ECLI:NL:RBDHA:2026:17204
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging verblijfsvergunning op grond van Verblijfsregeling Mensenhandel
Eiser, een Braziliaanse nationaliteit, had een verblijfsvergunning op tijdelijke humanitaire gronden vanwege een aangifte van mensenhandel. Deze vergunning werd ingetrokken omdat het Openbaar Ministerie geen vervolging instelde. Eiser vroeg om verlenging van zijn verblijfsvergunning, maar dit werd afgewezen omdat er geen strafrechtelijke vervolging liep en het onderzoek niet was heropend.
Eiser voerde aan dat hij wel degelijk slachtoffer was en een privéleven in Nederland had opgebouwd met zijn gezin en bedrijf. Ook stelde hij dat hij gehoord had moeten worden in de bezwaarfase. De rechtbank oordeelde dat het bezwaar zich alleen richtte op de verlengingsaanvraag en niet op het intrekkingsbesluit, dat rechtsgeldig was.
De rechtbank vond dat verweerder de aanvraag terecht had afgewezen omdat er geen strafrechtelijke vervolging was en eiser onvoldoende had onderbouwd wat zijn privéleven in Nederland inhoudt. Ook was er geen schending van de hoorplicht, omdat eiser zijn bezwaar niet had aangevuld en verweerder geen aanleiding had om hem te horen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verlenging van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.