ECLI:NL:RBDHA:2026:1713
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging brede ondersteuning op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen is terecht
Eiser, een gedupeerde van de toeslagenaffaire, maakte aanspraak op brede ondersteuning op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) om een nieuwe start te maken. De ondersteuning bestond uit financiële hulp voor schulden en een maatwerkbudget voor noodzakelijke goederen. Verweerder beëindigde deze ondersteuning met het argument dat eiser een nieuwe start had kunnen maken en verdere ondersteuning niet langer passend was.
Eiser betwistte dit en voerde aan dat het plan van aanpak onvoldoende was besproken, niet alle doelen waren behaald en dat het besluit in strijd was met diverse bestuursrechtelijke beginselen. De rechtbank oordeelde dat het plan van aanpak wel degelijk bekend was bij eiser en dat verweerder voldoende inspanningen had geleverd om de doelen te bereiken. Het niet behalen van alle doelen lag vooral in de invloedsfeer van eiser zelf.
Hoewel de rechtbank het beroep gegrond verklaarde vanwege onvoldoende motivering van het beëindigen van de ondersteuning, vond zij dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand konden blijven. De rechtbank wees erop dat de brede ondersteuning tijdelijk en gericht is op een nieuwe start, niet op structurele inkomensondersteuning of het oplossen van alle schulden. Verweerder had voldoende gedaan en eiser had onvoldoende individuele omstandigheden aangevoerd om het besluit als onevenredig te bestempelen.
De rechtbank bepaalde dat verweerder het griffierecht aan eiser moest vergoeden, maar dat eiser geen recht had op proceskostenvergoeding omdat hij zich niet door een professionele rechtsbijstandverlener had laten vertegenwoordigen. De uitspraak werd gedaan door rechter M.D. Gunster op 30 januari 2026.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.