ECLI:NL:RBDHA:2026:17068
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ontbreken verdragsvluchtelingenstatus ondanks discriminatie en dienstweigering
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende man, diende op 11 december 2023 een asielaanvraag in met het beroep dat hij vanwege zijn sjiitische geloofsovertuiging en weigering van de dienstplicht in Turkije wordt gediscrimineerd en vervolgd. De minister wees de aanvraag op 10 februari 2026 af als kennelijk ongegrond, mede vanwege het te kwader trouw vernietigen van zijn paspoort.
De rechtbank behandelde het beroep op 13 mei 2026 en oordeelde dat de minister terecht concludeerde dat eiser geen verdragsvluchteling is. De rechtbank vond dat de ervaren discriminatie niet ernstig genoeg was om te spreken van vervolging en dat de minister voldoende rekening had gehouden met de Turkse grondwettelijke vrijheid van godsdienst. Ook de vrees voor dienstplichtweigering en mogelijke inzet bij oorlogshandelingen werd onvoldoende onderbouwd door eiser.
Verder was het vernietigen van het paspoort te kwader trouw, wat de afwijzing als kennelijk ongegrond rechtvaardigde. Het opleggen van een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar was eveneens rechtmatig en hoefde niet nader gemotiveerd te worden. Het beroep werd ongegrond verklaard en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag van eiser.