ECLI:NL:RBDHA:2026:17064

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 juni 2026
Publicatiedatum
24 juni 2026
Zaaknummer
K/4502/12033978
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • R.M. de Kort
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:265 BWArt. 6:96 lid 6 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens ernstige huurachterstand

Stichting Vidomes verhuurt sinds januari 2023 een woning aan de huurder, die een huurachterstand heeft opgebouwd van bijna vijf maanden bij dagvaarding, oplopend tot meer dan tien maanden bij de zitting. Stichting Vidomes vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van de woning en betaling van de achterstallige huur inclusief incassokosten en rente.

De huurder erkent de betalingsachterstand maar vraagt om een kans om zijn situatie te verbeteren. De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand ernstig genoeg is voor ontbinding, mede omdat de huurder een betalingsregeling niet is nagekomen en financieel in staat was de lopende huur te betalen. De belangen van Stichting Vidomes om de woning vrij te krijgen wegen zwaarder.

De kantonrechter veroordeelt de huurder tot betaling van € 3.239,03 aan achterstallige huur, € 458,99 aan buitengerechtelijke incassokosten, wettelijke rente vanaf 1 oktober 2025, en een gebruiksvergoeding van € 695,77 per maand vanaf januari 2026 tot ontruiming. De huurder moet de woning binnen veertien dagen na betekening ontruimen. Tevens worden de proceskosten aan de huurder opgelegd.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder veroordeeld tot ontruiming en betaling van achterstallige huur, incassokosten en gebruiksvergoeding.

Uitspraak

RECHTBANKDEN HAAG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Den Haag
RK/b
Zaaknummer: 12033978 \ RL EXPL 25-24415
Vonnis van 23 juni 2026
in de zaak van
STICHTING VIDOMES,
te Delft,
eisende partij,
hierna te noemen: Stichting Vidomes,
gemachtigde: Gerechtsdeurwaarderskantoor Over de Vest,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
De zaak in het kort
Deze zaak gaat over een huurgeschil. Er is een betalingsachterstand ontstaan. Stichting Vidomes vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning, en betaling van de achterstallige huur van [gedaagde] . De vorderingen worden toegewezen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de mondelinge behandeling van 28 mei 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Stichting Vidomes verhuurt met ingang van 31 januari 2023 aan [gedaagde] de woning aan het adres [adres] (hierna: de woning). De huur bedraagt € 695,77 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn de algemene voorwaarden van Stichting Vidomes van toepassing.
2.2.
[gedaagde] heeft (een deel van) de huur niet betaald. Stichting Vidomes heeft [gedaagde] op 10 oktober 2025 aangemaand om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen.

3.Het geschil

3.1.
Stichting Vidomes vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning en betaling van € 3.698,02 aan huurachterstand en incassokosten, vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
Stichting Vidomes legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde] is in zijn verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door niet (volledig) aan zijn betalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens Stichting Vidomes de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van de woning.
3.3.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] erkent de huurachterstand, maar voert aan dat hij nog een kans moet krijgen om zijn situatie te verbeteren. Zijn problemen worden alleen maar groter als hij zijn huis uit moet.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

