Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.. WAARDEVASTGOED HOLLAND V C.V., te Vianen,
STICHTING BEHARTIGING BELANGEN PARTICIPANTEN CAPITAL SCIENCE V, te Lisse,
1.. STICHTING WAARDEVASTGOED HOLLAND V, te Vianen,
2.. [gedaagde sub 2] , te [woonplaats 1] ,
3.. [gedaagde sub 3] , te [woonplaats 2] ,
4.. WAARDEVASTGOED BEHEER V B.V. (IN LIQUIDATIE), te Vianen,
5.BELFORT ASSET MANAGEMENT B.V. (IN LIQUIDATIE), te Terneuzen,
6.. ORABEL B.V.te Katwijk,
7.. [gedaagde sub 7] , te [woonplaats 3] ,
8.. [gedaagde sub 8] , te [woonplaats 4] ,
1.De procedure
akte van 21 januari 2026heeft gesteld (onder 4 en 5.1) over het niet kunnen terugvorderen van de juridische (advocaat)kosten in de arbitrageprocedure, omdat de rechtbank partijen in het tussenvonnis niet in de gelegenheid heeft gesteld zich nog op dit punt uit te laten. Partijen mochten zich alleen nog verder uitlaten over de kosten van de Barthel-procedure (zie ook hierna, r.o. 2.21).
akte uitlaten van 18 februari 2018(in randnummers 2.6 tot en met 2.13 en 4.1 onder a) heeft uitgelaten over de procedure in conventie, gaat de rechtbank daaraan eveneens voorbij. De rechtbank heeft SBB niet in de gelegenheid gesteld zich nog uit te laten over de conventionele vordering. Ook overigens ziet de rechtbank in hetgeen SBB over de conventionele vordering heeft geschreven geen aanleiding om van haar eerder gegeven oordeel in conventie terug te komen.
akte uitlaten namens SBB van 25 maart 2026geldt het volgende. De rechtbank heeft SBB bij rolbeslissing van 25 februari 2025 uitsluitend nog de gelegenheid gegeven om zich bij akte uit te laten over de aanvullende producties 64 en 65, die de Stichting bij haar akte van 18 februari 2026 had ingediend. Voor een volledige antwoordakte is geen gelegenheid gegeven. De rechtbank zal daarom alleen acht slaan op randnummer 2.2 van de akte van 25 maart 2026 en de rest van die akte buiten beschouwing laten.
2.De verdere beoordeling van het geschil
…zouden de uitgaven van SBB die ten laste van de C.V. zijn gekomen immers in een bepaald ander daglicht komen te staan en zou als meest verstrekkende gevolg kunnen gelden dat SBB en/of haar bestuur gedane uitgaven aan de C.V. moeten vergoeden.” Ook hierin leest de rechtbank geen overeenkomst die tot stand is gekomen tussen SBB en de Stichting, maar een constatering dat rechtens mogelijk een verplichting tot terugbetaling aan de CV bestaat.
- WVG Beheer c.s.:
- de Stichting:
- Orabel:
- de Bestuurders:
- [gedaagde sub 2] (individueel):