ECLI:NL:RBDHA:2026:17445

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 mei 2026
Publicatiedatum
28 juni 2026
Zaaknummer
C/09/682424 / FA RK 25-2231
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:247 BWArt. 1:253 BWArt. 1:377 BWArt. 1:378 BWArt. 1:395 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding met vaststelling zorgregeling en kinderalimentatie na huisverbod

Partijen zijn gehuwd in beperkte gemeenschap van goederen en hebben twee minderjarige kinderen. Na een incident van huiselijk geweld is aan de man een tijdelijk huisverbod opgelegd, waarna de vrouw het uitsluitend gebruik van de woning kreeg en de kinderen aan haar werden toevertrouwd.

De vrouw verzocht echtscheiding met nevenvoorzieningen, waaronder vaststelling van de hoofdverblijfplaats bij haar, een zorgregeling en kinderalimentatie. De man verzocht eveneens echtscheiding en stelde een afwijkende zorgregeling voor, mede vanwege zijn wisselende werkrooster.

De rechtbank constateerde dat partijen geen ouderschapsplan hadden ingediend, maar dat het huwelijk duurzaam ontwricht was. De hoofdverblijfplaats werd toegewezen aan de vrouw, de zorgregeling werd vastgesteld met omgangsweekenden voor de man eenmaal per drie weken van vrijdag na school tot zondag 17 uur, met aanvullende doordeweekse contactmomenten in overleg.

De rechtbank wees het verzoek van de man tot een informatieregeling af, omdat gezamenlijk gezag al verplicht tot wederzijdse informatieverstrekking. De kinderalimentatie werd vastgesteld op €167 per maand per kind, conform eerdere voorlopige voorzieningen. De verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap werd als feitelijk geregeld beschouwd. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad, met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding.

Uitkomst: De rechtbank spreekt echtscheiding uit, stelt hoofdverblijfplaats bij de vrouw vast, regelt omgangsregeling voor de man en wijst kinderalimentatie toe.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-2231
Zaaknummer: C/09/682424
Datum beschikking: 28 mei 2026

Scheiding

Beschikking op het op 25 maart 2025 ingekomen verzoek van:

[de vrouw] ,

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. K. Moene te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man] ,

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S. Bhulai te ’s-Gravenhage.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het bericht van 28 maart 2025, met bijlagen namens de vrouw;
  • het verweerschrift tevens zelfstandig verzoekschrift, met bijlagen;
- het bericht van 10 februari 2026 namens de vrouw;
- de brief van 24 februari 2026, met bijlage, namens de vrouw inhoudende
een wijziging van het verzoek tot vaststelling van een zorgregeling;
- de brief van 17 april 2026, met bijlagen, namens de vrouw, tevens
inhoudende een wijziging van het verzoek tot vaststelling van een zorgregeling;
- het bericht van 21 april 2026, met bijlage, namens de man.
Op 30 april 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw en de man met hun advocaten en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.

Feiten

- Partijen zijn gehuwd op [datum] 2023 te Leidschendam-Voorburg in beperkte gemeenschap
van goederen.
- Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2019 te [geboorteplaats] ;
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2021 te [geboorteplaats] .
- De ouders zijn gezamenlijk met het gezag over de kinderen belast.
- Bij beschikking van de voorzieningenrechter van deze rechtbank is op 24 maart 2025
–voor zover hier van belang– bepaald dat:
  • de vrouw het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning toekomt met het bevel dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;
  • de kinderen aan de vrouw worden toevertrouwd;
  • de man aan de vrouw, met ingang van 10 maart 2025 voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van de minderjarigen van € 250,- per maand, per kind zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen.
- Bij beschikking van de voorzieningenrechter van deze rechtbank is op 19 maart 2026 –
met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 24 maart 2025 –
bepaald dat de man aan de vrouw, met ingang van 11 maart 2026, een kinderalimentatie
ten behoeve van de kinderen van € 167,- per kind per maand zal betalen, telkens bij
vooruitbetaling te voldoen.

