ECLI:NL:RBDHA:2026:1711

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 januari 2026
Publicatiedatum
2 februari 2026
Zaaknummer
insolventienummer: C/09/24/61 R
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging WSNP zonder verlening van schone lei wegens toerekenbare tekortkomingen

De heer betrokkene is op 24 juni 2024 toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De looptijd van de regeling is op 24 december 2025 verstreken. De rechtbank beoordeelt of betrokkene aan zijn verplichtingen heeft voldaan om de schone lei te kunnen verlenen.

De bewindvoerder rapporteerde dat betrokkene onvoldoende informatie verstrekte over zijn inkomsten, uitgaven, arbeidsovereenkomst en gezondheid. Tevens heeft betrokkene niet aangetoond dat hij voldeed aan de sollicitatieplicht na een periode van vrijstelling en heeft hij nieuwe schulden laten ontstaan, waaronder huurtoeslagachterstanden en een schuld aan FBTO. Van afdracht van inkomsten is niets gebleken.

Betrokkene is niet verschenen bij de eindzitting, waardoor de rechtbank uitgaat van de rapportage van de bewindvoerder. Gezien de toerekenbare tekortkomingen en het ontbreken van bijzondere omstandigheden, besluit de rechtbank de WSNP te beëindigen zonder verlening van de schone lei. Tevens wordt de vergoeding van de bewindvoerder vastgesteld.

Uitkomst: De rechtbank beëindigt de WSNP zonder verlening van de schone lei wegens toerekenbare tekortkomingen.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANKDEN HAAG
Team Toezicht
insolventienummer: C/09/24/61 R
vonnis van 30 januari 2026
in de schuldsaneringsregeling van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1966 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] .
Waar deze zaak over gaat
De heer [betrokkene] zit in de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De looptijd van die regeling is voorbij. De rechtbank beoordeelt nu of de heer [betrokkene] aan de verplichtingen heeft voldaan die horen bij de WSNP. Als dat zo is wordt aan hem de zogenoemde “schone lei” verleend. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de WSNP werkt niet meer op hem kunnen verhalen. In het geval de heer [betrokkene] toerekenbaar niet (voldoende) aan de verplichtingen heeft voldaan, is ook mogelijk de schone lei niet te verlenen. Dat betekent dat schuldeisers hun vorderingen weer op hem kunnen verhalen.
De rechtbank zal de schone lei niet aan de heer [betrokkene] verlenen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.Verloop van de procedure

1.1.
De heer [betrokkene] is op 24 juni 2024 toegelaten tot de WSNP. Daarbij is mr. L. Mundt tot rechter-commissaris en, voor het laatst, K.F. Petridis te Leidschendam tot bewindvoerder benoemd.
1.2.
De looptijd is op 24 december 2025 verstreken.
1.3.
De bewindvoerder heeft schriftelijk verslag uitgebracht over het verloop van de regeling. Uit dit verslag blijkt dat de heer [betrokkene] de informatieverplichting, de sollicitatieverplichting en de verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan niet is nagekomen. Bij gebrek aan informatie is voorts niet vast te stellen of hij aan de afdrachtverplichting heeft voldaan. Om deze reden adviseert de bewindvoerder de heer [betrokkene] geen schone lei te verlenen.
1.4.
De bewindvoerder heeft de rechtbank bij bericht van 16 januari 2026 geïnformeerd over de laatste stand van zaken. Hieruit blijkt dat de informatieverplichting, de sollicitatieverplichting en de verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan nog steeds niet zijn nagekomen, en dat er nog steeds geen duidelijkheid is over de nakoming van de afdrachtverplichting.
1.5.
De eindzitting heeft op 23 januari 2026 plaatsgevonden. Op deze zitting is, namens de bewindvoerder, de heer [naam] verschenen. De heer [betrokkene] is, ondanks op de juiste wijze te zijn opgeroepen, niet verschenen.

