ECLI:NL:RBDHA:2026:170
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wijzigingsaanvraag verblijfsvergunning niet-tijdelijke humanitaire gronden
Eiseres, met de Marokkaanse nationaliteit, had een eerdere verblijfsvergunning voor verblijf bij haar ex-partner, die met terugwerkende kracht werd ingetrokken na beëindiging van de relatie. Zij diende een wijzigingsaanvraag in voor een verblijfsvergunning op niet-tijdelijke humanitaire gronden, welke door verweerder werd afgewezen omdat zij niet voldeed aan de vereisten van vijf jaar rechtmatig verblijf en het inburgeringsvereiste.
De rechtbank oordeelt dat verweerder alle relevante individuele omstandigheden heeft meegewogen en terecht concludeerde dat er geen klemmende humanitaire redenen zijn om de aanvraag toe te wijzen. Eiseres kon onvoldoende onderbouwen waarom zij bij terugkeer naar Marokko niet zou kunnen overleven of medische zorg zou missen. Ook is geen sprake van strijd met artikel 8 EVRM Pro, omdat de belangenafweging zorgvuldig is gemaakt en eiseres onvoldoende heeft aangetoond dat haar privéleven in Nederland onevenredig wordt aangetast.
Verder is niet gebleken van een reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de zaak inmiddels is beslist. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de vertrekplicht van eiseres.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de wijzigingsaanvraag verblijfsvergunning op niet-tijdelijke humanitaire gronden.