ECLI:NL:RBDHA:2026:17450

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 mei 2026
Publicatiedatum
28 juni 2026
Zaaknummer
C/09/685736 / FA RK 25-3878
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10:56 BWArt. 3 Protocol van 23 november 2007Art. 4 lid 3 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding met vaststelling hoofdverblijfplaats, zorgregeling en kinderalimentatie

Partijen zijn gehuwd sinds 2015 en hebben twee minderjarige kinderen die momenteel bij de vrouw verblijven. De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoek tot echtscheiding met nevenvoorzieningen, waaronder de hoofdverblijfplaats van de kinderen, zorgregeling, huurrecht van de echtelijke woning en kinderalimentatie.

De rechtbank oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is en Nederlands recht van toepassing is. De echtscheiding wordt uitgesproken wegens duurzame ontwrichting van het huwelijk, waar partijen het over eens zijn. De hoofdverblijfplaats van de kinderen wordt vastgesteld bij de vrouw, mede omdat de man momenteel in een daklozenopvang verblijft.

De voorlopige zorgregeling wordt aangepast: de kinderen zullen voortaan elke donderdag twee uur contact hebben met de man, in overleg met de gecertificeerde instelling en hulpverleners. De zorgregeling blijft van kracht in vakanties, tenzij ouders anders afspreken. De vrouw krijgt het huurrecht van de echtelijke woning toegewezen. De man zal kinderalimentatie betalen van €25 per kind per maand, met ingang van de datum van de beschikking.

De beschikking wijzigt eerdere voorlopige voorzieningen en is uitvoerbaar bij voorraad, behalve het uitspreken van de echtscheiding en het toekennen van het huurrecht.

Uitkomst: Echtscheiding uitgesproken, hoofdverblijfplaats bij vrouw, zorgregeling aangepast, huurrecht aan vrouw toegewezen en kinderalimentatie vastgesteld.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-3878
Zaaknummer: C/09/685736
Datum beschikking: 28 mei 2026

Echtscheiding met nevenvoorzieningen

Beschikking op het op 22 mei 2025 ingekomen verzoek van:

[de vrouw] ,

volgens de huwelijksakte: [de vrouw] ,
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L.P. Lagerweij te Delft.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man] ,

volgens de huwelijksakte: [de man] ,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.W. Stok te Delft.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift tevens zelfstandig verzoekschrift;
- het verweer tegen het zelfstandig verzoek;
- het bericht van 24 april 2026, met bijlagen, van de zijde van de man.
Op 30 april 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
  • de man, bijgestaan door zijn advocaat en tolk in de Arabische taal J. Labban;
  • [naam] namens Jeugdbescherming west Haaglanden (de gecertificeerde instelling).

Feiten

- Partijen zijn gehuwd op 30 januari 2015 te Khartoem, Soedan naar Islamitisch recht.
- Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2019 te [geboorteplaats] ;
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2021 te [geboorteplaats] .
- De kinderen verblijven bij de vrouw.
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
- De vrouw en de man hebben in ieder geval de Nederlandse nationaliteit.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 17 april 2025 zijn de kinderen onder toezicht gesteld van Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden tot 17 april 2026. Bij beschikking van deze rechtbank van 16 april 2026 is deze ondertoezichtstelling verlengd tot 17 april 2027.
- Deze rechtbank heeft op 22 juli 2025 voorlopige voorzieningen getroffen, voor zover van belang, inhoudende:
  • dat de vrouw gerechtigd is tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning;
  • dat de kinderen aan de vrouw worden toevertrouwd;
  • dat een voorlopige verdeling van zorg- en opvoedingstaken zal gelden, waarbij de kinderen vanaf het vertrek van de man uit de echtelijke woning bij de man zijn elke zaterdag gedurende twee uur, in onderling overleg (met de jeugdbeschermer) af te spreken, waarbij de man de kinderen haalt en terugbrengt, en waarbij de kinderen vanaf het moment dat de man eigen woonruimte heeft, bij de man zijn om de week van zaterdag 12.00 uur tot zondag 17.00 uur, waarbij de man de kinderen haalt en terugbrengt;
  • dat deze voorlopige zorgregeling doorloopt in alle vakanties, tenzij een ouder met de kinderen op vakantie wil en verder dat de voorlopige zorgregeling – indien nodig – onder regie van de jeugdbeschermer kan worden aangepast;
  • dat de man aan de vrouw, met ingang van 2 september 2025 of zoveel eerder als de man de echtelijke woning verlaat, voorlopig een kinderalimentatie van € 150,- per kind per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen.

