ECLI:NL:RBDHA:2026:1740

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 februari 2026
Publicatiedatum
2 februari 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2504436:R-RK en NL:TZ:2504693:R-RK
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek dwangakkoord en afwijzing WSNP bij problematische schulden

Verzoeker bevindt zich in een problematische schuldensituatie met een totale schuld van €15.638,87 verdeeld over zes schuldeisers. Hij heeft een schuldregeling voorgesteld waarbij een deel van de vorderingen wordt voldaan en het resterende deel wordt kwijtgescholden. Niet alle schuldeisers gingen hiermee akkoord, waardoor verzoeker de rechtbank verzocht het akkoord dwingend op te leggen.

De rechtbank stelt vast dat de schuldbemiddeling door de gemeente Gouda is uitgevoerd, een bevoegde instantie, en dat het voorstel goed is gedocumenteerd. De meerderheid van de schuldeisers, die 98,78% van de totale schuld vertegenwoordigen, heeft ingestemd met het voorstel. VGZ is aanvankelijk niet akkoord, maar heeft later alsnog ingestemd. Sixt weigerde mee te werken en verscheen niet op de zitting.

De rechtbank weegt de belangen van alle partijen af en oordeelt dat het onredelijk is dat Sixt weigert in te stemmen, mede omdat verzoeker het maximaal haalbare voorstel heeft gedaan. Verzoeker is volledig arbeidsongeschikt en ontvangt een PW-uitkering, waardoor toelating tot de WSNP geen voordeel biedt en hoge kosten met zich meebrengt. Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot WSNP af en legt het dwangakkoord op.

Uitkomst: Verzoek tot oplegging dwangakkoord toegewezen en verzoek tot WSNP afgewezen wegens arbeidsongeschiktheid en instemming meerderheid schuldeisers.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANKDEN HAAG
Team Toezicht
rekestnummers: NL:TZ:2504436:R-RK en NL:TZ:2504693:R-RK
vonnis van 2 februari 2026
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats] ,
hierna: [verzoeker] ,
tegen
VGZ Zorgverzekeraar N.V.,
gevestigd te Arnhem,
hierna: VGZ,
en
Sixt B.V. vertegenwoordigd door Profaktura Auslandsinkasso GmbH,
gevestigd te Hoofddorp,
hierna: Sixt.
Waar deze zaak over gaat
[verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Hij heeft een voorstel gedaan aan zijn schuldeisers, waarbij een deel van de vordering wordt voldaan en het resterende deel door de schuldeisers wordt kwijtgescholden. Omdat niet alle schuldeisers met dit voorstel hebben ingestemd, heeft [verzoeker] de rechtbank verzocht het aangeboden akkoord dwingend op te leggen. Dit verzoek wordt door de rechtbank toegewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De feiten waar de rechtbank van uit gaat

1.1.
[verzoeker] heeft de afgelopen jaren een schuldenlast opgebouwd van
€ 15.638,87 aan 6 schuldeisers. Het is [verzoeker] niet gelukt om zelf een oplossing te vinden voor deze schulden. Met behulp van de gemeente Gouda heeft hij voor het laatst op 10 juli 2025 een schuldregeling aangeboden (nulaanbod). Dit voorstel houdt in dat aan de schuldeisers 0% wordt aangeboden, tegen kwijtschelding van hun vorderingen.
1.2.
VGZ is aanvankelijk niet akkoord gegaan met dit voorstel. [verzoeker] heeft een schuld aan VGZ van € 5.781,84. Dat is 36,97 % van de totale schuldenlast.
1.3.
Sixt is niet akkoord gegaan met dit voorstel. [verzoeker] heeft een schuld aan Sixt van € 190,74, dat is 1,22 % van de totale schuldenlast.
1.4.
De overige 4 schuldeisers hebben het aanbod aanvaard.
1.5.
Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft [verzoeker] bij de rechtbank twee verzoeken ingediend. In de eerste plaats wil hij dat de rechtbank Sixt dwingt mee te werken aan de schuldregeling (een dwangakkoord oplegt). Wanneer de rechtbank dit verzoek afwijst, wil hij worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP).

2.De procedure

2.1.
Bij brief van 16 januari 2026 heeft VGZ laten weten alsnog akkoord te gaan met het voorstel dat door [verzoeker] is gedaan.
2.2
De verzoeken van [verzoeker] zijn behandeld op de zitting van 26 januari 2026. Op deze zitting verschenen:
- [verzoeker] , vergezeld van [naam 1] , ambulant begeleider,
- [naam 2] , beschermingsbewindvoerder,
- [naam 3] en [naam 4] , schuldhulpverleners van de gemeente Gouda.
2.2.
Sixt is opgeroepen, maar niet op de zitting verschenen.

