Eiser heeft op 8 september 2025 opnieuw beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 3 januari 2024. Op 23 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie alsnog een besluit genomen op deze aanvraag. Eiser heeft het beroep niet ingetrokken en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank overweegt dat het niet tijdig nemen van een besluit gelijkstaat aan een besluit, mits het bestuursorgaan in gebreke is en twee weken zijn verstreken na schriftelijke mededeling. Echter, nu alsnog een besluit is genomen, is niet gebleken dat eiser nog een afzonderlijk belang heeft bij de beoordeling van het beroep tegen het niet tijdig beslissen. Volgens vaste jurisprudentie vormt het verzoek om proceskostenvergoeding onvoldoende aanleiding voor inhoudelijke beoordeling.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk wegens vervallen procesbelang. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 467, gebaseerd op een puntensysteem met een wegingsfactor 'licht' vanwege de beperkte aard van het beroep. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 22 juni 2026.