Verzoek en verweer

Het gewijzigde verzoek van de vrouw zoals dat nu luidt, strekt tot echtscheiding met nevenvoorzieningen tot:
- vaststelling van de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vrouw;
- vaststelling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken over de kinderen (zorgregeling), in die zin dat:
 de kinderen gedurende de schoolweken en onder de voorwaarde dat in dat
weekend geen feestdagen vallen in het weekend van de oneven weken bij
de man zijn van zaterdag 10:00 uur tot zondag 15:00 uur;
 invulling van vakanties en feestdagen in onderling overleg;
- vaststelling van kinderalimentatie van € 167,- per maand per kind, bij
vooruitbetaling te voldoen, met ingang van de datum van de beschikking;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Bovendien heeft de man zelfstandig verzocht om de echtscheiding uit te spreken, met nevenvoorzieningen tot:
- vaststelling van een zorgregeling tussen de man en de kinderen,
-waarbij de kinderen bij de man zullen zijn:
 in de oneven weken van vrijdag na school (15:00 uur) tot zondag 18:00 uur;
 in de zomervakantie 1 week in overleg;
 met Vaderdag;
-te bepalen dat de kinderen 2 video belmomenten op dinsdag en donderdag om
19:00 uur hebben met de man of elk ander moment dat de kinderen hun vader
missen;
- vaststelling van een regeling inzake de informatie over de kinderen, waarbij de vrouw de man maandelijks zal informeren over de ontwikkelingen van de
kinderen;
- vaststelling van kinderalimentatie van € 166,- per maand per kind, bij vooruitbetaling te voldoen, met ingang van indiening van het verweerschrift althans een zodanige bijdrage en met ingang van zodanige datum als de rechtbank juist acht;
- vaststelling van de verdeling van de huwelijksgemeenschap, conform
het voorstel van de man inhoudende dat de goederen opgenoemd in de inboedellijst (productie 3) aan de man zullen toekomen, zonder verrekening.