3.Standpunten van partijen

3.1.
Met het akkoord van VGZ richt het verzoek zich niet langer tegen deze schuldeiser.
3.2.
[verzoeker] stelt dat het onredelijk is dat Sixt het aanbod niet aanvaardt. Volgens hem heeft hij al het mogelijke gedaan om het aangeboden percentage aan zijn schuldeisers aan te bieden en kan hij niet meer aanbieden dan hij heeft gedaan.
3.3.
Sixt heeft haar standpunt niet kenbaar gemaakt aan de rechtbank.

4.De beoordeling van de verzoeken

4.1.
De rechtbank zal het verzoek van [verzoeker] om een dwangakkoord op te leggen toewijzen. Hieronder wordt dit oordeel toegelicht.
Het beoordelingskader van een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord
4.2.
Een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord kan worden toegewezen als aan twee voorwaarden is voldaan. Ten eerste moet de rechtbank vaststellen dat de schuldbemiddeling op de juiste wijze is uitgevoerd door een daartoe bevoegde instantie. Ten tweede moet de rechtbank aan de hand van een belangenafweging vaststellen dat het onredelijk is dat Sixt weigert in te stemmen met de aangeboden schuldregeling.
De schuldbemiddeling moet zijn uitgevoerd door een bevoegde instantie
4.3.
De rechtbank stelt vast dat de schuldbemiddeling is uitgevoerd door de gemeente Gouda. Dat betekent dat wordt voldaan aan de door wet gestelde voorwaarden, namelijk dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij. Het voorstel is naar het oordeel van de rechtbank bovendien goed en controleerbaar gedocumenteerd.
De rechtbank moet een belangenafweging maken
4.4.
Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser vrijstaat om te verlangen dat zijn vordering volledig wordt betaald. Tegelijkertijd is het belangrijk dat mensen met problematische schulden zicht hebben op een schuldenvrije toekomst. De wetgever biedt daar verschillende regelingen voor, waarbij mensen met schulden zich maximaal moeten inspannen om zo veel mogelijk af te lossen en daarna schuldenvrij verder kunnen. Schuldeisers moeten dan vaak wel afstand doen (van een (groot) deel) van hun vordering. Daarom kunnen schuldeisers alleen onder bijzondere omstandigheden gedwongen worden om in te stemmen met een aangeboden schuldregeling.
4.5.
De rechtbank kan een zogenaamd ‘dwangakkoord’ opleggen wanneer de weigering van de schuldeiser in de gegeven omstandigheden onredelijk is. Om te kunnen beoordelen of dat het geval is, moet de rechtbank de belangen van alle betrokkenen afwegen: van [verzoeker] zelf, van de weigerende schuldeiser(s) en van de schuldeisers die wél hebben ingestemd. Op basis van die belangenafweging is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat een dwangakkoord hier op zijn plaats is.
[verzoeker] heeft het maximaal haalbare voorstel gedaan
4.6.
Het voorstel dat [verzoeker] aan zijn schuldeisers heeft gedaan is het maximaal haalbare. Een beter voorstel is niet mogelijk. [verzoeker] ontvangt een PW-uitkering en is door de gemeente Gouda van zijn sollicitatieplicht vrijgesteld. Uit de overgelegde rapporten van 6 mei 2025 en 2 december 2025 van Calder Werkt volgt dat sprake is van fysieke en psychische problematiek en volledige arbeidsongeschiktheid. De rechtbank gaat er gelet op de overgelegde stukken en wat op de zitting is besproken vanuit dat [verzoeker] niet binnen afzienbare tijd in staat is om te werken. [verzoeker] heeft sinds 3 december 2024 beschermingsbewind. De vaste lasten worden betaald, er ontstaan geen nieuwe schulden en de financiële situatie is stabiel.
Deze regeling is in het belang van de andere schuldeisers
4.7.
De meerderheid van de schuldeisers, die samen 98,78% van de totale schuldenlast vertegenwoordigen, heeft ingestemd met de aangeboden schuldregeling. De belangen van deze schuldeisers wegen, vanwege de gezamenlijke omvang, zwaarder dan dat van Sixt.
4.8.
Gelet op de arbeidsongeschiktheid van [verzoeker] is ook in de WSNP geen enkele uitkering aan de schuldeisers te verwachten, terwijl toepassing van de WSNP wel tot hoge kosten zou leiden.
Het WSNP-verzoek is niet langer aan de orde
4.9.
Omdat het verzoek tot het opleggen van een dwangakkoord zal worden toegewezen, heeft [verzoeker] geen belang meer bij zijn verzoek om te worden toegelaten tot de WSNP. Dat verzoek zal daarom worden afgewezen.

5.De beslissing

De rechtbank:
- beveelt Sixt in te stemmen met de onder 1.1 bedoelde schuldregeling;
- wijst het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af.
Dit is een beslissing van mr. R. Cats, rechter, in samenwerking met F.J. Knaap LL.B., griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2026.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kan degene die in het ongelijk is gesteld gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.