2.De beoordeling

2.1.
Met het verstrijken van de looptijd eindigen voor de heer [betrokkene] de verplichtingen die de WSNP met zich brengt en moet worden beoordeeld of aan hem de schone lei kan worden verleend. Daarvoor is nodig dat de verplichtingen uit de WSNP tijdens de looptijd voldoende zijn nagekomen, ofwel dat de heer [betrokkene] daarin niet toerekenbaar is tekortgeschoten.
Informatieverplichting
2.2
Op grond van de overgelegde stukken en het ter zitting verhandelde moet de rechtbank
ervan uitgaan dat de bewindvoerder vanaf het begin van de schuldsaneringsregeling
onvoldoende stukken van de heer [betrokkene] heeft ontvangen en dat nog steeds veel
stukken inzake inkomsten en uitgaven ontbreken. Daarnaast informeert hij niet over
zijn arbeidsovereenkomst en gezondheidstoestand.
Inspanningsverplichting
2.3
Voorts is – mede door het ontbreken van stukken – niet gebleken dat de heer [betrokkene]
fulltime werkzaam is (geweest) in de periode dat hij daartoe in staat was. Hij is door de rechter-commissaris vrijgesteld van de inspanningsplicht vanaf toelating WSNP tot en
met 18 november 2024. Daarna heeft hij de bewindvoerder niet meer geïnformeerd
over zijn gezondheid, en heeft hij geen nieuw verzoek tot vrijstelling gedaan.
De bewindvoerder heeft van de budgetbeheerder destijds vernomen dat de
heer [betrokkene] een dienstbetrekking zou hebben verworven per april 2025. In dat geval
kan ervan uit worden gegaan dat er weer sprake was van arbeidsgeschiktheid. Nu de
dienstbetrekking 32 uur zou beslaan en de heer [betrokkene] niet heeft aangetoond dat hij
niet meer uren zou kunnen werken, was de aanvullende sollicitatieplicht van toepassing. Voorts heeft de heer [betrokkene] niet aangetoond dat hij in de periode tussen 19 november 2024 en maart 2025 niet kon werken, zodat ervan moet worden gegaan dat in die periode de sollicitatieplicht ook op hem rustte. Hij heeft echter niet aantoonbaar gesolliciteerd. In totaal is sprake van een tekortkoming van dertien maanden.
Verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan
2.4
Voorts heeft de heer [betrokkene] nieuwe schulden laten ontstaan inzake huurtoeslag 2024 van € 1.803,- en huurtoeslag 2025 van € 806,-. Ook heeft hij een schuld laten ontstaan aan FBTO van € 196,20. Van betalingen of betalingsregelingen is niet gebleken.
Afdrachtverplichting
2.5
Tot slot heeft de bewindvoerder bij gebrek aan gegevens niet alle berekeningen inzake
het vrij te laten bedrag en de verplichte boedelafdrachten kunnen maken. Daardoor is niet vast te stellen in hoeverre de heer [betrokkene] zijn afdrachtverplichting is nagekomen. Aangezien hij per april 2025 hoogstwaarschijnlijk wel inkomen heeft gehad uit loon, is het mogelijk dat afdrachten hadden moeten plaatsvinden. De heer [betrokkene] heeft echter niets afgedragen.
2.6
Nu de heer [betrokkene] niet ter zitting is verschenen en aldus geen gebruik heeft gemaakt van zijn recht te worden gehoord, moet de rechtbank onverkort uitgaan van hetgeen hiervoor is vermeld. Dit maakt dat de rechtbank het ervoor moeten houden dat de heer [betrokkene] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de verplichtingen van de wettelijke schuldsaneringsregeling. Alle omstandigheden in aanmerking nemende kan niet worden gezegd dat het gaat om tekortkomingen die vanwege de bijzondere aard of geringe betekenis ervan buiten beschouwing kunnen worden gelaten.
Dat betekent dat de regeling zonder schone lei zal worden beëindigd.
2.7
De rechtbank zal de vergoeding van de bewindvoerder vaststellen.

3.De beslissing

De rechtbank:
- stelt vast dat de heer [betrokkene] toerekenbaar in de nakoming van een of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten;
- bepaalt dat de toerekenbare tekortkomingen niet vanwege de bijzondere aard of geringe betekenis ervan buiten beschouwing kunnen worden gelaten;
- geeft te kennen dat de schuldsaneringsregeling zonder schone lei eindigt op het moment dat de slotuitdelingslijst verbindend is geworden;
- stelt de vergoeding van de bewindvoerder vast op € 3.869,09 (inclusief de verschuldigde omzetbelasting), voor zover de boedel toereikend is;
- stelt het bedrag aan vastrecht vast op € 820,-, voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. D. de Loor, rechter, in samenwerking met R. Becker, griffier.
Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2026.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kan degene die dat volgens de Faillissementswet mag gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.