De minister van Asiel en Migratie heeft aan eiser een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor twee jaar opgelegd, alsmede een maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser, van Algerijnse nationaliteit en al dertig jaar in Nederland, stelde zich op het standpunt dat de zware grond voor het terugkeerbesluit onjuist was en dat een lichter middel passend zou zijn vanwege zijn verslavingsproblemen.
De rechtbank oordeelde dat de niet betwiste zware en lichte gronden voldoende waren om het risico op onttrekking aan toezicht aan te nemen en dat de minister terecht geen lichtere maatregelen kon toepassen. De rechtbank wees erop dat afkicken niet het doel van de maatregel is en dat eiser geen wens tot afkicken had geuit.
Omdat eiser geen aparte gronden tegen het terugkeerbesluit en inreisverbod had aangevoerd, werd het beroep ongegrond verklaard. Ook het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.