ECLI:NL:RBDHA:2026:17348
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening. De minister heeft een verzoek tot overname aan Roemenië gedaan, dat door Roemenië is aanvaard.
Eiser betoogt dat terugkeer naar Roemenië onveilig voor hem is vanwege eerdere bedreigingen en dat hij risico loopt op een behandeling in strijd met internationale verplichtingen. De rechtbank overweegt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Roemenië zijn internationale verplichtingen niet nakomt of dat er sprake is van bijzondere individuele omstandigheden die overdracht onevenredig hard maken.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en dat het besluit van de minister in stand blijft. Er is geen aanleiding voor een voorlopige voorziening of proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter J.C.E. Krikke en is openbaar bekendgemaakt op 26 juni 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.