Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:16905

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 mei 2026
Publicatiedatum
22 juni 2026
Zaaknummer
NL25.36972
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening in bestuursrechtelijke zaak vreemdelingenrecht

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie van 15 juli 2025, waarbij haar bezwaar als kennelijk ongegrond werd afgewezen. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening op 24 maart 2026, waarbij verzoekster en haar gemachtigde afwezig waren.

De rechtbank heeft in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.36971) het beroep ongegrond verklaard en het bestreden besluit in stand gelaten. Gezien deze uitspraak is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.

De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan op 28 mei 2026 door voorzieningenrechter M.E.A. Braeken, en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep ongegrond is verklaard en het bestreden besluit in stand blijft.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.36972

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster] , V-nummer: [V-nummer] , verzoekster

(gemachtigde: mr. Y. Mateo Diaz),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. W. van Hoof).

Inleiding

1. Met het bestreden besluit van 15 juli 2025 heeft de minister het bezwaar van verzoekster afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 24 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister aan deelgenomen. Verzoekster en haar gemachtigde waren daarbij niet aanwezig en hebben zich voorafgaand aan de zitting afgemeld.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, in de zaak met het nummer NL25.36971, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Het beroep is daarbij ongegrond verklaard en het bestreden besluit is in stand gelaten. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.E.A. Braeken, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Tank, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
28 mei 2026
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.