Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
- het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verstrekken en/of vervoeren, en/of
- het opzettelijk vervaardigen,
van een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet, te weten MDMA en/of metamfetamine en/of DMT,
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen, en/of
- een of meer voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of zijn/haar mededaders, wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, te weten
- meerdere jerrycans (totaal ongeveer 97 liter) bevattende vloeistof, (waaronder formaldehyde, zoutzuur, ethanol, methanol, dichloormethaan en/of aardoliedestilaat,) en/of
- een zak en/of een of meer potten bevattende poeder (natriumboorhydride, tryptamine en/of azijnzuur), en/of
- een verdun-/verdeelunit (laboratoriumapparatuur), en/of
- meerdere pipetten, tips voor pipetten, een (Buchner) trechter en/of een scheitrechter.
3.De bewijsbeslissing
- het opzettelijk bereiden en
- het opzettelijk vervaardigen,
van middel
lenals bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, te weten MDMA en metamfetamine en DMT,
- zich middelen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen, en
- voorwerpen, vervoermiddelen
enstoffen voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, te weten
- meerdere jerrycans (totaal ongeveer 9
liter) bevattende vloeistof, (waaronder, zoutzuur, ethanol, methanol, dichloormethaan en aardoliedestil
laat,) en
- een zak en potten bevattende poeder (natriumboorhydride, tryptamine en azijnzuur), en
- een verdun-/verdeelunit (laboratoriumapparatuur), en
- meerdere pipetten, tips voor pipetten, een (Buchner) trechter en een scheitrechter;
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De toepasselijke wetsartikelen
8.De beslissing
32 (TWEEËNDERTIG) maanden;
12 (TWAALF) maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;