Uitspraak
Informele rechtsingang
[minderjarige],
[de moeder],
[de vader],
Procedure
- de brief van [minderjarige] van 13 januari 2026;
- het bericht van de vader op 2 maart 2026;
- het bericht van de moeder op 2 maart 2026;
- de brief van de vader op 11 maart 2026;
- de brief van de vader op 13 maart 2026;
- de brief van de vader op 28 april 2026;
- de brief van de moeder op 8 mei 2026.
Feiten
- De vader en de moeder hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
- Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit ingevolgde een aantekening in het gezagsregister van 10 augustus 2016.
- [minderjarige] heeft de hoofdverblijfplaats bij de vader.
- Bij de beschikking van 22 november 2019 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, die is bekrachtigd door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch op 24 december 2020, is het hoofdverblijf van [minderjarige] bij de vader vastgesteld en is een zorgregeling vastgesteld, in die zin dat de moeder twee van de drie weekenden voor [minderjarige] zorgt, waarbij zij [minderjarige] op vrijdag ophaalt uit school en de vader haar op zondag om 18.00 uur, althans na het eten, ophaalt bij de moeder en dat [minderjarige] 60% van de vakantieperiodes bij de moeder verblijft en 40% bij de vader, in onderling overleg tussen partijen nader overeen te komen.
- Bij de beschikking van deze rechtbank op 22 juli 2024 is de bestaande weekendregeling en een vaste verdeling van de feest- en vakantiedagen vastgesteld.
Aanvraag en verzoeken
- een wijziging van de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] naar de moeder per 6 juli 2026;
- een weekendregeling waarbij [minderjarige] om het weekend bij de vader verblijft (conform de aangepaste schema’s);
- een omgekeerde haal- en brengregeling ten opzichte van de huidige situatie, waarbij de moeder [minderjarige] naar de vader brengt en de vader [minderjarige] terugbrengt naar de moeder;
- een gelijke (50/50) verdeling van de vakantiedagen, overeenkomstig de door de vader aangepaste schema’s;
- handhaving van de beschikking van 22 juli 2024 vastgestelde feestdagenregeling, met dien verstande dat de schema’s zijn aangepast aan de nieuwe hoofdverblijfssituatie.
- de beschikking van 22 juli 2024 wordt vernietigd;
- het hoofdverblijf van [minderjarige] met ingang van 6 juli 2026 bij de moeder te bepalen, waardoor zij tevens gerechtigd is alle tegemoetkomingen voor de minderjarige te innen;
- een zorgregeling wordt vastgesteld die recht doet aan de wensen van [minderjarige] waarbij [minderjarige] gedurende één weekend per maand en verder op verzoek van [minderjarige] bij de vader verblijft, alsmede de helft van de vakanties en feestdagen, althans een regeling welke de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren;
- de vader [minderjarige] op vrijdag na school ophaalt en de moeder [minderjarige] op zondagavond rond 18:00 uur weer ophaalt bij de vader;
- op een later moment in deze procedure, rekening houdend met de nog vast te stellen zorgregeling, een bijdrage van de vader aan de moeder wordt vastgesteld voor de kosten van de opvoeding en verzorging van de minderjarige, welke bij vooruitbetaling dient te worden voldaan.
Beoordeling
Beslissing
- stelt de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] vast bij de moeder per 6 juli 2026;
- bepaalt dat [minderjarige] om het weekend bij haar vader verblijft waarbij de vader [minderjarige] vrijdag uit school ophaalt en de moeder [minderjarige] op zondag rond 18:00 uur weer ophaalt;
- stelt vast dat de vakanties en feestdagen gelden volgens de schema’s zoals bepaald bij de beschikking van deze rechtbank van 22 juli 2024 waarbij het schema van 2027 geldt voor de komende oneven jaren en het schema van 2028 geldt voor de even jaren in de toekomst;