ECLI:NL:RBDHA:2026:17277
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toestemming vervangende vakantie en proceskostenveroordeling in kort geding ouders
De moeder vordert in kort geding vervangende toestemming om met het minderjarige kind op vakantie te gaan naar twee bestemmingen in de zomer van 2026, nadat de vader zijn toestemming zonder opgave van reden heeft geweigerd. De ouders oefenen gezamenlijk het gezag uit over het kind.
De vader verschijnt niet op de zitting, waarna verstek tegen hem wordt verleend. De voorzieningenrechter oordeelt dat de moeder belang heeft bij toewijzing van de vordering en dat de weigering van de vader geen geldige reden bevat. Dit patroon van weigering is niet nieuw, waardoor de moeder genoodzaakt was het kort geding te starten.
De voorzieningenrechter veroordeelt de vader in de proceskosten, waaronder deurwaarderskosten, griffierecht, advocaatkosten en nakosten, vanwege het misbruik van gezagsbevoegdheid. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en op 26 mei 2026 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De moeder krijgt vervangende toestemming voor vakantie met het kind en de vader wordt veroordeeld in de proceskosten.