ECLI:NL:RBDHA:2026:16994

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 juni 2026
Publicatiedatum
23 juni 2026
Zaaknummer
C/09/703046 / KG ZA 26-370
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot openbare selectieprocedure bij verkoop perceel aan Veiligheidsregio

Eisers, twee bedrijven die al sinds 2018 interesse tonen in de koop van een perceel grond van de Gemeente Krimpenerwaard, vorderen in kort geding dat de Gemeente wordt verboden het perceel te verkopen aan de Veiligheidsregio Hollands Midden (VRHM) zonder eerst een openbare selectieprocedure te doorlopen.

De Gemeente heeft het perceel bestemd voor de huisvesting van de brandweer en heeft VRHM als enige serieuze gegadigde aangemerkt, omdat alleen VRHM kan voldoen aan het criterium dat de koper een brandweerkazerne moet exploiteren. De voorzieningenrechter oordeelt dat de Gemeente voldoende objectieve, toetsbare en redelijke gronden heeft gegeven voor deze keuze, zoals blijkt uit de publicaties en communicatie.

Hoewel eisers stellen dat zij ook serieuze gegadigden zijn en dat de Gemeente geen selectiecriteria heeft genoemd, is volgens de rechter duidelijk dat alleen VRHM aan het essentiële criterium voldoet. Andere bezwaren van eisers, zoals de marktconformiteit van de prijs en alternatieve geschikte percelen, leiden niet tot een andere conclusie.

De vorderingen worden afgewezen en eisers worden veroordeeld in de proceskosten en wettelijke rente. De uitspraak is gewezen door mr. D.R. Glass op 15 juni 2026.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af en bevestigt dat de Gemeente VRHM als enige serieuze gegadigde mocht aanmerken zonder openbare selectieprocedure.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/703046 / KG ZA 26-370
Vonnis in kort geding van 15 juni 2026
in de zaak van

1.[eiseressen sub 1] B.V.,

2.
[eiseressen sub 2] B.V.,
beide te [vestigingsplaats], [gemeente],
eiseressen,
advocaten mrs. B. van der Eijk en F. Huisman te Capelle aan den IJssel,
tegen:
Gemeente Krimpenerwaardte Stolwijk, gemeente Krimpenerwaard,
gedaagde,
advocaat mr. A.M.E. van Wijk-Driessen te Nijmegen.
Eiseressen worden hierna ieder afzonderlijk aangeduid als [eiseressen sub 1] en [eiseressen sub 2] en gezamenlijk als [eiseressen] Gedaagde wordt hierna aangeduid als ‘de Gemeente’.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met de daarbij en nadien overgelegde producties;
- de conclusie van antwoord met producties;
- de op 1 juni 2026 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door [eiseressen] pleitnotities zijn overgelegd.
1.2.
Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.

2.De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
2.1.
De bedrijven die [eiseressen] exploiteren zijn gevestigd aan de [adres 1] en [adres 2] te [plaats]. Achter deze percelen ligt een perceel van de Gemeente aan [adres 3], kadastraal bekend als [kadastraal kenmerk] (hierna: het perceel). Het perceel werd in het verleden door de Gemeente gebruikt als gemeentewerf. Deze is inmiddels verhuisd.
2.2.
[eiseressen] hebben voor het eerst in 2018 contact gezocht met de Gemeente in verband met hun wens om gezamenlijk het perceel van de Gemeente te kopen. Tijdens gesprekken die hierover destijds hebben plaatsgevonden is aan de orde gekomen dat [eiseressen] bereid waren € 1.200.000,- te betalen voor het perceel, maar dat de Gemeente er € 1.800.000,- voor wilde ontvangen. Er is toen geen koopovereenkomst tot stand gekomen.
2.3.
[eiseressen] hebben in de jaren daarna nog enkele malen contact gezocht met de gemeente in verband met hun wens om het perceel te kopen.
2.4.
Op 23 mei 2023 heeft de Gemeente naar aanleiding van een email-bericht van [eiseressen sub 1] aan hem bericht:
“De planning voor het gereedkomen van de nieuwe huisvesting en leegkomen bestaande panden is op dit moment eind 2024. Van je interesse voor de locatie [straatnaam 1] zijn we op de hoogte. Als gemeente zijn wij er aan gehouden om meerdere gegadigden in de gelegenheid te stellen tot aankoop. Ik kan je dus geen toezeggingen doen. Wel dat je tzt, ik verwacht medio 2024, informatie ontvangt over de verkoopprocedure.”
In 2025 heeft de Gemeente op email-berichten van (of namens) [eiseressen sub 2] geantwoord:

