Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
hij op 23 april 2020 in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk heeft verkocht en/of verstrekt ongeveer 20.000 gram, in elk geval een hoeveelheid (van 20 blokken) van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
hij, in de periode van 9 januari 2020 tot en met 24 september 2022 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, telkens om een feit bedoeld in het vierde en vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen, van hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne en/of een ander middel, zijnde cocaïne en/of een ander middel (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden, (telkens) zich en
anderenmeermalen, inlichtingen tot het plegen van die feiten heeft getracht te verschaffen, immers heeft hij:
met (de gebruikers van de accounts) [account 1] , [account 2] , [account 3] , [account 4] , [account 5] , [account 6] , [account 7] , [account 8] , [account 9] , [account 10] , [account 11] , [account 12] en [account 13] inlichtingen uitgewisseld over de prijs en/of beschikbaarheid en/of samenstelling van cocaïne,
uitgewisseldmet meerdere tegencontacten op één aangetroffen telefoon (de iPhone 7) omtrent de prijs en/of beschikbaarheid en/of samenstelling en/of (internationaal) vervoer en/of import en/of levering van cocaïne althans drugs gerelateerde gesprekken
gehad.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De inbeslaggenomen voorwerpen
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (ZES) JAREN;