Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:17336

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 juni 2026
Publicatiedatum
26 juni 2026
Zaaknummer
NL26.6728 en NL26.6729
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29 VwArt. 30b VwArtikel 14 Procedurerichtlijn 2013/32/EUArtikel 15 Procedurerichtlijn 2013/32/EUArtikel 4 Kwalificatierichtlijn 2011/95/EU
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging afwijzing asielaanvraag wegens onzorgvuldig horen en onvoldoende beoordeling binnenlands beschermingsalternatief

Eiser, een Congolese asielzoeker die tot de Mubembe bevolkingsgroep behoort en in het verleden als kindsoldaat is gerekruteerd, diende op 14 november 2025 een asielaanvraag in. De minister van Asiel en Migratie wees deze aanvraag op 5 februari 2026 af als kennelijk ongegrond vanwege openbare orde aspecten en het bestaan van een binnenlands beschermingsalternatief in Kinshasa.

De rechtbank oordeelt dat het horen van eiser via videoverbinding onzorgvuldig was, gezien zijn kwetsbaarheid, traumatische achtergrond en de technische problemen tijdens het gehoor. Dit leidde tot onvoldoende signalering van zijn toestand en het niet naleven van de Procedurerichtlijn.

Voorts concludeert de rechtbank dat verweerder ten onrechte de problemen van eiser in de DRC, waaronder zijn verleden als kindsoldaat, niet als relevant asielmotief heeft beoordeeld. De eerdere intrekkingsprocedure en rechterlijke uitspraken kunnen niet zonder meer worden overgenomen in deze eerste asielaanvraag.

Daarnaast is het binnenlands beschermingsalternatief Kinshasa onvoldoende gemotiveerd, aangezien verweerder niet heeft ingegaan op de persoonlijke omstandigheden van eiser, zoals zijn etniciteit, trauma’s en gebrek aan netwerk. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummers: NL26.6728 (beroep)
NL26.6729 (voorlopige voorziening)
V-nummer: [v-nummer]
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[eiser],

geboren op [geboortedag] 1998, van Congolese nationaliteit, eiser/ verzoeker, hierna te noemen: eiser
(gemachtigde: mr. M.K. Bulthuis),
en