Momenteel vindt binnen de gemeente interne afstemming plaats over de herbestemming van de oude gemeentewerf aan [straatnaam 1] in [plaats]. Wegens de vakantieperiode verwachten wij hier na de zomer meer duidelijkheid over. Graag kom ik hier dan ook medio september bij u op terug. (…)”
“(…) De afstemming over herbestemming binnen de gemeente duurt wat langer dan gepland. Graag kom ik hier eind oktober, begin november bij u op terug.”
“Bij elke verkoop geldt dat we rekening houden met het didam arrest. We dienen ons te houden aan de wettelijke eisen, uiteraard.”
Op 18 februari 2026 heeft de Gemeente aan [eiseressen sub 2] bericht:
“(…) Helaas kan ik nog geen concrete informatie geven. Uiteraard komt er openbaar bericht als er definitief besluit is genomen betreffende de toekomst van deze locatie.
Uiteraard wordt er rekening gehouden met alle wettelijke eisen, zoals dat we rekening dienen te houden met het Didam arrest. (…)”
2.5.
Op 23 maart 2026 heeft de Gemeente op de gemeentelijke website het volgende bericht gepubliceerd:
“Nieuwe brandweerkazerne in beeld op locatie [straatnaam 1] in [plaats]
23 maart 2026
De gemeente Krimpenerwaard wil het pand aan [adres 3] in [plaats] verkopen aan de Veiligheidsregio Hollands Midden. De bedoeling is dat op deze locatie in de toekomst een nieuwe brandweerkazerne komt.
Voormalige locatie buitendienst
Het pand aan [adres 3] was eerder één van de werklocaties van de buitendienst van de gemeente Krimpenerwaard. Sinds juni 2025 werken alle buitendienstmedewerkers vanuit de nieuwe gemeentewerf aan de Veerweg in Bergambacht.
Met deze verhuizing zijn vier eerdere werklocaties samengebracht op één centrale en duurzame plek. Daardoor is de locatie aan [straatnaam 1] vrijgekomen voor een nieuwe bestemming.
Nieuwe en toekomstbestendige locatie
De huidige brandweerlocatie aan [straatnaam 2] is verouderd en toe aan een ingrijpende renovatie. Verhuizen naar [adres 3] biedt een duurzamere en toekomstbestendige oplossing voor de brandweer in [plaats]. Het bestaande pand wordt daarvoor aangepast en verbouwd zodat het geschikt is als brandweerkazerne.
Goede bereikbaarheid
De locatie aan [straatnaam 1] ligt gunstig ten opzichte van de uitvalswegen. Dat is belangrijk voor de brandweer, zodat zij bij een melding snel kunnen uitrukken.
Ruimte voor gebiedsontwikkeling
Door de mogelijke verhuizing ontstaat ruimte om het gebied rond [straatnaam 2] verder te ontwikkelen. Deze plannen passen binnen het bestemmingsplan voor het Transformatiegebied Bastion.
Kort geding
Partijen die het niet eens zijn met deze voorgenomen verkoop en vinden dat zij ook in aanmerking komen voor de aankoop, kunnen na publicatie een kort geding starten bij de rechtbank Den Haag.
Kijk voor meer informatie op officielebekendmakingen.nl (link is extern).”
2.6.
Op 25 maart 2026 heeft de Gemeente het volgende bericht gepubliceerd in het Gemeenteblad:
“Bekendmaking voorgenomen uitgifte
De gemeente heeft het voornemen om het vastgoed [adres 3] in [plaats] aan de Veiligheidsregio Hollands Midden (VRHM) te verkopen. In lijn met het Didam-arrest ziet de gemeente voldoende objectieve redenen hiervoor:

Het pand wordt specifiek ingezet voor een publieke taak: huisvesting van de brandweer;

De huidige locatie van de brandweer aan [straatnaam 2] is verouderd en kostbare renovatie is nodig; verhuizing naar [adres 3] biedt een duurzame en efficiënte oplossing;

