Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiserV-nummer: [V-nummer]
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Conclusie en gevolgen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
De minister van Asiel en Migratie legde aan eiser op 12 juni 2026 een maatregel van vreemdelingenbewaring op op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser betwistte de gronden waaronder onder meer het niet op de juiste wijze binnenkomen van Nederland, het niet meewerken aan vaststelling van identiteit en het ontbreken van een vaste verblijfplaats.
De rechtbank oordeelde dat de gronden feitelijk juist en voldoende gemotiveerd zijn. Eiser was Nederland binnengekomen zonder geldig reisdocument en had een afgewezen asielaanvraag met terugkeerbesluit en inreisverbod. Hij werkte niet voldoende mee aan het vaststellen van zijn identiteit en beschikte niet over geldige documenten. Zijn verblijf in een AZC en het ontvangen van COA-gelden weerlegden de gronden niet.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel rechtmatig is opgelegd omdat het belang van de openbare orde een onderduikrisico rechtvaardigt en minder dwingende maatregelen niet toereikend zijn. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.