ECLI:NL:RBDHA:2026:1743
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening Wajong-uitkering wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een Wajong-uitkering door het UWV. De voorzieningenrechter beoordeelt dit verzoek op grond van het spoedeisend belang, zoals vereist in artikel 8:81 van Pro de Awb.
Verzoekster ontvangt een WIA-uitkering en woont bij haar ouders, die haar financieel ondersteunen. Zij stelt dat zij door de afwijzing van de Wajong-uitkering financieel afhankelijk is geworden en niet in staat is haar vaste lasten te betalen. Zij heeft betalingsregelingen getroffen en overlegt bewijs van haar zorgpremie en WIA-uitkering.
Het UWV stelt dat verzoekster geen plannen heeft om zelfstandig te wonen en dat haar ouders een eigen inkomen hebben. De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen acute financiële nood of onomkeerbare situatie is aangetoond. De tijdelijke financiële ondersteuning door haar ouders is onvoldoende onderbouwd als niet voortzetbaar.
Daarom is het spoedeisend belang niet aannemelijk gemaakt en is het verzoek kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af zonder zitting en zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de Wajong-uitkering wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.