Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 16 oktober 2023. Verweerder heeft op 16 oktober 2025 alsnog een besluit genomen op deze aanvraag. Hierdoor is het beroep gericht tegen het niet tijdig beslissen feitelijk komen te vervallen, waardoor eiseres geen procesbelang meer heeft bij het beroep.
De rechtbank verklaart het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang. Ondanks de niet-ontvankelijkheid van het beroep, oordeelt de rechtbank dat verweerder de proceskosten van eiseres moet vergoeden, omdat verweerder alsnog aan het verzoek van eiseres heeft voldaan door het besluit te nemen.
De proceskostenvergoeding wordt vastgesteld op € 467, gebaseerd op de toepasselijke regels in de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht, met een wegingsfactor 'licht' vanwege de beperkte aard van het beroep. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 22 juni 2026 door rechter M.L. Weerkamp.