ECLI:NL:RBDHA:2026:17359
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.G. Vegter
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige betrokkenheid bij Gülen-beweging
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende man, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege vermeende vervolging door Turkse autoriteiten vanwege zijn betrokkenheid bij de Gülen-beweging en zijn Koerdische afkomst. Hij stelde dat hij in Turkije was opgepakt, veroordeeld en een celstraf van bijna zes jaar had gekregen, en dat hij vreest opnieuw te worden opgepakt bij terugkeer.
Verweerder erkende de geloofwaardigheid van zijn identiteit en de problemen vanwege zijn Koerdische achtergrond, maar achtte de beweringen over de Gülen-beweging ongeloofwaardig. Dit omdat eiser geen onderbouwende documenten had overgelegd en zijn verklaringen inconsistent waren, onder meer over detentie en vrijlating.
De rechtbank toetste het asielrelaas volledig en concludeerde dat de verklaringen van eiser geen samenhangend en aannemelijk geheel vormden. De getoonde strafbeschikkingen op zijn telefoon werden niet overlegd in originele of vertaalde vorm, waardoor deze niet konden worden onderzocht op echtheid. De rechtbank vond het argument van de afwezigheid van de advocaat onvoldoende om het ontbreken van documenten te rechtvaardigen.
Daarom oordeelde de rechtbank dat verweerder terecht de problemen vanwege de Gülen-beweging ongeloofwaardig heeft geacht en dat eiser geen gegronde vrees voor vervolging of ernstig risico op schade bij terugkeer heeft aangetoond. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid en onderbouwing van de betrokkenheid bij de Gülen-beweging.