ECLI:NL:RBDHA:2026:17299

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
26 juni 2026
Zaaknummer
C/09/705572 / FA RK 26-5053
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 37 WzdArt. 3.2.3 Wet langdurige zorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot voortzetting van inbewaringstelling wegens psychogeriatrische aandoening

Op 21 mei 2026 diende het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) een verzoek in bij de rechtbank Den Haag tot machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van een cliënt geboren in 1955, verblijvend in een zorginstelling. De cliënt vertoonde onrustig en geagiteerd gedrag, suïcidale uitingen en dwaalde door de instelling, wat aanleiding gaf tot ernstige veiligheidszorgen.

Tijdens de zitting op 26 mei 2026 werd vastgesteld dat de cliënt geen uitdrukkelijk verweer voerde tegen het verzoek, maar wel verzet toonde tegen opname in een accommodatie. De medisch deskundige verklaarde dat voortzetting noodzakelijk is om de situatie te laten kalmeren en verdere passende zorg te kunnen bieden.

De rechtbank concludeerde dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door een ongespecificeerde neurocognitieve stoornis, waaronder levensgevaar en agressief gedrag dat de veiligheid van de cliënt en anderen bedreigt. Minder bezwarende alternatieven zijn niet beschikbaar.

Daarom werd de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor de duur van zes weken toegekend, tot en met 7 juli 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor zes weken wegens onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/705572 / FA RK 26-5053
Datum beschikking: 26 mei 2026

Machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling

Beschikkingnaar aanleiding van het op 21 mei 2026 door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:
[cliënt],
hierna te noemen: cliënt,
geboren op [geboortedatum] 1955 te [geboorteplaats], [geboorteland],
wonende te [woonplaats],
thans verblijvende in de accommodatie [zorginstelling 1], te [plaats],
advocaat: mr. M. van Olffen te Nootdorp.

Procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 21 mei 2026.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- de beschikking tot inbewaringstelling van de burgemeester van de [gemeente] van 20 mei 2026;
- de op 20 mei 2026 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige arts, [naam 1], die cliënt met het oog op de machtiging kort tevoren heeft onderzocht, maar niet bij haar behandeling betrokken was;
- een indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 16 september 2024.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 26 mei 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- cliënt, bijgestaan door mr. P. Arkema-Hummel, waarnemend voor de advocaat;
- de arts, mevrouw [naam 2].

Standpunten ter zitting

De arts heeft ter zitting naar voren gebracht dat betrokkene zowel op de open afdeling van [zorginstelling 2] als in de huidige accommodatie momenten heeft met onrust en agitatie. Zij wil op deze momenten naar buiten en weigert te eten en drinken. De komende tijd is nodig om de situatie verder te laten kalmeren, waarna kan worden gekeken naar een passende plek bij [zorginstelling 2].
Betrokkene heeft ter zitting geen uitdrukkelijk verweer gevoerd tegen het verzoek. Zij erkent verward te zijn geraakt. Zij wil het verblijf in de huidig instelling wel een kans geven, maar begrijpt dat een inbewaringstelling nodig is voor haar eigen veiligheid.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel waardoor een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht. Het ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van cliënt als gevolg van een psychogeriatrische aandoening, te weten een ongespecificeerde neurocognitieve stoornis, dit ernstig nadeel veroorzaakt.
Het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige materiële schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- bedreiging van de veiligheid van cliënt al dan niet doordat hij onder invloed van een ander raakt;
- de situatie dat cliënt met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Tijdens de opname op een open afdeling van een verpleeghuis voorafgaand aan de inbewaringstelling heeft betrokkene zich suïcidaal geuit en met spullen door de kamer gegooid. Ook dwaalde zij door de zorginstelling en ging in de avonden zelfstandig naar buiten. Zij wordt echter niet in staat geacht om de weg terug naar het huis te vinden of aan anderen uit te leggen waar zij verblijft. Verder kan betrokkene achterdochtig zijn, waarbij zij onder meer verwijten maakt richting verplegend personeel en verbaal en fysiek agressief gedrag kon tonen. Ten slotte riep zij mogelijk de agressie van medebewoners op met haar gedrag, waaronder ongevraagd de kamer van anderen binnenlopen. Ook op de huidige afdeling worden momenten gezien waarbij betrokkene onrustig en geagiteerd gedrag toont.
Om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden is
voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk. Dit middel is ook geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden en er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
Gebleken is dat cliënt zich verzet tegen de voortzetting van het verblijf in een accommodatie. Betrokkene heeft tijdens haar verblijf op zowel de open afdeling als de gesloten afdeling verbaal verzet getoond tegen de opname. Ook heeft zij zich eerder suïcidaal geuit als de open opname zou worden gecontinueerd.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een voortzetting van de inbewaringstelling. De machtiging zal worden verleend voor de duur van zes weken.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling ten aanzien van:
[cliënt],
geboren op [geboortedatum] 1955 te [geboorteplaats], [geboorteland],
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 7 juli 2026.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, rechter, bijgestaan door K.S. Versteegen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 26 mei 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 5 juni 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.