ECLI:NL:RBDHA:2026:17436

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 mei 2026
Publicatiedatum
28 juni 2026
Zaaknummer
C/09/691898 / FA RK 25-7121
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253n BWArt. 1:251a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek moeder tot eenhoofdig gezag over minderjarige met autisme

De moeder verzoekt de rechtbank om het gezamenlijk gezag over haar minderjarige kind, dat autisme heeft, te beëindigen en haar eenhoofdig gezag toe te kennen. Zij stelt dat de vader onvoldoende voor het kind zorgt en dat de omgangsregeling sinds oktober 2024 is stopgezet vanwege negatieve effecten op het kind. De vader heeft het kind sinds die datum niet meer gezien, maar onderhoudt wekelijks contact via berichten.

De rechtbank overweegt dat het uitgangspunt is dat ouders gezamenlijk gezag blijven uitoefenen na het uiteengaan, tenzij er sprake is van gewijzigde omstandigheden die het belang van het kind rechtvaardigen het gezag te wijzigen. De moeder voert aan dat het te druk is bij de vader thuis en dat het kind niet goed past in het nieuwe gezin van de vader.

De rechtbank constateert dat de vader altijd de benodigde documenten heeft ondertekend en dat er geen aanwijzingen zijn dat het kind klem of verloren dreigt te raken tussen de ouders. Ook is niet gebleken dat wijziging van het gezag in het belang van het kind noodzakelijk is. De rechtbank wijst daarom het verzoek van de moeder af. Beide ouders tonen bereidheid tot contactherstel, waarbij ondersteuning via het wijkteam wordt aanbevolen.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek van de moeder tot eenhoofdig gezag af en handhaaft het gezamenlijk gezag.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-7121
Zaaknummer: C/09/691898
Datum beschikking: 28 mei 2026

Gezag

Beschikking op het op 29 september 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende te op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A.J.M. Vélu te Rotterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift.
Op 30 april 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder met haar advocaat, de vader en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Feiten

 De moeder en de vader hebben een affectieve relatie gehad.
 Zij zijn de ouders van het volgende nog minderjarige kind:
 [de minderjarige] ( [de minderjarige] ), geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats] .
 De vader heeft [de minderjarige] met toestemming van de moeder op 23 juni 2023 erkend.
 De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] uit.
 [de minderjarige] heeft de hoofdverblijfplaats bij de moeder.

Verzoek en verweer

Het verzoekschrift strekt tot beëindiging van het gezamenlijk gezag, in die zin dat de moeder verzoekt haar met het eenhoofdig gezag over [de minderjarige] te belasten voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
De moeder doet haar verzoek steunen op de stelling dat de omstandigheden sinds oktober 2024 zijn gewijzigd.

Beoordeling

Het wettelijk uitgangspunt is dat ouders na uiteengaan gezamenlijk het gezag over het kind blijven uitoefenen. Op grond van artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank het gezamenlijk gezag op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen beëindigen, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Op grond van het tweede lid van dit artikel zijn de gronden van artikel 1:251a eerste en derde lid BW van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan derhalve worden beëindigd indien a) er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of indien
b) wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
De moeder stelt dat de vader niet goed voor [de minderjarige] zorgt wanneer zij bij hem is. Zij heeft autisme en is op extra hulp aangewezen. Volgens de moeder is het te druk bij de vader thuis voor [de minderjarige] , gelet op de aanwezigheid van de andere kinderen van de vader. De moeder heeft in oktober 2024 de omgangsregeling stopgezet, omdat zij aan [de minderjarige] merkte dat deze vorm van contact haar geen goed deed. Daarnaast geeft zij aan geen contact te hebben met de vader en als er wel contact is, dat dit slecht verloopt. De moeder stelt dat de vader een eigen leven heeft met een nieuw gezin en dat [de minderjarige] daar niet tussen past. Momenteel ondervindt de moeder geen problemen met de gezamenlijke gezagsuitoefening, maar zij geeft aan graag problemen in de toekomst voor te blijven.
Op de zitting heeft de vader aangegeven dat hij [de minderjarige] sinds oktober 2024 niet meer gezien heeft. Wel hebben de vader en [de minderjarige] wekelijks contact waarbij zij elkaar berichten sturen via de telefoon. De vader heeft aangegeven dat hij niet uit het gedrag van [de minderjarige] heeft kunnen afleiden dat het haar te druk was bij hem thuis, hij dacht dat zij het juist leuk bij hem had. De vader heeft zich neergelegd bij het verbreken van het contact, omdat hij ervan uitgaat dat de moeder het beste weet wat goed is voor [de minderjarige] . Nooit heeft de vader de gezamenlijke gezagsuitoefening dwars willen zitten en hij heeft daarom dan ook altijd de benodigde documenten ondertekend. Op die manier bleef hij ook op de hoogte omtrent huidige ontwikkelingen van [de minderjarige] .
Op de zitting is gebleken dat de vader [de minderjarige] graag zou willen zien en beide ouders hebben de bereidheid uitgesproken om zich hiervoor in te gaan zetten. Op aanraden van de Raad zal de moeder zal hiervoor een aanmelding doen bij het wijkteam of Family Supporters. Het doel hiervan is dat de vader handvatten krijgt zodat hij kan leren om te gaan met het autisme van [de minderjarige] en er gewerkt kan worden aan contactherstel tussen de vader en [de minderjarige] .
Het is de rechtbank uit de stukken en op de zitting daarnaast gebleken dat er een aantal misverstanden tussen de ouders zijn geweest waardoor er nu een gebrek aan contact is tussen de vader en [de minderjarige] . Om het gezamenlijk gezag te beëindigen moet de rechtbank toetsen of [de minderjarige] klem of verloren dreigt te raken tussen de ouders. De rechtbank concludeert dat hier geen sprake van is, nu de vader vooralsnog altijd de benodigde documenten heeft ondertekend binnen een redelijke termijn. Ook is niet gebleken dat het anderszins in het belang van [de minderjarige] is dat de moede het eenhoofdig gezag verkrijgt. De rechtbank zal het verzoek van de moeder om eenhoofdig gezag daarom afwijzen.

BeslissingDe rechtbank:

wijst het verzoek van de moeder af.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, kinderrechter, bijgestaan door mr. R. Warmerdam als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 mei 2026.