De verhuizing maakt bovendien gebiedsontwikkeling mogelijk in het Transformatiegebied Bastion, zoals vastgelegd in het bestemmingsplan.
Hiermee voldoet de gemeente aan de vereisten van transparantie en zorgvuldigheid, terwijl de verkoop bijdraagt aan een toekomstige huisvesting van de brandweer en een waardevolle ruimtelijke ontwikkeling in [plaats]. Er is uiteraard een marktconforme prijs vastgesteld.
Kort geding
Bent u het niet eens met deze voorgenomen verkoop, omdat u van mening bent ook voor deze verkoop in aanmerking te komen, dan dient u binnen 20 kalenderdagen na dagtekening van deze publicatie een kort geding aanhangig te maken bij de rechtbank Den Haag. Als u een kort geding aanhangig maakt, dan dient u ons dit binnen voornoemde termijn van 20 kalenderdagen schriftelijk mede te delen door het per e-mail opsturen van de conceptdagvaarding aan grondzaken@krimpenerwaard.nl Als u niet binnen voormelde termijn een kort geding aanhangig heeft gemaakt op de hiervoor beschreven wijze, wordt u geacht zich niet te verzetten tegen de hiervoor omschreven verkoop.”
2.7.
[eiseressen] hebben op 2 april 2026 schriftelijk aan de Gemeente verzocht om de verkoop van het perceel aan de Veiligheidsregio Hollands Midden (hierna: VRHM) te staken en om hen als serieuze gegadigden mee te laten dingen naar de aankoop van het perceel. Zij stellen ten onrechte niet als serieuze gegadigden te zijn meegenomen in de selectieprocedure. De Gemeente heeft op 8 april 2026 aan [eiseressen] bericht dat en waarom zij niet aan dat verzoek kan voldoen.

3.Het geschil

3.1.
[eiseressen] vorderen, zakelijk weergegeven, om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
de Gemeente te gebieden om het voornemen tot verkoop van het perceel aan VRHM in te trekken;
de Gemeente te verbieden om het perceel te verkopen en te leveren aan VRHM of een (of meer) andere partij(en) en om (verdere) uitvoering te geven aan iedere eventueel reeds gesloten (voor-, reserverings- of koop)overeenkomst met betrekking tot (de verkoop van) het perceel, anders dan na het doorlopen van een selectieprocedure op de wijze zoals in de dagvaarding vermeld, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom;
de Gemeente te verbieden om het perceel te verkopen en te leveren aan een (of meer) andere partij(en) die niet hebben deelgenomen aan de hiervoor bedoelde selectieprocedure, op straffe van verbeurte van een dwangsom;
dan wel een andere voorziening te treffen die de voorzieningenrechter in goede justitie
passend acht en die recht doet aan de belangen van [eiseressen],
met veroordeling van de Gemeente in de proceskosten en de nakosten.
3.2.
Daartoe voeren [eiseressen] – samengevat – het volgende aan. De Gemeente heeft op geen enkele wijze gesteld of gemotiveerd aangetoond dat zij op objectieve, redelijke en toetsbare criteria heeft kunnen besluiten dat VRHM als enige serieuze gegadigde in aanmerking komt voor het aangaan van een koopovereenkomst voor het perceel. [eiseressen] tonen al sinds 2018 serieuze interesse in de aankoop van het perceel en in die jaren is er veelvuldig overleg en contact geweest over de mogelijkheden en de invulling daarvan. De Gemeente is daarmee bekend en zij stelt dan ook ten onrechte dat [eiseressen] geen serieuze gegadigden zijn voor het perceel. De Gemeente heeft voorts nagelaten om de criteria te noemen die zij heeft gehanteerd om de koper te selecteren. Onduidelijk is ook hoe die criteria zijn toegepast en waarom [eiseressen] daar niet aan zouden voldoen. Verder is niet aannemelijk dat de verkoopprijs die de Gemeente wil hanteren marktconform is. [eiseressen] wilden het perceel in 2018 al voor hetzelfde bedrag kopen, maar de Gemeente hield toen vast aan een veel hogere vraagprijs. De grondprijzen zijn sindsdien alleen maar gestegen. De Gemeente komt gelet op al het vorenstaande geen beroep toe op de uitzondering op de in beginsel op haar rustende verplichting tot het doorlopen van een openbare selectieprocedure.
3.3.
De Gemeente voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4.De beoordeling van het geschil

