ECLI:NL:RBDHA:2026:17205

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 juni 2026
Publicatiedatum
25 juni 2026
Zaaknummer
VK 25/16942
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 32 VisumcodeVerordening (EG) nr. 810/2009ECLI:EU:C:2013:862
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens onvoldoende onderbouwing familieband en terugkeervoornemen

Eiseressen, beiden met de Marokkaanse nationaliteit, hebben een visum kort verblijf aangevraagd om familie in Nederland te bezoeken. De minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag af omdat eiseressen onvoldoende bewijs leverden van het doel en de omstandigheden van het verblijf en er twijfel bestond over hun voornemen het EU-grondgebied tijdig te verlaten.

Eiseressen voerden aan dat zij alle benodigde documenten hadden overlegd en dat aanvullende stukken niet in de checklist waren vermeld. Ook stelden zij dat zij in de bezwaarfase geen gelegenheid kregen om aanvullende stukken te overleggen. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder voldoende informatie had verstrekt over de benodigde documenten, onder meer via de aanvraagformulieren en de website van de IND.

De rechtbank stelde vast dat eiseressen onvoldoende stukken hadden ingediend om de familieband en hun binding met Marokko aan te tonen. De enkele overeenkomst van achternamen was onvoldoende om de familieband vast te stellen. Ook ontbraken gegevens over de leefomstandigheden die het terugkeervoornemen zouden ondersteunen. Daarom was het besluit tot afwijzing terecht en bleef het beroep ongegrond.

De rechtbank wees het griffierecht en proceskostenvergoedingen af. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 25/16942

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 juni 2026 in de zaak tussen