de minister van Asiel en Migratie, hierna: verweerder

(gemachtigde: mr. R. van Steijn).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank/ voorzieningenrechter (hierna: de rechtbank) het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag en zijn verzoek om een voorlopige voorziening.
1.1.
Eiser heeft op 14 november 2025 een asielaanvraag ingediend. Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 5 februari 2026 (hierna: het bestreden besluit) afgewezen als kennelijk ongegrond.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 10 juni 2026 samen met het verzoek om een voorlopige voorziening hangende dit beroep op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn verschenen. Eiser is bijgestaan door de tolk F. Karakezi in de taal Swahili. De gemachtigde van verweerder is met voorafgaand bericht niet verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag en het verzoek om een voorlopige voorziening aan de hand van de beroepsgronden die eiser heeft aangevoerd.
3. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Voorgeschiedenis
4. De moeder van eiser heeft voor eiser een MVV [1] aangevraagd. Eiser is vervolgens op deze MVV Nederland ingereisd. Hij is ambtshalve in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, aanhef en onder a, van de Vw [2] . Aan de moeder van eiser is een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw [3] verleend. De verblijfsvergunning van eiser was geldig van 5 december 2013 tot 5 december 2018. Bij besluit van 20 maart 2019 is deze verblijfsvergunning verlengd tot 5 december 2023.
5. Bovengenoemde vergunning is op 19 januari 2023 per beschikking vanaf 9 juli 2016 ingetrokken, vanwege openbare orde aspecten.
6. Het door eiser aangetekende beroep tegen deze beslissing is ongegrond verklaard op 8 november 2023. [4] Ook het aangetekende hoger beroep bij de Afdeling [5] is ongegrond verklaard op 22 mei 2024. [6]
Het asielrelaas
7. Eiser heeft verklaard dat hij de Congolese nationaliteit heeft en tot de Mubembe bevolkingsgroep behoort. Hij heeft verklaard dat hij in het verleden gedwongen gerekruteerd is geweest en zodoende vijf jaar lang als kindsoldaat te werk is gesteld in het gewapend conflict in het oosten van de DRC [7] . Hij heeft zich op een gegeven moment aan dit geweld kunnen onttrekken waarna hij met behulp van een priester, via Burundi, naar Nederland is gekomen. Hij vreest bij terugkeer naar de DRC opnieuw gerekruteerd te worden als soldaat voor het gewapend conflict in het oosten van het land, specifiek door de rebellengroepering M23.
Het bestreden besluit
8. Volgens verweerder heeft eiser in de huidige asielprocedure één asielmotief naar voren gebracht, namelijk zijn identiteit, nationaliteit en herkomst. Verweerder acht dit asielmotief geloofwaardig. Dat eiser uit de DRC komt is volgens verweerder op zichzelf echter niet genoeg om een gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade aan te nemen. Daarbij wordt opgemerkt dat het bij de intrekkingsprocedure al ongeloofwaardig is geacht dat eiser in het verleden gedwongen is gerekruteerd en te werk is gesteld als kindsoldaat in het gewapende conflict in Oost-Congo. Dit is bekrachtigd door de rechtbank [8] en door de Afdeling [9] . Een FMO [10] is voor dit asielmotief dan ook niet relevant volgens verweerder. Voor zover eiser in de zienswijze naar voren heeft gebracht dat hij uit een gebied komt waar sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld, stelt verweerder dat eiser zich in Kinshasa kan vestigen. Overwogen wordt dat dit binnenlands beschermingsalternatief in het kader van de intrekkingsprocedure tevens is bekrachtigd door de rechtbank [11] en door de Afdeling [12] .
8.1.
Verweerder heeft de asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Dit baseert verweerder op artikel 30b, eerste lid, onder h en j, van de Vw [13] . Eiser heeft volgens verweerder namelijk niet onmiddellijk asiel aangevraagd toen dat mogelijk was en daarnaast vormt hij een gevaar voor de openbare orde. Bij het intrekkingsbesluit van 19 januari 2023 is al een terugkeerbesluit en een zwaar inreisverbod opgelegd en is al een besluit tot signalering genomen.
Horen via videoverbinding
9. Eiser stelt zich allereerst op het standpunt dat het horen via videoverbinding onzorgvuldig en onrechtmatig is, gezien zijn kwetsbaarheid. De bestreden beschikking is dan ook in strijd met onder meer artikelen 14 en 15 van de Procedurerichtlijn [14] . Dit klemt temeer nu eiser ernstig getraumatiseerd is en signalen als het niet goed gaat met hem via een haperende videoverbinding gemakkelijk gemist worden.
9.1.
