Uitspraak
Zorgregeling, hoofdverblijfplaats, ondertoezichtstelling en kinderalimentatie
Beschikking op het op 28 mei 2025 ingekomen verzoek van:
[de moeder],
[de vader],
Procedure
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift tevens houdende zelfstandige verzoeken;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Feiten
Verzoek en verweer
subsidiair
- welke hoofdverblijfplaats in het belang van [minderjarige 1] is;
- welke zorgregeling in het belang van de kinderen is;
- te bepalen dat de kinderen de hoofdverblijfplaats hebben bij de vader en dat zij op het adres van de vader ingeschreven (blijven) staan;
- een zorgregeling tussen partijen in goede justitie vast te stellen;
- de vader vervangende toestemming te verlenen om [minderjarige 2] op een BSO in [plaats 3] in te schrijven in het kader van een vast te stellen zorgregeling;
- de vastgestelde kinderbijdrage ten behoeve van de kinderen te wijzigen en vast te stellen dat de vader geen kinderbijdrage verschuldigd is aan de moeder, dan wel deze bijdrage op nihil te stellen;
- een ondertoezichtstelling uit te spreken ten aanzien van de kinderen voor de duur van 12 maanden, dan wel een door de rechtbank in redelijkheid te bepalen termijn;
Beoordeling
- de datum waarop de omstandigheden intreden die voor de onderhoudsverplichting bepalend zijn;
- de datum van indiening van het verzoekschrift;
- de datum van de beschikking.
- de algemene heffingskorting;
- het kindgebonden budget.
- de pensioenpremie van € 367,- per maand;
- de premie WIA van € 16,- per maand.
- de algemene heffingskorting;
- de arbeidskorting;
- de inkomensafhankelijke combinatiekorting;
- het kindgebonden budget;
- de alleenstaande ouderkop.
- de pensioenpremie van € 171,- per maand;
- de aanvullende pensioenpremie van € 3,- per maand.
- de algemene heffingskorting;
- de arbeidskorting.
Beslissing
- in de periode dat [minderjarige 1] bij [zorginstelling] verblijft:zijn verlof en contactmomenten met de moeder en de vader in overleg met [zorginstelling] worden vastgesteld;
- nadat [minderjarige 1] [zorginstelling] heeft verlaten:[minderjarige 1] in principe volledig bij de moeder is en hij in overleg met de vader contactmomenten zal in plannen;
- tot het nieuwe schooljaar (september 2026):onder leiding van [instantie] wordt gekeken of en zo ja, in welk tempo de huidige zorgregeling, waarbij [minderjarige 2] op de woensdagmiddag en om het weekend van zaterdag 16:00 uur tot zondag 16:00 uur bij de moeder verblijft, kan worden uitgebreid;
- vanaf het nieuwe schooljaar (september 2026):[minderjarige 2] op maandag en dinsdag bij de moeder verblijft, op donderdag en vrijdag bij de vader en op woensdag en in het weekend afwisselend bij de moeder dan wel bij de vader, een en ander in onderling overleg te verdelen;