[eiseres 1], eiseres 1

V-nummer: [V-nummer 1]
en

[eiseres 2], eiseres 2

V-nummer: [V-nummer 2]
hierna tezamen: eiseressen,
en

de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseressen tegen de afwijzing van hun aanvraag voor een visum kort verblijf
1.1.
Verweerder heeft deze aanvraag met de besluiten van 20 juni 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 7 augustus 2025 op het bezwaar van eiseressen is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 19 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: referent en de echtgenote van referent. Namens verweerder is met voorafgaand bericht geen gemachtigde verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
2. Eiseres 1 is geboren op [geboortedatum 1] 1970 en eiseres 2 op [geboortedatum 2] 2014. Zij hebben de Marokkaanse nationaliteit. Zij hebben een visum kort verblijf aangevraagd om hun zus en tante, [naam 1], en haar echtgenoot, [naam 2] (referent) in Nederland te bezoeken.
3. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat eiseressen het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf niet hebben aangetoond en omdat er redelijke twijfel bestaat over hun voornemen om het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie te verlaten voor het verstrijken van de geldigheid van het aangevraagde visum. [1]
Wat vinden eiseressen in beroep?
4. Eiseressen zijn het niet eens met het bestreden besluit en voeren het volgende aan. Bij de aanvraag hebben zij de nodige documenten al aangeleverd. Verweerder vraagt nu om stukken en informatie die niet bij de aanvraag al werden verwacht. Verweerder verwacht bijvoorbeeld een familieboekje en geboorteaktes, terwijl deze niet in de checklist bij de aanvraag genoemd werden. Ook is met de overgelegde stukken wel duidelijk genoeg dat de betrokkenen familie van elkaar zijn en dat eiseressen zullen terugkeren naar Marokko. Eiseres 1 woont bij haar zoons en eiseres 2 is een schoolgaande tiener die bij haar gezin woont. Verweerder heeft eiseressen ook in de bezwaarfase niet in de gelegenheid gesteld de stukken aan te vullen.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. De rechtbank geeft eiseressen geen gelijk. De rechtbank zal dit oordeel hieronder uitleggen.
6. In artikel 32, eerste lid, van de Visumcode zijn de gronden opgenomen op basis waarvan een visum geweigerd kan worden. Deze weigeringsgronden zijn ieder afzonderlijk voldoende om een visum te weigeren. Volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft verweerder een ruime beoordelingsmarge bij de beoordeling van de relevante feiten om te bepalen of één van de weigeringsgronden van toepassing is. [2] De rechter kan het besluit van verweerder hierover daarom slechts terughoudend toetsen.
7. De rechtbank is van oordeel dat wel van eiseressen verwacht mocht worden dat zij hun aanvraag met meer stukken zouden onderbouwen. Het is namelijk in eerste instantie aan een aanvrager om diens aanvraag compleet te maken. Hoewel het begrijpelijk is dat voor eiseressen niet heel duidelijk was welke stukken nog meer nodig waren, was die informatie wel voldoende beschikbaar via de website van de IND en de aanvraagformulieren die daarop staan. Op pagina 5 van de ‘Vragenlijst (1) Visumaanvraag’ is benoemd: ‘Stuur bewijs mee van de gezinsband van de visumaanvrager. Zoals een huwelijksakte, geboorteakte(s) of een familieboekje.’ Dat ziet op elke visumaanvrager die op de voorgaande pagina gezinsleden heeft ingevuld. Hoewel de rechtbank inziet dat vanwege de plaatsing op het aanvraagformulier makkelijk over deze tekst heen te lezen is, concludeert de rechtbank toch dat verweerder eiseressen voldoende heeft geïnformeerd over welke stukken nodig zijn. Dat eiseressen zich bij hun aanvraag met name hebben gebaseerd op de checklist, neemt niet weg dat de informatie over de benodigde stukken beschikbaar was. Verweerder heeft daarnaast in de primaire besluiten van 20 juni 2025 aangegeven dat de aanvraag is afgewezen omdat verschillende punten onvoldoende waren onderbouwd. Benoemd zijn onder andere om de familierelatie, het doel en de omstandigheden van het verblijf, en het voornemen om terug te gaan naar Marokko. Ook in de vragenlijst van het bezwaar is ruimte geboden om die punten met meer stukken te onderbouwen. Verweerder hoefde eiseressen in de bezwaarfase niet meer gelegenheid te geven om de stukken aan te vullen of om specifieke stukken te vragen.
8. Naar het oordeel van de rechtbank mocht verweerder ook concluderen dat het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf onvoldoende zijn aangetoond en dat er twijfel bestaat over hun voornemen om het grondgebied te verlaten. De rechtbank ziet in dat eiseressen en referent veel moeite hebben gedaan om hun aanvraag te onderbouwen. Toch is van belang dat eiseressen – zoals verweerder heeft gesteld – geen stukken hebben ingediend over verschillende punten die belangrijk zijn voor de beoordeling van hun visumaanvraag. Zoals hiervoor besproken, mocht dit wel van hen verwacht worden. Omdat eiseressen de aanvraag hebben gedaan voor een familiebezoek, mocht van hen verwacht worden dat zij de familieband onderbouwen. Dit is namelijk nodig om het doel en de omstandigheden van het bezoek vast te stellen. Dat de betrokkenen dezelfde achternaam hebben, is op zichzelf niet genoeg voor de conclusie dat een familierelatie bestaat. Ook kan op basis daarvan niet worden vastgesteld wat die relatie dan precies is. Zonder nadere onderbouwing van de (leef)omstandigheden van eiseressen in Marokko, kon verweerder ook niet vaststellen dat zij voldoende binding met Marokko hebben om terug te keren. Dat eiseres 1 bij haar zoons woont en eiseres 2 naar school gaat, kon verweerder met het dossier zoals het er ligt, niet vaststellen. De rechtbank kan goed begrijpen dat eiseres 1, juist nu zij vanwege het overlijden van haar moeder geen zorgtaken meer heeft voor haar moeder, graag Nederland wil bezoeken. In dat licht is de rechtbank ook met eiseressen eens dat aan het overlijden van de moeder niet zomaar de conclusie mag worden verbonden dat eiseres geen sociale binding meer heeft met Marokko. Maar ook hiervoor geldt dat er nu onvoldoende stukken zijn overgelegd om te concluderen dat eiseressen wel een sterke sociale binding hebben met Marokko.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiseressen krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M. de Wit, rechter, in aanwezigheid van mr. H.S. van Wessel, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 juni 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Zie artikel 32, eerste lid, onder a en ii en onder b, van de Verordening (EG) nr. 810/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot vaststelling van een gemeenschappelijke visumcode (Visumcode).
2.Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 19 december 2013, ECLI:EU:C:2013:862, Koushkaki tegen Duitsland.