Didam-arresten
4.1.
Tussen partijen is niet in geschil dat de Gemeente bij de verkoop van het perceel de door de Hoge Raad in de Didam-arresten (ECLI:NL:HR:2021:1778 en ECLI:NL: HR:2024:1661) geformuleerde regels in acht moet nemen. Dit betekent, kort gezegd, dat de Gemeente gelegenheid moet bieden aan alle potentiële gegadigden om mee te dingen naar de koop van het perceel. De Gemeente dient daartoe objectieve, toetsbare en redelijke criteria op te stellen aan de hand waarvan een koper kan worden geselecteerd. Een selectieprocedure kan achterwege worden gelaten als slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt voor de koopovereenkomst.
Had de Gemeente een openbare selectieprocedure moeten organiseren?
4.2.
Kernvraag in deze procedure is – kort gezegd – of voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter zal oordelen dat de Gemeente VRHM als enige serieuze gegadigde mocht aanmerken en dus geen openbare selectieprocedure hoefde te organiseren. De voorzieningenrechter beantwoordt deze vraag bevestigend en gaat daarmee voorbij aan het standpunt van [eiseressen] daarover.
4.3.
De reden voor het voornemen van de Gemeente om het perceel aan VRHM te verkopen is naar het oordeel van de voorzieningenrechter objectief, toetsbaar en redelijk en deze blijkt ook genoegzaam uit de publicaties van de Gemeente. Daarin staat immers duidelijk vermeld dat de Gemeente wenst dat de brandweer op het perceel wordt gehuisvest. De Gemeente heeft daarbij ook toegelicht dat de huidige locatie van de brandweer verouderd is en dat kostbare renovatie nodig is, zodat verhuizing naar het perceel een duurzame en efficiënte oplossing biedt. Alhoewel de toelichting beperkt is, is deze naar het oordeel van de voorzieningenrechter wel duidelijk, gelet ook op de aard van de verkoop en de wens om het perceel te benutten ten behoeve van de publieke taak.
4.4.
Aan [eiseressen] moet worden toegegeven dat in de publicaties niet expliciet wordt gesproken over de gehanteerde criteria, maar dat is ook niet strikt noodzakelijk. De Gemeente dient goed en toetsbaar uit te leggen dat en waarom er maar één serieuze gegadigde is. De ratio van de Didam-regels is immers dat (derde) belanghebbenden in de gelegenheid worden gesteld om na te gaan waarom het overheidslichaam van plan is de onroerende zaken aan één specifieke gegadigde te verkopen in plaats van een openbare selectieprocedure te organiseren en om tegen dat voornemen op te kunnen komen als die redenen volgens die derden de toets der kritiek van het Didam-arrest niet kunnen doorstaan. Die gelegenheid is hier geboden (vgl. ECLI:NL:GHDHA:2025:476). [eiseressen] hebben blijkens de dagvaarding kennis genomen van de publicatie van 25 maart 2026, zij wisten dus dat de Gemeente beoogde om het perceel in te zetten voor de huisvesting van de brandweer en zij hebben daarmee ook kennis genomen van de door de Gemeente daarbij gegeven nadere toelichting/achtergrondinformatie.
4.5.
De Gemeente heeft ter zitting in kader ook terecht gewezen op haar beleidsruimte, waarbinnen zij mag bepalen dat zij het/haar perceel wil inzetten ten behoeve van een publieke taak. [eiseressen] hebben dat ook niet weersproken.
4.6.
[eiseressen] gaat met haar standpunt dat de Gemeente ten onrechte ervan uitgaat dat [eiseressen] geen serieuze gegadigden zijn voor het perceel uit van een verkeerde uitleg van dat begrip. [eiseressen] menen dat zij als zodanig moeten worden beschouwd omdat voor de Gemeente (al jaren) duidelijk was dat zij serieus in de koop van het perceel geïnteresseerd waren. Dat kan op basis van de stukken wel worden aangenomen en wordt door de Gemeente op zichzelf ook niet weersproken. Een serieus geïnteresseerde is echter pas een serieus gegadigde, zoals hier bedoeld, als deze ook aan de gestelde criteria kan voldoen. Dat VHRM de enige partij is die kan voldoen aan het criterium dat de koper op het perceel een brandweerkazerne moet exploiteren, is tussen partijen niet in geschil.
4.7.
[eiseressen] hebben nog een aantal andere bezwaren naar voren gebracht. Geen van deze bezwaren kan echter leiden tot de conclusie dat de Gemeente een openbare selectieprocedure had moeten organiseren of alsnog zou moeten organiseren, zodat deze niet kunnen leiden tot toewijzing van het gevorderde. De voorzieningenrechter zal deze bezwaren hierna bespreken.
