ECLI:NL:RBDHA:2026:16856
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor voortzetting arbeid tijdens bezwaarprocedure GVVA-afwijzing
Verzoeker, van Chinese nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor verlenging van zijn gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA). Deze aanvraag werd door de minister van Asiel en Migratie op 29 april 2026 afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, zodat hij tijdens de bezwaarprocedure mocht blijven werken voor zijn werkgever.
De voorzieningenrechter overwoog dat op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een voorlopige voorziening kan worden getroffen indien onverwijlde spoed dat vereist. De minister gaf bij brief aan zich niet te verzetten tegen het verzoek om voortzetting van het werk tijdens de bezwaarprocedure.
Gezien het ontbreken van verzet en geen andere beletselen, wees de voorzieningenrechter het verzoek toe. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van verzoeker. De uitspraak werd gedaan door mr. C.A.R. Bleijendaal, voorzieningenrechter, en is onherroepelijk.
Uitkomst: Verzoeker mag tijdens de bezwaarprocedure tegen de afwijzing van zijn GVVA-verlenging blijven werken; minister wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.