ECLI:NL:RBDHA:2026:17205
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens onvoldoende onderbouwing familieband en terugkeervoornemen
Eiseressen, beiden met de Marokkaanse nationaliteit, hebben een visum kort verblijf aangevraagd om familie in Nederland te bezoeken. De minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag af omdat eiseressen onvoldoende bewijs leverden van het doel en de omstandigheden van het verblijf en er twijfel bestond over hun voornemen het EU-grondgebied tijdig te verlaten.
Eiseressen voerden aan dat zij alle benodigde documenten hadden overlegd en dat aanvullende stukken niet in de checklist waren vermeld. Ook stelden zij dat zij in de bezwaarfase geen gelegenheid kregen om aanvullende stukken te overleggen. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder voldoende informatie had verstrekt over de benodigde documenten, onder meer via de aanvraagformulieren en de website van de IND.
De rechtbank stelde vast dat eiseressen onvoldoende stukken hadden ingediend om de familieband en hun binding met Marokko aan te tonen. De enkele overeenkomst van achternamen was onvoldoende om de familieband vast te stellen. Ook ontbraken gegevens over de leefomstandigheden die het terugkeervoornemen zouden ondersteunen. Daarom was het besluit tot afwijzing terecht en bleef het beroep ongegrond.
De rechtbank wees het griffierecht en proceskostenvergoedingen af. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.