ECLI:NL:RBDHA:2026:1737
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot toelating wettelijke schuldsaneringsregeling met afwijzing eerdere ingangsdatum
De rechtbank Den Haag behandelde op 26 januari 2026 het verzoek van verzoeker om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) vanwege een problematische schuldensituatie. Verzoeker voldeed aan de voorwaarden, waaronder te goeder trouw zijn bij het ontstaan en onbetaald laten van schulden, en werd toegelaten tot de WSNP. De rechtbank lichtte toe dat de WSNP een traject van achttien maanden betreft met een postblokkade van dertien maanden en dat bij succesvolle afronding een schone lei wordt verleend.
Verzoeker had tevens verzocht om de ingangsdatum van de WSNP te laten bepalen op 1 juli 2025, gebaseerd op een eerdere aflossing in het minnelijk traject van schuldhulpverlening. De rechtbank oordeelde echter dat niet was gebleken dat verzoeker zich maximaal had ingespannen om baten voor schuldeisers te verwerven, mede omdat verzoeker slechts parttime werkte zonder aantoonbare inspanning voor een fulltime baan en zonder bewijs van arbeidsongeschiktheid. Ook ontbraken voldoende gegevens over aflossingen in het minnelijk traject.
Daarom wees de rechtbank het verzoek tot een eerdere ingangsdatum af en stelde de termijn van de WSNP vast op achttien maanden vanaf 2 februari 2026. Tevens werden alle gelegde beslagen opgeheven, werd mr. R. Cats benoemd tot rechter-commissaris en R. Springer tot bewindvoerder, die de post van verzoeker mag inzien en een voorschot op vergoeding mag nemen zolang de regeling loopt en de boedel toereikend is.
Uitkomst: Verzoeker wordt toegelaten tot de WSNP met een termijn van achttien maanden vanaf 2 februari 2026; verzoek tot eerdere ingangsdatum wordt afgewezen.