Eiseres, samen met haar minderjarige kinderen, allen van Surinaamse nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij haar partner, de referent, te verblijven. De aanvraag werd door de minister van Asiel en Migratie afgewezen vanwege het niet voldoen aan het middelenvereiste, waarbij het inkomen uit een persoonsgebonden budget (PGB) door verweerder als gefingeerd werd beschouwd en buiten beschouwing werd gelaten.
De rechtbank heeft het beroep op 11 mei 2026 behandeld en oordeelt dat het standpunt van verweerder niet kan worden gevolgd. De gewijzigde zorgovereenkomst tussen referent en het Zilveren Kruis uit mei 2025 is geldig en het inkomen uit het PGB wordt ondersteund door loonspecificaties. Verweerder mocht deze overeenkomst niet zonder nader onderzoek terzijde schuiven.
Daarom wordt het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht aan eiseres.