De rechtbank is van oordeel dat het gehoor onzorgvuldig is afgenomen, omdat dit via een videoverbinding heeft plaatsgevonden. De rechtbank merkt op dat ondanks het verzoek van de gemachtigde van 21 november 2025 om het gehoor fysiek te laten plaatsvinden, verweerder ervoor heeft gekozen om dit via videoverbinding af te nemen. Eiser heeft ook aangegeven dat hij recent verschillende behandelingen bij CTP [15] Veldzicht heeft gehad voor traumatische gebeurtenissen uit het verleden en dat hij analfabeet is. [16] Daarnaast staat in het medisch advies [17] dat er tijdens het horen van eiser gepauzeerd moet worden bij oplopende spanningen. De rechtbank is het met eiser eens dat als iemand gehoord wordt via videoverbinding er juist lastig gesignaleerd kan worden of uit (non-verbale) signalen blijkt dat er een pauze ingelast moet worden, of iemand de vraag goed begrijpt en of iemand op dat moment in staat is om de vraag te beantwoorden. Daarbij merkt de rechtbank op dat uit het verslag van het nader gehoor blijkt dat eiser aangaf dat hij zich slechts ‘een beetje’ in staat voelde om het gehoor te laten plaatsvinden. Ook gaf hij aan dat hij last had van hartkloppingen, dat hij stress had, dat hij niet over bepaalde dingen wilde praten en dat hij bang was dat hij zou ontploffen. [18] Daarnaast lijkt uit het verslag van het nader gehoor te volgen dat de verbinding niet altijd goed was. Zo staat er beschreven dat eiser op gegeven moment niet meer in beeld was. [19] Gezien het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder onzorgvuldig heeft gehandeld door eiser via videoverbinding te horen. De beroepsgrond slaagt.
Problemen in de DRC ten onrechte niet beoordeeld als asielmotief
10. Volgens eiser is het onjuist dat verweerder stelt dat hij maar één asielmotief naar voren heeft gebracht, namelijk zijn identiteit, nationaliteit en herkomst. Eiser heeft immers ook zijn problemen in de DRC naar voren gebracht. Volgens eiser is dit ten onrechte niet als relevant asielmotief herkend en beoordeeld. Zo is eiser haast niet bevraagd naar zijn verleden als kindsoldaat.
10.1.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder ten onrechte de problemen van eiser in de DRC niet als asielmotief heeft herkend en beoordeeld. Zij zal dit hieronder nader uiteenzetten.
10.1.1.
De rechtbank merkt op dat eiser tijdens het aanmeldgehoor en vervolgens tijdens het nader gehoor naar voren heeft gebracht dat hij gedwongen gerekruteerd is als kindsoldaat, dat hij als kindsoldaat ook mensen heeft moeten vermoorden en dat hij zelf verkracht is. De gehoormedewerker heeft hierop tijdens het nader gehoor slechts aangegeven dat dit al beoordeeld is op geloofwaardigheid tijdens de intrekkingsprocedure van de nareisvergunning. [20] Vervolgens heeft verweerder in het bestreden besluit aangegeven dat eiser slechts één asielmotief, namelijk de identiteit, nationaliteit en herkomst, naar voren heeft gebracht. Verweerder heeft hierover in het bestreden besluit enkel gesteld dat de verklaringen van eiser over rekrutering als kindsoldaat in de intrekkingsprocedure reeds ongeloofwaardig zijn geacht. [21] De rechtbank merkt daarbij op dat de problemen van eiser in de DRC tijdens de intrekkingsprocedure ongeloofwaardig zijn bevonden, omdat de verklaringen van eiser niet overkwamen met de verklaringen van zijn familieleden.
10.1.2.
De rechtbank overweegt dat het hier gaat om een eerste asielaanvraag, waarbij alle feiten en omstandigheden integraal en in onderlinge samenhang moeten worden beoordeeld. Hierbij geldt ook de samenwerkingsplicht, die inhoudt dat verweerder de relevante elementen van het verzoek in samenwerking met de verzoeker moet beoordelen. [22] Dat een eerder intrekkingsbesluit is gecontroleerd door de rechter en in rechte vaststaat betekent niet dat de onderliggende feiten en omstandigheden ook vaststaan. Indien de nu overgelegde bewijsmiddelen en verklaringen integraal en in onderlinge samenhang worden beoordeeld in het kader van een eerste asielaanvraag, kan dit een ander licht werpen op eerder aangenomen feiten en omstandigheden. Een enkele verwijzing naar de 3 EVRM [23] -toets die eerder is uitgevoerd in het kader een intrekkingsprocedure is volgens de rechtbank dan ook onvoldoende. Evenmin kan verweerder bij de beoordeling van onderhavige, eerste asielaanvraag volstaan met een verwijzing naar verklaringen van familieleden. Zeker niet gezien het feit dat eiser de verslagen van de gehoren van zijn familieleden niet zelf heeft kunnen inzien. Bovendien is het voor de rechtbank ook niet mogelijk geweest om deze verslagen in te zien, waardoor een effectieve rechterlijke remedie niet geboden kan worden. [24] De rechtbank overweegt dat verweerder had moeten doorvragen naar de problemen van eiser in de DRC, en vervolgens had hij deze verklaringen van eiser samen met andere relevante omstandigheden, zoals het feit dat eiser traumatherapie heeft ondergaan, moeten beoordelen. Verweerder had in de lichamelijke littekens ook een reden kunnen zien om een FMO [25] uit te laten voeren. De beroepsgrond slaagt.
