Uitspraak
tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 februari 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van Rijswijk
[derde-partij]uit [woonplaats] (vergunninghouder).
Rechtbank Den Haag
In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om het beroep van eiser tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rijswijk om een omgevingsvergunning te verlenen voor de bouw van een dakopbouw op een woning. De vergunning werd verleend ondanks strijd met een beheersverordening, op grond van een binnenplanse vrijstelling. Eiser woont naast de woning en voert onder meer aan dat de vergunning onzorgvuldig is voorbereid, dat de dakopbouw leidt tot onevenredige schaduwwerking en privacyverlies.
De rechtbank oordeelt dat het beroepschrift voldoet aan de procesvereisten en dat de procedurele bezwaren van eiser niet slagen. De inhoudelijke toetsing leidt tot de conclusie dat het college terecht een binnenplanse vrijstelling heeft verleend, omdat het bouwplan voldoet aan de voorwaarden van de beheersverordening en het beeldkwaliteitsplan. Wel stelt de rechtbank dat het college ten onrechte heeft aangenomen dat het een gebonden beschikking betreft en dat het onvoldoende heeft gemotiveerd dat de belangenafweging, met name ten aanzien van de schaduwwerking, zorgvuldig is uitgevoerd.
De rechtbank wijst erop dat het college een bezonningsstudie van een onafhankelijke deskundige moet laten uitvoeren en de belangenafweging opnieuw moet maken. Daarom wordt het college via een bestuurlijke lus in de gelegenheid gesteld het besluit te herstellen binnen zes weken. De rechtbank houdt verdere beslissing aan tot de einduitspraak en neemt nog geen beslissing over proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en geeft het college de gelegenheid het besluit te herstellen via een bestuurlijke lus.