Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Armeense nationaliteit, diende op 8 maart 2026 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Bulgarije verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. Dit werd bevestigd door een geldig visum van Bulgarije en de aanvaarding van een overnameverzoek door de Bulgaarse autoriteiten.
Eiser betwistte de verantwoordelijkheid van Bulgarije en stelde dat de gezinsband met zijn partner en minderjarig kind in Nederland onvoldoende werd erkend. Hij voerde aan dat de Bulgaarse autoriteiten het verzoek aanvankelijk hadden afgewezen vanwege het gezinsprincipe en dat verweerder onvoldoende informatie had verstrekt over zijn gezinsleden.
De rechtbank oordeelde dat eiser de gezinsband onvoldoende had onderbouwd met objectieve gegevens, waardoor de artikelen 9 en 16 van de Dublinverordening niet van toepassing waren. De informatie in het terugnameverzoek was voldoende en relevant, en verweerder handelde correct door de asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.