ECLI:NL:RBDHA:2026:16912
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in bestuursrechtelijke vreemdelingenzaak
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie van 16 juli 2025, waarbij zijn bezwaar als kennelijk ongegrond werd afgewezen. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening op 24 maart 2026, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet aanwezig waren en zich niet hadden afgemeld.
De rechtbank heeft op 12 mei 2026 uitspraak gedaan in de hoofdzaak en het beroep ongegrond verklaard, waardoor het bestreden besluit in stand bleef. Gezien deze uitspraak is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep in de hoofdzaak ongegrond is verklaard.