Binnenlands beschermingsalternatief Kinshasa
11. Eiser brengt daarnaast naar voren dat hij uit een provincie komt, namelijk Zuid-Kivu, waarvoor aangenomen wordt dat er sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld en dat Kinshasa niet kan worden tegengeworpen als binnenlands beschermingsalternatief. [26] Eiser voert aan dat hij zich niet kan vestigen in Kinshasa, gezien onder meer zijn etniciteit en eerdere problemen in de DRC als kindsoldaat. Daarnaast heeft eiser geen netwerk en is hij compleet ontheemd. Er is niemand die hem kan beschermen.
11.1.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom Kinshasa aan eiser kan worden tegengeworpen als binnenlands beschermingsalternatief. Zij zal dit hieronder nader uiteenzetten.
11.1.2.
De rechtbank merkt allereerst op dat de bewijslast voor het tegenwerpen van een binnenlands beschermingsalternatief bij verweerder ligt. Verweerder moet aan de hand van de over het land van herkomst beschikbare nauwkeurige en actuele informatie uit relevante bronnen en de persoonlijke omstandigheden van de betrokkene beoordelen of een binnenlands beschermingsalternatief in de individuele zaak aanwezig is. [27] Er gelden daarbij verschillende algemene voorwaarden om een binnenlands beschermingsalternatief tegen te werpen. Zo mag er in dat het deel van het land dat als binnenlands beschermingsalternatief wordt aangewezen geen sprake zijn van een gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade en moet dat deel ook toegankelijk zijn voor de vreemdeling. Daarnaast moet redelijkerwijs van de vreemdeling verwacht kunnen worden dat hij zich daar vestigt. De vreemdeling moet in dat gebied een leven kunnen leiden onder omstandigheden, die naar plaatselijke maatstaven gemeten als normaal zijn aan te merken. Ook moet de vreemdeling in dat gebied niet achtergesteld worden in de uitoefening van essentiële rechten ten opzichte van de overige bevolking. [28] Als het specifiek om Kinshasa gaat vermeld het beleid van verweerder bovendien dat dit enkel als binnenlands beschermingsalternatief kan worden aangenomen als ‘
het reële risico op ernstige schade niet is gebaseerd op omstandigheden die de vreemdeling zelf betreffen, maar alleen een gevolg van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld is’. [29]
11.1.3.
De rechtbank overweegt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom Kinshasa voor eiser een binnenlands beschermingsalternatief is. In de besluitvorming heeft verweerder slechts aangegeven dat Kinshasa kan worden tegengeworpen als binnenlands beschermingsalternatief, omdat dit bekrachtigd is door de rechtbank en de Afdeling in uitspraken die zagen op de intrekking van de nareisvergunning. Verweerder verwijst in de besluitvorming enkel naar de volgende passage uit de rechtbankuitspraak [30] : “
zo heeft verweerder aangegeven dat eiser tot zijn veertiende levensjaar in de DRC heeft gewoond, inmiddels volwassen is en nog steeds de taal spreekt. Verweerder heeft derhalve niet ten onrechte aan eiser tegengeworpen dat voor hem een beschermingsalternatief geldt door zich te vestigen in Kinshasa.”. [31] De rechtbank merkt op dat deze enkele verwijzing onvoldoende is om Kinshasa in de onderhavige procedure te kunnen aanmerken als binnenlands beschermingsalternatief. Verweerder moet een actuele beoordeling maken en daarbij alle relevante feiten en omstandigheden betrekken. Eiser behoort tot de Banyamulenge, die gerekend worden tot de Tutsi’s. Daarnaast is eiser getraumatiseerd en is er sprake van een licht verstandelijke beperking. Ook is hij nu al ruim dertien jaar niet meer in de DRC geweest. Tevens heeft eiser in beroep naar recente informatie van UNHCR [32] verwezen waaruit volgt dat als er een binnenlands beschermingsalternatief in de DRC wordt tegengeworpen er altijd gekeken moet worden of de betrokkene in staat is om de nodige documenten te verkrijgen om zich te vestigen en zich vrij te bewegen in het voorgestelde gebied, zodat hij of zij niet wordt blootgesteld aan het risico van willekeurige detentie. Ook moet volgens UNHCR rekening gehouden worden met taalkundige, familiale en andere banden in het voorgestelde hervestigingsgebied. [33] Verweerder is bij zijn beoordeling of Kinshasa een binnenlands beschermingsalternatief is niet ingegaan op bovengenoemde omstandigheden. Deze beroepsgrond slaagt.
Overige beroepsgronden
12. Omdat het beroep reeds op de vorige beroepsgrond slaagt, behoeven de overige beroepsgronden geen bespreking meer.