Overige bezwaren en opmerkingen van [eiseressen]
4.8.
[eiseressen] hebben niet weersproken dat de locatie van het perceel geschikt is voor het beoogde doel. Zij stellen dat er echter nog andere geschikte percelen beschikbaar zijn. Ook als dat zo zou zijn (wat de Gemeente betwist) dan maakt dat nog niet dat de Gemeente, wetende van de interesse van [eiseressen] in het perceel, gehouden is om voor een ander perceel te kiezen. Voor zover [eiseressen] met deze stelling hebben willen betogen dat de Gemeente het perceel alleen mag verkopen aan VRHM als dit het enige geschikte perceel voor het huisvesten van de brandweer is, gaat de voorzieningenrechter daaraan voorbij.
4.9.
[eiseressen] hebben verder gereageerd op de opmerking van de Gemeente in de publicaties dat door de verhuizing van de brandweer gebiedsontwikkeling mogelijk wordt in het gebied waar de brandweer nu is gevestigd. Zij wijzen erop dat dit ook mogelijk is als de brandweer naar een ander geschikt perceel verhuist. Dit kan volgens hen dan ook geen selectiecriterium zijn. De Gemeente heeft dit in de publicaties echter ook niet genoemd als selectiecriterium, maar als voordeel van de verhuizing van de brandweer naar het perceel. Dat dit voordeel zich ook voordoet bij een verhuizing naar een ander perceel kan [eiseressen] niet baten.
4.10.
[eiseressen] hebben zich voorts op het standpunt gesteld dat de Gemeente geen marktconforme prijs voor de verkoop van het perceel heeft gehanteerd. Als dit al zo zou zijn (de Gemeente heeft dit gemotiveerd weersproken) dan brengt dit nog niet met zich dat de Gemeente daarom [eiseressen] als serieuze gegadigde had moeten aanmerken en een openbare selectieprocedure had moeten organiseren, zoals [eiseressen] hieraan als (enige) conclusie verbinden. Dit kan dus verder onbesproken blijven.
4.11.
De voorzieningenrechter acht het bericht van de Gemeente van 23 mei 2023 onvoldoende om aan te kunnen nemen dat de Gemeente heeft toegezegd dat zij een openbare selectieprocedure zal organiseren voor de koop van het perceel, laat staan dat zij heeft toegezegd dat zij dan criteria zal hanteren waar [eiseressen] aan zouden kunnen voldoen. Voor zover [eiseressen] een beroep hebben gedaan op het vertrouwensbeginsel, gaat dat dan ook niet op. Met de mededeling van de Gemeente dat zij gehouden is om meerdere gegadigden in de gelegenheid te stellen tot aankoop refereert de Gemeente aan het in het Didam I-arrest geformuleerde uitgangspunt. Daarop is echter een uitzondering mogelijk. Of daar een beroep op zou (kunnen) worden gedaan, wist de Gemeente op dat moment nog niet. In de latere berichten, zoals weergegeven onder 3.2.. stelt de Gemeente ook meer in zijn algemeenheid rekening te zullen houden met (de eisen zoals gesteld in) het Didam-arrest. Dat heeft de Gemeente gelet op het vorenstaande ook gedaan.
4.12.
Gelet op de berichten die partijen de afgelopen jaren hebben gewisseld over het perceel, kan wel worden gezegd dat het de Gemeente zou hebben gesierd als zij [eiseressen] persoonlijk had geïnformeerd. De Gemeente heeft hierover echter gesteld dat zij dit niet kon vanwege de geheimhouding die rustte op de voorgenomen verkoop. Dat laat echter onverlet dat zij [eiseressen] minst genomen persoonlijk op de publicaties had kunnen wijzen. Daartoe was zij echter niet verplicht.
Conclusie en proceskosten
4.13.
Gelet op het voorgaande zijn de vorderingen niet voor toewijzing vatbaar.
4.14.
[eiseressen] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de Gemeente worden begroot op:
- griffierecht € 735,-
- salaris advocaat € 1.177,-
- nakosten € 189,- (plus de verhoging zoals vermeld in de
beslissing)
-------------------
Totaal € 2.101,-
4.15.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter:
5.1.
wijst het gevorderde af;
5.2.
veroordeelt [eiseressen] in de proceskosten van € 2.101,-, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [eiseressen] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, dan moeten [eiseressen] € 98,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
5.3.
veroordeelt [eiseressen] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Pro Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.R. Glass en in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2026.
ts