ECLI:NL:RBDHA:2026:16912

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 mei 2026
Publicatiedatum
22 juni 2026
Zaaknummer
NL25.37601
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in bestuursrechtelijke vreemdelingenzaak

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie van 16 juli 2025, waarbij zijn bezwaar als kennelijk ongegrond werd afgewezen. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening op 24 maart 2026, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet aanwezig waren en zich niet hadden afgemeld.

De rechtbank heeft op 12 mei 2026 uitspraak gedaan in de hoofdzaak en het beroep ongegrond verklaard, waardoor het bestreden besluit in stand bleef. Gezien deze uitspraak is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.

De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep in de hoofdzaak ongegrond is verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.37601

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker

(gemachtigde: mr. W. Hoebba),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. W. van Hoof).

Inleiding

1. Met het bestreden besluit van 16 juli 2025 heeft de minister het bezwaar van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 24 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister aan deelgenomen. Verzoeker en zijn gemachtigde waren daarbij niet aanwezig en hebben zich voorafgaand aan de zitting niet afgemeld.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, in de zaak met het nummer NL25.37599, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Het beroep is daarbij ongegrond verklaard en het bestreden besluit is in stand gelaten. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.E.M. van Abbe, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Tank, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
12 mei 2026
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.