ECLI:NL:RBDHA:2026:1739
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens ongeloofwaardige biseksuele gerichtheid
Eiser, een Nigeriaanse man, diende op 18 maart 2024 een opvolgende asielaanvraag in met het argument dat hij vanwege zijn biseksuele gerichtheid vervolging in Nigeria vreest. De minister wees deze aanvraag op 17 september 2025 af als kennelijk ongegrond, omdat de geloofwaardigheid van de biseksuele gerichtheid onvoldoende was aangetoond.
Eiser voerde aan dat zijn verklaringen oppervlakkig waren vanwege zijn Afrikaanse achtergrond en dat de minister onvoldoende rekening had gehouden met zijn referentiekader. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende concreet en persoonlijk had verklaard over zijn seksuele gerichtheid, relatie en ervaringen in Nigeria, Italië en Nederland. De stelling dat Afrikaanse mannen per definitie moeite hebben met het geven van concrete verklaringen werd niet gevolgd.
De rechtbank stelde vast dat de minister de verklaringen en overgelegde documenten zorgvuldig had beoordeeld en dat het besluit voldoende was gemotiveerd. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de afwijzing van de asielaanvraag in stand blijft en eiser Nederland binnen vier weken moet verlaten.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag wegens onvoldoende geloofwaardigheid van de biseksuele gerichtheid.