Verzoek en verweer

Het verzoek strekt tot echtscheiding, met nevenvoorzieningen tot:
- vaststelling van de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vrouw;
- vaststelling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken over de kinderen, in die zin dat de kinderen eens per veertien dagen bij de man zijn van zaterdag 12.00 uur tot zondag 17.00 voor het avondeten, waarbij de man de kinderen haalt en brengt als er gewisseld moet worden en de reguliere zorgregeling in de vakanties zal doorlopen, tenzij een ouder met de kinderen op vakantie wil, in welk geval voorafgaand overleg tussen de ouders plaatsvindt;
- vaststelling van kinderalimentatie van € 150,- per maand per kind, bij vooruitbetaling te voldoen, met ingang van 22 mei 2025 (de datum van de indiening van het verzoekschrift);
- toedeling aan de vrouw van het huurrecht van de echtelijke woning,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast heeft de man zelfstandig verzocht het verzoek van de vrouw om de echtscheiding uit te spreken, toe te wijzen, met nevenvoorzieningen tot:
- vaststelling van de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de man;
- toedeling aan de man van het huurrecht van de echtelijke woning;
- toewijzing van het verzoek van de vrouw ten aanzien van de verdeling van zorg- en opvoedingstaken indien de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vrouw zal worden bepaald, met de toevoeging “op voorwaarde dat de man zelfstandige woonruimte heeft”.
De vrouw voert verweer tegen de zelfstandige verzoeken van de man, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Echtscheiding
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Omdat ten tijde van de indiening van het verzoekschrift de gewone verblijfplaats van partijen zich in Nederland bevond, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe om te oordelen over het verzoek tot echtscheiding. Op grond van artikel 10:56 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) is Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding van toepassing.
Ontvankelijkheid
Bij het indienen van een verzoek tot echtscheiding is het wettelijk verplicht om een ouderschapsplan over te leggen. De ouders hebben dat niet gedaan. De rechtbank stelt vast dat het de ouders niet is gelukt om voorafgaand aan de zitting op alle punten ten aanzien van de kinderen tot overeenstemming te komen. Daarom beoordeelt de rechtbank het verzoek tot echtscheiding, zonder ouderschapsplan.
Aan de overige wettelijke formaliteiten is voldaan.
Inhoudelijke beoordeling
De vrouw stelt dat het huwelijk duurzaam is ontwricht en verzoekt om de echtscheiding uit te spreken. De man kan zich hiermee verenigen. Gelet hierop staat de gestelde duurzame ontwrichting van het huwelijk in rechte vast, zodat de rechtbank het daarop steunende verzoek tot echtscheiding als niet weersproken en op de wet gegrond zal toewijzen.
Hoofdverblijfplaats
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Omdat de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op de verzoeken tot vaststelling van de hoofdverblijfplaats.
Inhoudelijke beoordeling
Ter zitting heeft de man ingestemd met het verzoek van de vrouw om het hoofdverblijf van de kinderen bij de vrouw te bepalen. Gelet op deze overeenstemming, het gegeven dat de kinderen nu al langere tijd bij de vrouw verblijven en het feit dat de man momenteel bij een daklozenopvang verblijft, zal de rechtbank de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] bij de vrouw bepalen.
Verdeling van zorg- en opvoedingstaken (de zorgregeling)
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Omdat de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op de verzoeken tot vaststelling van de zorgregeling.
Inhoudelijke beoordeling
Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken, is de rechtbank duidelijk geworden dat de man de voorlopige zorgregeling niet (volledig) nakomt. Dat komt enerzijds door de gezondheidsproblemen die de man ervaart en de ziekenhuisafspraken die daarmee verband houden, en anderzijds vanwege het feit dat de man geen eigen woonruimte heeft en in een daklozenopvang verblijft. Ook de gecertificeerde instelling geeft aan dat de zorgregeling niet goed loopt, maar dat het voor de kinderen wel belangrijk is om contact te hebben met hun vader. Daarbij wijst de gecertificeerde instelling erop dat het contactmoment door de voorzieningenrechter in het kader van de voorlopige zorgregeling op zaterdag is bepaald, maar dat het lastig is om op zaterdagen hulpverlening rondom de contactmomenten te organiseren in verband met de werkuren van de hulpverlening.
