ECLI:NL:RBDHA:2026:1738

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 februari 2026
Publicatiedatum
2 februari 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2504353:R-RK
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek toelating wettelijke schuldsaneringsregeling wegens onbeheersbare verslavingsproblematiek

Verzoeker bevindt zich in een problematische schuldensituatie en heeft een verzoek ingediend om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank heeft dit verzoek behandeld op 26 januari 2026, waarbij verzoeker niet is verschenen, maar wel vertegenwoordigers van schuldhulpverlening en beschermingsbewind.

De toelating tot de WSNP vereist dat de verzoeker aannemelijk maakt dat hij de verplichtingen uit de regeling naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen om zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven. Verslavingsproblematiek wordt gezien als een contra-indicatie voor toelating, tenzij de verslaving al geruime tijd onder controle is, doorgaans minimaal één jaar, bevestigd door een hulpverlener.

Uit het overgelegde behandelplan van 15 januari 2026 blijkt dat verzoeker ernstige verslavingsproblemen heeft die niet onder controle zijn en dat de behandeling nog niet is gestart. Verzoeker is bovendien dakloos en niet verschenen op de zitting, wat niet wijst op een saneringsgezinde houding. Daarom acht de rechtbank het onvoldoende aannemelijk dat verzoeker aan zijn verplichtingen kan voldoen en wijst het verzoek af.

Uitkomst: Het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens onbeheersbare verslavingsproblematiek en onvoldoende aannemelijkheid van nakoming van verplichtingen.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANKDEN HAAG
Team Toezicht
rekestnummer: NL:TZ:2504353:R-RK
uitspraakdatum: 2 februari 2026
vonnis in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker.
Waar deze zaak over gaat
[verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor de schulden te komen heeft [verzoeker] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Dit verzoek wordt afgewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist. Eerst volgt een overzicht van de procedure.

1.De procedure

1.1.
[verzoeker] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de WSNP.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 26 januari 2026. [verzoeker] is zonder opgave van redenen en ondanks deugdelijke oproeping niet verschenen. Wel zijn verschenen:
 [naam 1] , schuldhulpverlening,
 [naam 2] , beschermingsbewindvoerder.
1.3.
De uitspraak is bepaald op vandaag.

2.De beoordeling van het verzoek

2.1.
[verzoeker] kan alleen worden toegelaten tot de WSNP als hij aan de daarvoor geldende voorwaarden voldoet. Artikel 288 lid 1 sub c van Pro de Faillissementswet vereist dat voldoende aannemelijk dient te zijn dat de verzoeker de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven.
2.2.
Gelet op de zwaarte van de verplichtingen die tijdens de wettelijke schuldsanering op verzoeker komen te rusten, is verslavingsproblematiek een contra-indicatie voor toelating. In de landelijk uniforme toelatingscriteria schuldsanering (Bijlage III van het procesreglement verzoekschriftprocedures insolventiezaken) is dan ook als uitgangspunt opgenomen dat een verzoeker met verslavingsproblematiek in beginsel alleen wordt toegelaten tot de schuldsaneringsregeling, indien aannemelijk is dat de verslaving al enige tijd onder controle is, in die zin dat de verzoeker al enige tijd geen drugs of alcohol meer gebruikt en/of al enige tijd niet meer gokt. De periode waarin de verslaving onder controle dient te zijn, bedraagt in beginsel één jaar. Dat de verslaving onder controle is, dient te worden bevestigd door een hulpverlener of door een hulpverlenende instantie.
2.3.
[verzoeker] is dakloos. Hij heeft zich zeer recent (opnieuw) aangemeld bij verslavingszorg. Uit het door verslavingszorg overgelegde behandelplan van 15 januari 2026 volgt dat sprake is van ernstige verslavingsproblematiek die niet onder controle is. De behandeling voor de verslavingsproblematiek is nog niet gestart. Daarmee is onvoldoende aannemelijk dat [verzoeker] de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal (kunnen) nakomen en zich zal (kunnen) inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven. Dat [verzoeker] niet op de zitting is verschenen getuigt bovendien niet van een saneringsgezinde houding. Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling dient dus te worden afgewezen.

3.De beslissing

De rechtbank:
- wijst het verzoek verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling van [verzoeker] af.
Dit is een beslissing van mr. R. Cats, rechter, in samenwerking met F.J. Knaap LL.B., griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2026.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kan degene die dat volgens de Faillissementswet mag gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.