Beoordeling

Echtscheiding
Ontbreken ouderschapsplan
Bij het indienen van een verzoek tot echtscheiding is het wettelijk verplicht om een ouderschapsplan over te leggen. Partijen hebben dat niet gedaan. De rechtbank stelt vast dat het partijen niet is gelukt om op alle punten ten aanzien van de kinderen tot overeenstemming te komen. Daarom beoordeelt de rechtbank toch het verzoek tot echtscheiding.
Omdat aan de overige wettelijke formaliteiten wel is voldaan, zal de rechtbank partijen ontvangen in hun verzoeken tot echtscheiding.
Inhoudelijke beoordeling
Partijen zijn het erover eens dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De rechtbank zal de over en weer gedane verzoeken tot echtscheiding daarom, als niet weersproken en op de wet gegrond, toewijzen.
Hoofdverblijfplaats
De vrouw verzoekt de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij haar te bepalen. De man voert hiertegen geen verweer. Gelet hierop en nu niet is gebleken dat het belang van de kinderen zich hiertegen verzet, zal de rechtbank het verzoek als onweersproken en op de wet gegrond toewijzen.
Zorgregeling
Uit de stukken en wat op de zitting naar voren is gekomen, is de rechtbank het volgende gebleken. Op 25 februari 2025 is aan de man een tijdelijk huisverbod opgelegd, omdat er een incident van huiselijk geweld in de echtelijke woning heeft plaatsgevonden. Dit huisverbod is ook nog verlengd tot 25 maart 2025. De vrouw is met de kinderen in de echtelijke woning gebleven. In de voorlopige voorzieningenprocedure (beschikking van
24 maart 2025) is vervolgens het uitsluitend gebruik van de woning aan de vrouw toegekend alsmede zijn de kinderen aan haar toevertrouwd. Er is diverse hulpverlening bij het gezin betrokken geraakt, onder meer het Veilig Verder Team (VVT). Doel van dit team is het opstellen van veiligheidsafspraken en het maken van passende omgangsafspraken voor de kinderen. Op 20 januari 2026 heeft het VVT advies uitgebracht, waarbij is gebleken dat er nog geen definitieve veiligheids- en omgangsafspraken zijn vastgesteld.
Beide ouders willen een vaste zorgregeling, maar zij verschillen van mening over de exacte invulling van deze regeling. Daarbij is het werkrooster van de man een complicerende factor.
De vrouw stelt een zorgregeling voor, waarbij de kinderen in de oneven weken bij de man zijn van zaterdag 10:00 uur tot zondag 15:00 uur. De vrouw hecht aan een vaste regeling die de man altijd kan nakomen. Om deze reden verzoekt zij zaterdag 10 uur, omdat vrijdag na school volgens de vrouw niet altijd voor de man haalbaar is. Daarnaast vindt de vrouw het van belang dat de kinderen op tijd naar bed gaan. Dit klemt temeer op de zondagen nadat de kinderen een weekend bij de man zijn geweest.
De man verzet zich tegen de verzochte invulling van de vrouw en verzoekt een zorgregeling vast te stellen, waarbij de kinderen in de oneven weken van vrijdag na school (15:00 uur) tot zondag 18:00 uur bij hem verblijven.
Op de zitting is naar voren gekomen dat de man op dit moment bij zijn huidige werkgever een werkrooster heeft, waarbij hij eenmaal in de drie weken een vrij weekend heeft. Mogelijk krijgt de man op korte termijn een nieuwe werkgever en wil hij gaan bespreken dat hij om de week een vrij weekend heeft.
Alles overwegende zal de rechtbank nu bepalen dat de kinderen bij de man zijn eenmaal in de drie weken (het vrije weekend van de man) van vrijdag uit school (15:00 uur) tot zondag 17 uur. Tevens zal de rechtbank bepalen dat de man in de weken dat hij de kinderen niet in het weekend ziet nog een dag dan wel dagdeel omgang zal hebben met de kinderen. Daarbij is het van belang dat de man de vrouw tijdig op de hoogte zal brengen van zijn vrije (doordeweekse) dagen in zijn werkrooster, waarna ze in onderling overleg – eventueel onder begeleiding van hulpverleners – voor de weken daarop, indien mogelijk, de doordeweekse contactmomenten kunnen vastleggen.
De ouders zijn het er verder over eens dat de invulling van vakanties en feestdagen in onderling overleg zal worden bepaald, maar dat de kinderen in ieder geval op vaderdag en in de zomervakantie één week bij de man zullen zijn. Ook hiervoor geldt dat de man de vrouw tijdig van zijn werkrooster op de hoogte zal moeten brengen, zodat deze vakantie(s) en feestdagen in onderling overleg – eventueel onder begeleiding van hulpverleners – kunnen worden bepaald.
De rechtbank geeft de ouders mee dat zij samen met VVT dan wel andere hulpverleners verdere afspraken moeten maken over de nadere invulling en uitbreiding van de zorgregeling, mede afhankelijk van de (nieuwe) werkroosters van de man en van het werkrooster van de vrouw voor zover zij erin slaagt te gaan werken zoals zij voornemens is. Daarbij moet ernaar worden gestreefd dat de kinderen in ieder geval om de week een weekend bij de man zullen verblijven, zoals beide ouders nu hebben verzocht.
Op de zitting zijn de ouders verder overeengekomen dat de man twee keer per week, op dinsdag en donderdag, om 18 uur een (video) belmoment met de kinderen zal hebben. De rechtbank zal conform deze overeenstemming beslissen, omdat dit ook in het belang van de kinderen is.
Informatieregeling
De man verzoekt een informatieregeling vast te stellen, waarbij de vrouw de man maandelijks zal informeren over de ontwikkelingen van de kinderen. De vrouw verzet zich hiertegen en stelt dat het verzoek van de man buiten beschouwing moet worden gelaten, omdat het niet binnen de gegeven verweertermijn en dus te laat is ingediend.
Wat er ook zij van het standpunt van de vrouw, de rechtbank ziet geen aanleiding om het verzoek van de man om een informatieregeling vast te stellen, toe te wijzen. De ouders zijn immers gezamenlijk met het gezag over de kinderen belast. Uit gezamenlijk gezag vloeit voort dat de ouders elkaar over en weer moeten informeren en consulteren over zaken die de kinderen aangaan. Daarnaast kan de man als gezaghebbende ouder ook zelf alle informatie over de kinderen opvragen bij betrokken instanties. Verder zal de man ook regelmatig contact met de kinderen hebben, zodat hij op basis hiervan ook al goed op de hoogte is van onder andere hun ontwikkeling. De rechtbank zal het verzoek daarom afwijzen.
Kinderalimentatie
Op de zitting is gebleken dat de vrouw haar verzoek wijzigt en nu verzoekt een kinderalimentatie vast te stellen van € 167,- per maand per kind, zoals is bepaald in de beschikking van deze rechtbank van 19 maart 2026 betreffende de wijziging van de voorlopige voorzieningen. Gelet op het zelfstandige verzoek van de man, waarin hij een bedrag van € 166,- per maand per kind aan kinderalimentatie verzoekt, concludeert de rechtbank dat de ouders over de kinderalimentatie overeenstemming hebben bereikt. De rechtbank zal daarom het verzoek van de vrouw als onweersproken en op de wet gegrond toewijzen. Daarbij zal de rechtbank de datum van beschikking als ingangsdatum bepalen, zoals de vrouw verzoekt, mede omdat er al een voorlopige kinderalimentatie in voorlopige voorzieningen is bepaald.
Verdeling beperkte huwelijksgemeenschap
De man verzoekt te bepalen dat de inboedelgoederen opgenoemd in de als productie 3 overgelegde inboedellijst aan de man zullen toekomen, zonder verrekening. De vrouw verweert zich hiertegen en stelt dat de inboedel al tussen partijen is verdeeld. Mede gelet op wat op de zitting is besproken, concludeert de rechtbank dat de huwelijksgoederengemeenschap feitelijk al tussen partijen is verdeeld en dat de rechtbank op dit punt geen beslissing meer behoeft te nemen.

