ECLI:NL:RBDHA:2026:16818

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 mei 2026
Publicatiedatum
22 juni 2026
Zaaknummer
C/09/699402 / FA RK 26-1374
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BWArt. 1:377a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontzegging omgangsrecht vader met minderjarige wegens zwaarwegende belangen

Partijen zijn van 2015 tot 2023 gehuwd geweest en hebben gezamenlijk gezag over hun minderjarige kind, geboren in 2018. De hoofdverblijfplaats is bij de moeder, met een zorgregeling waarbij het kind in het weekend bij de vader verblijft. De vader is echter herhaaldelijk tekortgeschoten in de nakoming van deze zorgregeling, wat tot teleurstellingen bij het kind heeft geleid.

De moeder verzoekt ontzegging van het omgangsrecht omdat de vader haar heeft gestalkt en bedreigd, waarvoor hij in voorlopige hechtenis heeft gezeten en onder voorwaarden een contactverbod heeft. Er zijn veiligheidsmaatregelen getroffen voor de moeder en het kind. De vader zou psychische problemen hebben die hem ongeschikt maken voor omgang.

De rechtbank oordeelt dat omgang met de vader momenteel in strijd is met de zwaarwegende belangen van het kind. De situatie vereist rust, stabiliteit en voorspelbaarheid, die nu ontbreken door de onzekerheid over het contact en de spanningen bij de moeder. De omgang wordt daarom ontzegd zonder termijn, met de mogelijkheid tot hernieuwd verzoek na een jaar of bij gewijzigde omstandigheden.

De beschikking wijzigt een eerdere regeling en is uitvoerbaar bij voorraad. De vader heeft geen verweer gevoerd en is niet verschenen bij de zitting van 22 april 2026.

Uitkomst: De rechtbank ontzegt de vader het omgangsrecht met zijn minderjarige kind wegens zwaarwegende belangen en veiligheidsrisico's.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 26-1374
Zaaknummer: C/09/699402
Datum beschikking: 22 mei 2026

Ontzeggen omgang

Beschikking op het op 10 februari 2026 ingekomen verzoekschrift van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R. van Venetiën in Alphen aan den Rijn.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres
.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift met bijlagen.
Aanvankelijk was de zaak gepland op de zitting van 19 maart 2026 De vader zat op dat moment gedetineerd en is verschenen. Omdat er voor de vader geen tolk aanwezig was, is door de rechtbank besloten om de zaak op een later moment te behandelen en zo de vader in de gelegenheid te stellen om alsnog een tolk te regelen.
De zaak is op 22 april 2026 behandeld. Hierbij is de moeder, bijgestaan door haar advocaat verschenen.
De vader is – hoewel behoorlijk opgeroepen – niet verschenen.

Feiten

  • Partijen zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2015 tot [datum 2] 2023.
  • Zij zijn de ouders van [de minderjarige] ( [de minderjarige] ), geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats] ( [land] ).
  • De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] uit.
  • Bij beschikking van 10 juli 2023 van deze rechtbank is de echtscheiding uitgesproken en het echtscheidingsconvenant en het ouderschapsplan zijn aan de beschikking gehecht. In het ouderschapsplan zijn de ouders – voor zover hier van belang – het volgende overeengekomen:
  • [de minderjarige] heeft haar hoofdverblijfplaats bij de moeder;
  • [de minderjarige] is van zondagavond tot en met vrijdag bij de moeder en vanaf vrijdag tot en met zondagavond bij de vader, waarbij de vakanties, feestdagen en verjaardagen conform het aan het ouderschapsplan gehechte schema zijn vastgelegd;
  • de vader informeert de moeder uiterlijk donderdag voor 18:00 uur of hij [de minderjarige] het weekend kan ophalen.
  • Bij beschikking van 14 maart 2025 van deze rechtbank is bepaald dat t – met ingang van 1 mei 2025 – de vader aan de moeder een dwangsom verbeurt van € 50,- per dag dat hij de zorgregeling zoals in het ouderschapsplan is vastgelegd niet nakomt, met een maximum van € 2.000,-;
  • Bij beschikking van 15 juli 2025 van deze rechtbank is – voor zover hier van belang - bepaald dat:
  • [de minderjarige] elke zaterdag en zondag bij de vader is van 9:00 uur tot 19:00 uur, waarbij de vader [de minderjarige] begeleidt naar turnen en de moskee;
  • deze zorgregeling ook geldt tijdens de vakanties, met uitzondering van de zomervakantie.

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te bepalen dat de vader wordt ontzegd om omgang te hebben met [de minderjarige] dan wel dat de zorgregeling wordt geschorst voor (on)bepaalde tijd.
De vader heeft geen verweer gevoerd.