[gedaagde] moet de achterstallige huur betalen
4.1.
Stichting Vidomes heeft betaling gevorderd van € 3.698,02. Dat bedrag omvat niet alleen achterstallige huurbetalingen, maar ook € 458,99 aan buitengerechtelijke incassokosten. De buitengerechtelijke incassokosten worden hierna apart behandeld.
4.2.
Het bedrag aan achterstallige huurbetalingen dat in de dagvaarding wordt gevorderd is € 3.239,03. Dat bedrag wordt toegewezen. [gedaagde] heeft de betalingsachterstand erkend.
4.3.
[gedaagde] is te laat met het betalen van de huurtermijnen en dus zal de gevorderde wettelijke rente over de huurachterstand worden toegewezen. Stichting Vidomes heeft rente gevorderd over een bedrag van € 2.543,26 (de huurachterstand berekend tot en met oktober 2025). In het petitum is de ingangsdatum van de wettelijke rente weggevallen, maar uit het lichaam van de dagvaarding blijkt dat Stichting Vidomes de wettelijke rente vordert vanaf 1 oktober 2025. De wettelijke rente wordt per die datum toegewezen.
De huurovereenkomst wordt ontbonden en de woning moet worden ontruimd
4.4.
Over de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning overweegt de kantonrechter als volgt. De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. In het algemeen geldt dat de wederpartij alleen bij een voldoende ernstige tekortkoming de overeenkomst mag ontbinden. [1] Bij ontbinding van een huurovereenkomst houdt dat in dat de kantonrechter de vordering toewijst als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen. [2]
4.5.
Op het moment van dagvaarden bedroeg de huurachterstand € 3.239,03. Bij een huurprijs van € 695,77 is dat bijna vijf maanden. Stichting Vidomes heeft op de mondelinge behandeling een overzicht overgelegd waaruit blijkt dat de huurachterstand sinds de dagvaarding is opgelopen. Op 28 mei 2026 (de datum van de zitting) ging het om een achterstand van € 7.416,44. [gedaagde] heeft erkend dat dit bedrag klopt. Deze huurachterstand is ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden.
4.6.
De omstandigheden die [gedaagde] heeft aangevoerd zijn onvoldoende om tot de conclusie te komen dat de huurachterstand de ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Volgens [gedaagde] is de hulp bij zijn schulden niet goed op gang gekomen; zowel gemeentelijke schuldhulp als wettelijke schuldsanering heeft niet geleid tot een oplossing van zijn problemen. De kantonrechter benadrukt dat [gedaagde] zelf een verantwoordelijkheid heeft om zijn financiën op orde te krijgen. In dit geval brengt die eigen verantwoordelijkheid mee dat hij in ieder geval de lopende huurtermijnen moest voldoen. [gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven daartoe ook financieel in staat te zijn, maar daaraan onvoldoende prioriteit te hebben gegeven. Daarmee heeft hij een kans laten lopen om de problemen met zijn verhuurder op te lossen.
4.7.
Stichting Vidomes heeft geprobeerd er samen met [gedaagde] uit te komen. Partijen hebben een betalingsregeling getroffen, maar die kwam [gedaagde] niet na. Inmiddels (althans, op het moment van de mondelinge behandeling) heeft Stichting Vidomes te maken met € 7.416,44 aan onbetaalde huur. Van haar kan in redelijkheid niet worden verlangd dat zij [gedaagde] nog een kans geeft door de woning lager aan hem te verhuren, met het risico dat de huurachterstand verder oploopt. Stichting Vidomes heeft er belang bij om vrij over de woning te kunnen beschikken en deze aan iemand anders te verhuren.
4.8.
De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst zal op grond van het voorgaande worden toegewezen. [gedaagde] wordt veroordeeld de woning te ontruimen op een termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis. De kantonrechter is van oordeel dat dit een redelijke termijn is om aan de veroordeling te voldoen.
4.9.
Stichting Vidomes wil ook dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot het betalen van een maandelijks bedrag van € 695,77, te rekenen vanaf 1 januari 2026 tot het moment dat [gedaagde] de woning ontruimt. Dit is de huurprijs per maand en na het ontbinden van de huurovereenkomst is dit een gebruiksvergoeding voor de tijd dat [gedaagde] nog in de woning verblijft. Deze vordering wordt toegewezen.
Buitengerechtelijke incassokosten
4.10.
Stichting Vidomes vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Stichting Vidomes heeft aan [gedaagde] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. Daarom zal een bedrag van € 458,99 worden toegewezen.
Proceskosten
4.11.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Stichting Vidomes worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
145,45
- griffierecht
529,00
- salaris gemachtigde
720,00
(2 punten × € 360,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.538,45

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot de woning aan het adres [adres] ,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Stichting Vidomes zijn, en de sleutels af te geven aan Stichting Vidomes,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] om te betalen aan Stichting Vidomes:
- € 3.239,03 aan achterstallige huur tot en met december 2025, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.543,26 met ingang van 1 oktober 2025 tot de dag van voldoening,
- € 695,77 per maand met ingang van 1 januari 2026 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden,
5.4.
veroordeelt [gedaagde] om aan Stichting Vidomes te betalen een bedrag van € 458,99 aan buitengerechtelijke kosten,
5.5.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.538,45, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. de Kort en in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2026.

Voetnoten

1.Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt, zo volgt uit artikel 6:265 BW Pro.
2.HR 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1810.