Uitspraak
Vervangende toestemming erkenning
Beschikking op het op 11 juni 2025 ingekomen verzoek van:
[de man] ,
[de moeder] ,
[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2015 te [geboorteplaats 1] ,
Procedure
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- de brief van 18 juni 2025 van de zijde van de man;
- het F9-formulier van 19 juni 2025 van de zijde van de man, met als bijlage een gewijzigd verzoekschrift;
- het F9-formulier van 9 juli 2025 van de zijde van de man, met bijlagen;
- het verweerschrift van de moeder, met bijlagen;
- het verslag van de bijzondere curator;
- het F9-formulier van 11 september 2025 van de zijde van de moeder;
- het F9-formulier van 12 september 2025 van de zijde van de man, met bijlage.
Verzoek en verweer
- aan de man vervangende toestemming te verlenen, die de toestemming van de moeder vervangt, om [de minderjarige] te erkennen;
- te bepalen dat de man en de moeder met het gezamenlijke gezag over [de minderjarige] zullen worden belast;
- een zorg- c.q. omgangsregeling vast te stellen zoals verwoord in het lichaam van het verzoekschrift onder punt 55, althans een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen regeling;
- een vakantie- en feestdagenregeling vast te stellen zoals verwoord in het lichaam van het verzoekschrift onder punt 56, althans een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen regeling;
- een informatieregeling vast te stellen zoals verwoord in het lichaam van het verzoekschrift onder punt 58;
Feiten
- Partijen hebben een affectieve relatie gehad.
- De minderjarige is niet erkend.
- De moeder heeft van rechtswege het eenhoofdig gezag over de minderjarige.
- De moeder geeft geen toestemming voor de erkenning door de man.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 17 juli 2025 is mr. I.G.M. van Gorkum voornoemd benoemd tot bijzondere curator teneinde de minderjarige ingevolge artikel 1:212 BW Pro te vertegenwoordigen.
Beoordeling
- bestaat in geval van toewijzing van het verzoek tot gezamenlijke gezag van de ouders een onaanvaardbaar risico dat [de minderjarige] klem of verloren zal raken tussen de ouders, terwijl niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering komt, of is wijziging van het gezag anderszins in het belang van [de minderjarige] ?
- welke zorgregeling is in het belang van Vanessa en op welke wijze kan het contact worden vormgegeven?
- is verdere hulpverlening voor de ouders en/of Vanessa noodzakelijk, en zo ja, welke?
Beslissing
(de man)
(de moeder)
1 december 2026 pro forma.