ECLI:NL:RBDHA:2026:16763

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 mei 2026
Publicatiedatum
21 juni 2026
Zaaknummer
C/09/700556 / FA RK 26-2082
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige zorgregeling en gelasten raadsonderzoek in complexe omgangszaken

De man en vrouw zijn gehuwd en ouders van een minderjarige. Na een geweldsincident in mei 2025 waarbij de man betrokken was, is een tijdelijk huisverbod opgelegd en is de vrouw met het kind in een vrouwenopvang geplaatst. De man verzoekt om een voorlopige zorgregeling voor omgang met het kind, maar de vrouw voert verweer vanwege veiligheidsrisico's en een lopend onderzoek door Veilig Thuis.

De rechtbank constateert een complexe situatie met uiteenlopende verklaringen over de veiligheid en het onderzoek. Veilig Thuis onderzoekt de actuele veiligheid, maar geeft geen advies over contact tussen de man en het kind. De rechtbank acht het nu niet in het belang van het kind om een voorlopige zorgregeling vast te stellen.

De rechtbank wijst het verzoek af, maar gelast de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek te doen naar de mogelijkheden van contact en hulpverlening, en hierover te rapporteren in de bodemprocedure. Beide partijen stemmen schriftelijk in met dit raadsonderzoek.

Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige zorgregeling wordt afgewezen en de Raad voor de Kinderbescherming wordt gelast een onderzoek te doen voor de bodemprocedure.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 26-2082
Zaaknummer: C/09/700556
Datum beschikking: 21 mei 2026

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 2 maart 2026 ingekomen verzoek van:

[de man] ,

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. P.C. Seghers te Utrecht .
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vrouw] ,

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.C. Rosier te Amsterdam.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het bericht van 9 april 2026, met bijlage, van de zijde van de vrouw;
  • het bericht van 22 april 2026, met bijlagen, van de zijde van de vrouw.
Op 30 april 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld
.Hierbij zijn verschenen: de man, bijgestaan door zijn advocaat, de vrouw, bijgestaan door haar advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: Raad).
Na de zitting heeft de rechtbank de volgende stukken ontvangen:
- het bericht van 30 april 2026 van de Raad;
- het bericht van 4 mei 2026 van de zijde van de vrouw;
- het bericht van 6 mei 2026 van de zijde van de man.

Feiten

  • De man en de vrouw zijn gehuwd op [datum] 2022.
  • Zij zijn de ouders van de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2023 te [geboorteplaats] .
  • De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] uit.
  • [de minderjarige] verblijft op dit moment samen met de vrouw in een vrouwenopvang op een geheime locatie.