Naar aanleiding van het voorgaande heeft de rechtbank ter zitting met partijen en de gecertificeerde instelling gesproken over het organiseren van een contactmoment op een andere dag. De ouders zijn het erover eens geworden dat de kinderen voortaan niet op zaterdag, maar op donderdag gedurende twee uur contact zullen hebben met de man. De ouders dienen in samenspraak met de gecertificeerde instelling en/of de betrokken hulpverleners af te spreken op welk tijdstip het contactmoment plaatsvindt. Daarbij zal de rechtbank bepalen dat de overige voorwaarden van de voorlopige zorgregeling blijven gelden, in die zin dat de zorgregeling zal doorlopen in alle vakanties, tenzij een ouder met de kinderen op vakantie wil, en dat de zorgregeling – indien nodig – onder regie van de jeugdbeschermer kan worden aangepast. Daarnaast overweegt de rechtbank dat de ouders vanuit deze regeling (en al dan niet onder begeleiding van de gecertificeerde instelling en/of de betrokken hulpverleners) dienen toe te werken naar het uitbreiden van de zorgregeling conform het verzoek van de vrouw op het moment dat de man over huisvesting beschikt en zijn gezondheid een uitgebreidere regeling toelaat.
Huurrecht van de echtelijke woning
Rechtsmacht en toepasselijk recht
De woning is in Nederland gelegen. Gelet op artikel 4, lid 3, aanhef en sub a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe om te oordelen over het verzoek ter zake van het huurrecht van deze woning.
De rechtbank zal op dit verzoek Nederlands recht als haar interne recht toepassen.
Inhoudelijke beoordeling
Partijen hebben overeenstemming bereikt over de toebedeling van het huurrecht, in die zin dat de man tijdens de zitting heeft aangegeven dat hij zich – mede gelet op zijn standpunt ten aanzien van de hoofdverblijfplaats van de kinderen – erbij kan neerleggen dat het huurrecht onder de huidige omstandigheden aan de vrouw wordt toebedeeld. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen.
Kinderalimentatie
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Omdat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het echtscheidingsverzoek, heeft hij tevens rechtsmacht met betrekking tot het verzoek tot vaststelling van een bijdrage in de kosten en verzorging en opvoeding van de kinderen.
Op het verzoek tot vaststelling van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen zal de rechtbank op grond van artikel 3 van Pro het Protocol van 23 november 2007 inzake het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen Nederlands recht toepassen.
Inhoudelijke beoordeling
Partijen hebben ter zitting overeenstemming bereikt over de kinderalimentatie, in die zin dat de ouders het erover eens zijn geworden dat de man aan de vrouw een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] zal voldoen van € 25,- per kind per maand. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen.
Daarbij zal de rechtbank de kinderalimentatie vaststellen met ingang van de datum van deze beschikking, omdat er in de voorlopige voorzieningenprocedure al een voorlopige bijdrage is bepaald.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van 22 juli 2025 – :
*
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen gehuwd op 30 januari 2015 te Khartoem, Soedan;
*
bepaalt dat de minderjarigen [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2019 te [geboorteplaats] en [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2021 te [geboorteplaats] , de hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de vrouw;
*
bepaalt dat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] elke donderdag gedurende twee uur bij de man zullen zijn, waarbij de ouders in samenspraak met de gecertificeerde instelling en/of betrokken hulpverleners afspreken op welk tijdstip het contactmoment plaatsvindt en dat toegewerkt kan worden naar een mogelijke uitbreiding van deze zorgregeling zoals in het lichaam van deze beschikking is weergegeven;
bepaalt dat deze zorgregeling zal doorlopen in alle vakanties, tenzij een van de ouders met de kinderen op vakantie wil;
*
bepaalt dat de vrouw met ingang van de dag van inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand de huurster zal zijn van de woning aan de [adres] ;
*
bepaalt dat de man, met ingang van de dag van de datum van deze beschikking, voor de verzorging en opvoeding van de kinderen aan de vrouw zal betalen een bedrag van € 25,- per kind per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
*
verklaart deze beschikking tot zover – met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding en het toekennen van het huurrecht – uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. J. Visser, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. A.J. Klootwijk als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 28 mei 2026.