ECLI:NL:RBDHA:2026:1704

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 januari 2026
Publicatiedatum
2 februari 2026
Zaaknummer
NL25.48645
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig betalen griffierecht bij nareis gezinshereniging

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf voor gezinshereniging nareis asiel. De rechtbank heeft het beroep niet inhoudelijk behandeld omdat het griffierecht van €194,- niet tijdig is betaald.

De rechtbank heeft eiseres op 11 oktober 2025 aangetekend verzocht het griffierecht binnen twee weken te voldoen, met de waarschuwing dat bij niet-betaling het beroep niet-ontvankelijk verklaard kan worden. De nota is op 15 oktober 2025 bezorgd en ondertekend ontvangen, maar betaling bleef uit.

Eiseres heeft geen geldige reden gegeven voor de late betaling. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Omdat het griffierecht uiteindelijk wel is betaald, zij het te laat, wordt dit bedrag aan eiseres terugbetaald. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht, dat wordt terugbetaald.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.48645
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres,

V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. R.J.J. Flantua),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend, omdat de minister volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag van 16 juli 2024 om een machtiging tot voorlopig verblijf voor gezinshereniging nareis asiel (de aanvraag).

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiseres heeft namelijk het griffierecht niet tijdig betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 194,-.
3. Als het griffierecht niet (tijdig) wordt betaald, is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet (tijdig) door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waaraan eiseres niets kan doen.
4. De rechtbank heeft eiseres op 11 oktober 2025 een aangetekende nota gestuurd, waarin staat dat eiseres het griffierecht binnen twee weken moet betalen. In deze nota staat ook dat de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren als eiseres het griffierecht niet of niet tijdig betaalt. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de nota op
15 oktober 2025 om 11.02 uur is bezorgd en dat voor ontvangst is getekend.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet tijdig ontvangen. Eiseres heeft daarvoor geen geldige reden gegeven.
6. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld en de rechtbank zal geen uitspraak doen over het beroep. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54, eerste lid, van de Awb).
7. Er is geen aanleiding voor een vergoeding van de proceskosten.
8. Omdat eiseres het griffierecht wel heeft betaald, maar te laat, zal dit aan haar worden terugbetaald.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. A.W. van Eerden, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
28 januari 2026
Mr. R.J.A. Schaaf A.W. van Eerden
Rechter Griffier
Rechtbank Midden-Nederland Rechtbank Midden-Nederland
Documentcode: [Documentcode]
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.