ECLI:NL:RBDHA:2026:17318
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening aanvraag gehandicaptenparkeerkaart wegens onvoldoende medewerking
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een Europese gehandicaptenparkeerkaart (GPK). De gemeente Den Haag had de aanvraag afgewezen omdat verzoeker niet tijdig een machtiging verstrekte voor een kwaliteitscontrole van het medisch advies, waardoor niet kon worden vastgesteld of aan de voorwaarden voor een GPK werd voldaan.
Verzoeker stelde dat hij ernstig beperkt is in zijn mobiliteit en dat er al twee positieve medische adviezen waren die voldoende waren om de kaart toe te kennen. Hij voerde aan dat het niet afronden van de kwaliteitscontrole de reeds beschikbare adviezen niet ondeugdelijk maakte. De voorzieningenrechter overwoog dat de gemeente terecht twijfels had over de kwaliteit van het medisch advies en dat het verzoeker was die niet meewerkte aan het onderzoek.
Daarnaast nam de voorzieningenrechter mee dat verzoeker medegebruik maakt van een privéparkeerplaats en dat er een hoorzitting op korte termijn gepland stond. Gezien deze omstandigheden en het belang van een zorgvuldige besluitvorming, woog het belang van de gemeente zwaarder dan dat van verzoeker. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het belang van de gemeente zwaarder weegt dan dat van verzoeker.