Beslissing

De rechtbank:
*
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum] 2023 te [plaats] ;
*
bepaalt dat de minderjarigen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2019 te [geboorteplaats] ,
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2021 te [geboorteplaats] ,
de hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de vrouw, en verklaart deze bepaling uitvoerbaar bij voorraad;
*
bepaalt dat de hiervoor genoemde minderjarigen bij de man zullen zijn:
- eenmaal in de drie weken (het vrije weekend van de man) van vrijdag uit school
(15:00 uur) tot zondag 17 uur;
- in de weken dat de man de kinderen niet in het weekend ziet nog een dag dan wel
dagdeel, in onderling overleg te bepalen en afhankelijk van het werkrooster van de
man;
- de invulling van de vakanties en feestdagen in onderling overleg zal worden
bepaald, waarbij de kinderen in ieder geval op vaderdag en één week in de
zomervakantie bij de man zullen zijn;
*
bepaalt dat er twee keer per week, op dinsdag en donderdag, om 18 uur een (video) belmoment tussen de man en de kinderen zal plaatsvinden;
*
bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van vandaag, een kinderalimentatie ten behoeve van de hiervoor genoemde minderjarigen van € 167,- per maand per kind zal betalen, vanaf vandaag telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
*
verklaart deze beschikking – tot zover en met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding – uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. J. Visser, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. M.G. Coopmans-Veraa als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 28 mei 2026.