Verzoek en verweer

De man verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, een voorlopige zorgregeling vast te stellen, waarbij de man gedurende vier maanden eenmaal per week op zaterdag of zondag van 10.30 uur tot 17.00 uur omgang kan hebben met [de minderjarige] bij hem thuis, waarna de omgang wordt uitgebreid naar drie dagen per week, tijdstippen en andere details in overleg te bepalen.
De vrouw voert verweer tegen de verzochte voorlopige zorgregeling, welk verweer hierna
– voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Huidige situatie
Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken, is gebleken dat partijen sinds juni 2025 feitelijk uit elkaar zijn. In mei 2025 heeft er een geweldsincident plaatsgevonden waarbij de man betrokken was. Naar aanleiding van dit incident heeft de politie een melding gedaan bij Veilig Thuis omdat de veiligheid van de vrouw mogelijk in het geding zou zijn. Nadien is aan de man een tijdelijk huisverbod opgelegd voor de duur van tien dagen en is onder regie van Veilig Thuis Gelderland een tijdelijke zorgregeling opgesteld voor een periode van zes weken. Veilig Thuis Gelderland heeft de verdere bemiddeling ten aanzien van een zorgregeling voor de lange termijn overgedragen aan het wijkteam te Zaltbommel. Ook heeft Veilig Thuis Gelderland besloten dat de vrouw met [de minderjarige] in een code rood voorziening moest worden geplaatst omwille van haar veiligheid. Sindsdien heeft de moeder op verschillende opvanglocaties verbleven. De man heeft [de minderjarige] voor het laatst gezien op 8 juli 2025 in het kader van de tijdelijke zorgregeling die Veilig Thuis Gelderland had opgesteld. In november 2025 heeft de vrouw het verzoek tot echtscheiding ingediend.
De vrouw stelt dat er door zowel de opvang waar zij nu verblijft alsook door de betrokken Veilig Thuis-locatie een duidelijk gevaar vanuit de man voor de vrouw is waargenomen. In dit verband wijst de vrouw erop dat de man de veiligheidsafspraken rondom de tijdelijke zorgregeling in 2025 niet is nagekomen. Verder stelt de vrouw dat de man haar eerder heeft laten achtervolgen, dat dit risico nog altijd bestaat en dat haar familie inmiddels aangifte heeft gedaan van belaging door de man. Daarnaast meent de vrouw dat het controlerende en agressieve gedrag van de man – welk gedrag is ontstaan na een ongeluk waardoor de man hersenletsel heeft opgelopen en wordt versterkt door alcoholgebruik – niet is veranderd in de afgelopen periode. Volgens de vrouw doet Veilig Thuis opnieuw onderzoek naar de situatie en wordt hierbij ook gekeken naar risico’s van en/of mogelijkheden voor eventueel contact tussen [de minderjarige] en de man. De vrouw stelt zich op het standpunt dat contact tussen [de minderjarige] en de man in ieder geval niet veilig kan plaatsvinden zolang het onderzoek van Veilig Thuis niet is afgerond.
De man wenst zijn zoon snel weer te zien en stelt dat de vrouw niet angstig hoeft te zijn voor hem. De man stelt dat hij de afgelopen periode een revalidatietraject heeft doorlopen en dat hij mede in dat kader aan zichzelf en ook aan zijn alcoholgebruik heeft gewerkt. Volgens de man is er, met uitzondering van het incident, niets voorgevallen in het afgelopen jaar. Hij betwist hetgeen de vrouw stelt ten aanzien van de achtervolging en belaging en geeft aan dat hij niet op de hoogte is van een actueel onderzoek door Veilig Thuis.
Inhoudelijke beoordeling
Het is de rechtbank gebleken dat er sprake is van een complexe situatie. Partijen schetsen uiteenlopende beelden van de afgelopen periode en de huidige omstandigheden. Ook verklaren zij verschillend over de betrokkenheid van (en een eventueel onderzoek door) Veilig Thuis. Hierover is ter zitting gesproken met partijen en de Raad, waarna de rechtbank de Raad heeft verzocht om bij Veilig Thuis na te gaan of er een onderzoek loopt naar de situatie van partijen. De Raad heeft de rechtbank na de zitting laten weten dat er momenteel een onderzoek loopt naar de actuele veiligheid van de vrouw en [de minderjarige] en dat de man daarbij betrokken zal gaan worden, maar dat Veilig Thuis in het kader van dit onderzoek geen advies zal geven over het contact tussen [de minderjarige] en de man. Naar het oordeel van de rechtbank is op dit moment onvoldoende duidelijk in hoeverre het vaststellen en uitvoeren van een voorlopige zorgregeling tussen [de minderjarige] en de man risico’s met zich meebrengt voor [de minderjarige] en de vrouw. Bij deze stand van zaken acht de rechtbank het niet in het belang van [de minderjarige] om nu een voorlopige zorgregeling vast te leggen en daarom zal zij het verzoek van de man afwijzen.
De rechtbank benadrukt dat het wel van groot belang is dat er meer duidelijkheid komt over de actuele veiligheid van de vrouw en [de minderjarige] , mede in relatie tot het al dan niet mogelijke contact tussen [de minderjarige] en de man. Nu de man in de bodemprocedure ook heeft verzocht om een zorgregeling vast te stellen, en Veilig Thuis heeft aangegeven hierover geen advies te zullen geven, ziet de rechtbank aanleiding om met het oog op de bodemprocedure de Raad te vragen onderzoek te doen naar de mogelijkheden tot contact tussen [de minderjarige] en de man en daarover rapport en advies uit te brengen aan de rechtbank. De man en de vrouw hebben schriftelijk ingestemd met een raadsonderzoek. Tegen deze achtergrond gelast de rechtbank de Raad onderzoek te doen naar de volgende vragen:
Verzet het belang van [de minderjarige] zich tegen een (begeleide of onbegeleide) zorgregeling met de man? Zo ja, op welke gronden? Zo nee, welke zorgregeling (aard, duur en frequentie van contactmomenten) is het meest in het belang van [de minderjarige] ?
Is eventueel hulpverlening nodig voor de ouders en/of [de minderjarige] en zo ja, welke hulpverlening acht de Raad aangewezen?
Gelet op het feit dat onderhavige procedure een voorlopige voorzieningenprocedure is, verzoekt de rechtbank de Raad om het advies en rapport aan de rechtbank aan te brengen in de bodemprocedure met zaak- en rekestnummer C/09/694145 FA RK 25-8351.

Beslissing

De rechtbank:
*
verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek te verrichten met het hiervoor omschreven doel en daarover aan de rechtbank te
rapporteren en advies uit te brengen in de bodemprocedure met zaak- en rekestnummer C/09/694145 FA RK 25-8351; de Raad kan daartoe telefonisch een eerste afspraak maken met de ouders, die te bereiken zijn op de volgende telefoonnummers: [telefoonnummer 1] (advocaat man) en [telefoonnummer 2] (advocaat vrouw);
*
bepaalt dat de griffier een afschrift van de processtukken aan de Raad voor de Kinderbescherming zal toesturen;
*
wijst het verzoek van de man af.
Deze beschikking is gegeven door mr. J. Visser, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. A.J. Klootwijk als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 21 mei 2026.