Eiser, een Oezbeekse nationaliteit dragende vreemdeling, is op 16 december 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b en c van de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft tegen het voortduren van deze maatregel beroep ingesteld en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank heeft beoordeeld of het voortduren van de maatregel sinds 23 december 2025 rechtmatig is. De maatregel op grond van artikel 59b onder b is niet langer gerechtvaardigd na de afwijzing van de asielaanvraag van eiser op 29 december 2025. Echter, eiser heeft op 2 januari 2026 beroep ingesteld tegen deze afwijzing en een voorlopige voorziening gekregen, waardoor hij rechtmatig verblijf geniet op grond van artikel 8, aanhef en onder h, van de Vw.
De maatregel van bewaring is daarnaast ook gebaseerd op de grondslag onder artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw. De rechtbank constateert een kennelijke verschrijving in de datum van de eerdere asielaanvraag, maar stelt vast dat de overige motivering voldoende duidelijk is. Er is geen aanleiding om een lichter middel toe te passen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.