Conclusie en gevolgen

13. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat eiser gelijk krijgt. Het bestreden besluit wordt vernietigd. Verweerder moet een nieuw besluit nemen en daarbij rekening houden met deze uitspraak. De rechtbank geeft verweerder hiervoor acht weken.
14. Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 2.802,- omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift en een verzoekschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank,
in de zaak geregistreerd onder nummer: NL26.6728,
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag met inachtneming van deze uitspraak.
De voorzieningenrechter,
in de zaak geregistreerd onder nummer: NL26.6729,
- wijst het verzoek af.
De rechtbank/ voorzieningenrechter,
in alle zaken,
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.868,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L. Dolfing, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van
mr. D.G.T. de Hoop, griffier.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen één week na de dag van verzending daarvan hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Machtiging tot voorlopig verblijf.
2.Een nareisvergunning op grond van artikel 29, tweede lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) zoals deze gold voor 12 juni 2026.
3.Zoals deze gold voor 12 juni 2026.
4.Zie de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Den Bosch, van 8 november 2023, NL23.3638.
5.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
6.Uitspraak niet gepubliceerd.
7.De Democratische Republiek Congo.
8.Zie de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Den Bosch, van 8 november 2023, NL23.3638.
9.Uitspraak van de Afdeling van 22 mei 2024 (niet gepubliceerd).
10.Forensisch Medisch Onderzoek.
11.Zie de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Den Bosch, van 8 november 2023, NL23.3638.
12.Zie de uitspraak van de Afdeling van 22 mei 2024 (niet gepubliceerd).
13.Zoals deze bepaling gold voor 12 juni 2026.
14.Richtlijn 2013/32/EU.
15.Centrum voor Transculturele Psychiatrie.
16.Zie bijvoorbeeld het reclasseringsrapport, pagina 14.
17.Uitgevoerd door Medtadvies.
18.Rapport nader gehoor, pagina 6.
19.Rapport nader gehoor, pagina 9.
20.Rapport nader gehoor, pagina 9.
21.Voornemen, pagina’s 3 en 4. Bestreden besluit, pagina 3.
22.Artikel 4 van Pro de Kwalificatierichtlijn 2011/95/EU.
23.Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden.
24.Artikel 47 van Pro het Handvest van de Grondrechten van de EU, gebaseerd op artikelen 6 en 13 van het EVRM.
25.Forensisch medisch onderzoek.
26.Paragraaf C9/11.4.2. van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc).
27.Paragraaf C3/3.4.2 van de Vc.
28.Paragraaf C3/3.4.2 van de Vc. Voor 12 juni 2026 stond dit ook vermeld in artikel 3.37d van het Voorschrift Vreemdelingen 2000.
29.Paragraaf C9/11.5.2 van de Vc.
30.Zie de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Den Bosch, van 8 november 2023, NL23.3638.
31.Voornemen, pagina 4. Bestreden besluit, pagina 4.
32.United Nations High Commissioner for Refugees.
33.UNCHR, Position on returns to North Kivu, South Kivu and Ituri in the DRC – Update IV, onder 10.