dan het belang van de vrouw. De rechtbank zal uitleggen hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
Op dit moment is onvoldoende duidelijk in hoeverre een eventuele splitsing van de inschrijfjaren van de vrouw ertoe zal leiden dat één van beide partijen op korte termijn andere woonruimte kan krijgen. De rechtbank zal daarom de inschrijfjaren niet betrekken in haar afweging. De rechtbank dient een ordemaatregel te treffen. Daarbij acht de rechtbank doorslaggevend dat de man momenteel niet over alternatieve woonruimte kan beschikken, terwijl de vrouw die mogelijkheid naar het oordeel van de rechtbank wel heeft. Hoewel de situatie van de vrouw – waarbij zij eventueel bij één van haar kinderen zou verblijven – niet ideaal is, heeft zij anders dan de man, in ieder geval een plek waar zij tijdelijk terecht kan. De rechtbank benadrukt daarbij dat het gaat om een voorlopige beslissing. Deze beslissing zegt niets over wie de woning uiteindelijk toegewezen krijgt.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het belang van de man bij het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning zwaarder weegt dan het belang van de vrouw bij het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning. De rechtbank zal het verzoek van de man om het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan hem toe te kennen daarom toewijzen, onder afwijzing van het verzoek van de vrouw hiertoe.

Beslissing

De rechtbank:
bepaalt dat de man bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning in [plaats] ;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, rechter, in tegenwoordigheid van
mr. M.A. Wien als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 20 mei 2026.