Beoordeling

Ontzegging omgang
Juridisch kader
Op grond van artikel 1:253a lid 2 sub a jo artikel 1:377a, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) heeft een kind het recht op omgang met zijn ouders en met degene die in nauwe persoonlijke betrekkingen tot het kind staat. Het tweede lid van dit artikel bepaalt dat de rechter op verzoek van degene die in nauwe persoonlijke betrekkingen staat tot het kind, al dan niet voor bepaalde tijd, een regeling inzake de uitoefening van het omgangsrecht vaststelt dan wel, al dan niet voor bepaalde tijd, het recht op omgang ontzegt. Ingevolge artikel 1:377a, derde lid, BW ontzegt de rechter het recht op omgang slechts indien:
a. omgang ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind,
b. of de ouder of degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat moet worden geacht tot omgang,
c. of het kind dat twaalf jaar of ouder is, bij zijn verhoor van ernstige bezwaren tegen omgang zijn ouders of met degene met wie hij in een nauwe persoonlijke betrekking staat heeft doen blijken;
d. of omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.
Standpunt moeder
De moeder heeft aangegeven dat de vader de zorgregeling consequent niet nakomt wat keer op keer voor [de minderjarige] een teleurstelling met zich brengt. Daarnaast hebben zich de afgelopen periode verschillende incidenten voorgedaan die ertoe hebben geleid dat de moeder op dit moment ontzegging dan wel schorsing van de omgang in het belang van [de minderjarige] acht. Zo stelt de moeder dat de vader haar heeft gestalkt en bedreigd waarvoor hij ook in voorlopige hechtenis heeft gezeten. Naar aanleiding hiervan zijn er momenteel veiligheidsmaatregelen rondom haar en [de minderjarige] van kracht. De voorlopige hechtenis van de vader is momenteel geschorst onder voorwaarden, waaronder een contactverbod met de moeder. Dit alles maakt dat het, volgens de moeder, momenteel ernstig nadeel voor [de minderjarige] oplevert, indien er toch omgang met haar vader plaatsvindt. Daarnaast is de vader volgens de moeder verward en heeft hij waanideeën wat hem kennelijk ongeschikt of niet in staat om omgang met [de minderjarige] te hebben dan wel is het anderszins niet in het belang van [de minderjarige] dat er omgang is met haar vader. Voordat er gewerkt kan worden aan contactherstel en uiteindelijk hervatting van een zorgregeling acht de moeder het noodzakelijk dat de vader zijn medewerking zal verlenen aan de nodige trajecten en therapieën en zich houdt aan voorwaarden die de veiligheid van [de minderjarige] kunnen garanderen.
Inhoudelijke beoordeling
De rechtbank is van oordeel dat omgang met haar vader op dit moment in strijd is met de zwaarwegende belangen van het [de minderjarige] en overweegt hiertoe als volgt. De moeder en [de minderjarige] hebben een turbulente periode achter de rug en verblijven tot op heden op een geheime locatie, waarbij er ook verdergaande veiligheidsmaatregelen zijn getroffen vanwege de zorgen rond de vader. De rechtbank acht het in het belang van [de minderjarige] dat de aankomende periode rust, stabiliteit en voorspelbaarheid voorop staan. De onzekerheid over het contact met de vader staat hier op dit moment aan in de weg. Deze onzekerheid bestaat er enerzijds uit dat de vader de zorgregeling consequent niet is nakomt waardoor [de minderjarige] keer op keer teleurgesteld wordt en zij geen idee heeft waar zij aan toe is en wat zij van haar vader wel of niet kan verwachten. Anderzijds geeft het de moeder veel spanning dat naast de nog lopende strafzaak en de zorgen rondom psychische toestand van de vader er een geldende zorgregeling van kracht is waar de vader nakoming van kan verlangen. Deze spanning heeft logischerwijs ook zijn weerslag op [de minderjarige] . Deze omstandigheden maken dat de rechtbank van oordeel is dat ontzegging van de omgang die onzekerheid bij zowel de moeder als [de minderjarige] zal wegnemen waardoor de benodigde rust, stabiliteit en voorspelbaarheid ontstaat. Het belang van [de minderjarige] is daarmee het meest gediend. Verder heeft de rechtbank meegewogen dat het niet van de moeder gevergd mag worden dat zij het contact tussen de vader en [de minderjarige] , zoals zij in het verleden heeft gedaan, faciliteert gelet op de nog lopende veiligheidsmaatregelen rondom de moeder en [de minderjarige] en het contactverbod tussen de moeder en de vader. De rechtbank zal daarom bepalen dat de omgang tussen de vader en [de minderjarige] zal worden ontzegd.
De rechtbank zal geen termijnen verbinden aan de ontzegging. Een ontzegging van het recht op omgang tussen ouder en kind heeft namelijk blijkens vaste jurisprudentie een in tijd beperkt karakter. In ieder geval kan na een periode van een jaar, of als de omstandigheden wijzigen ook eerder, een (nieuw) verzoek tot vaststelling van de omgang worden ingediend (zie HR 27 februari 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG5045).

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 15 juli 2025 – :
ontzegt de vader het recht op omgang met de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats] ([land]);
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, (kinder)rechter, in tegenwoordigheid van mr. T.D. Somer als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 22 mei 2026.