ECLI:NL:RBDHA:2026:17451

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 mei 2026
Publicatiedatum
28 juni 2026
Zaaknummer
C/09/684783 / FA RK 25-3395
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10:56 BWArt. 3 Protocol van 23 november 2007Art. 4 lid 3 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding met zorgregeling, kinderalimentatie en huurrecht van de echtelijke woning

Partijen zijn gehuwd sinds 2015 en hebben twee minderjarige kinderen die momenteel bij beiden in de echtelijke woning verblijven. De ouders oefenen gezamenlijk gezag uit. De vrouw verzoekt de echtscheiding uit te spreken, de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij haar vast te stellen, een zorgregeling te treffen waarbij de kinderen bij de man verblijven zodra hij passende huisvesting heeft, kinderalimentatie vast te stellen en het huurrecht van de echtelijke woning aan haar toe te kennen.

De man verzet zich tegen het verzoek tot toekenning van het huurrecht aan de vrouw en verzoekt het huurrecht aan hem toe te kennen. Partijen hebben een mediationovereenkomst gesloten waarin is afgesproken dat het huurrecht aan de man wordt toegekend, met de voorwaarde dat de vrouw voldoende tijd en ruimte krijgt om een andere woning te vinden. De vrouw beroept zich op vernietigbaarheid van dit deel van de overeenkomst wegens dwaling en onvoldoende informatie.

De rechtbank oordeelt dat de echtscheiding kan worden uitgesproken omdat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De hoofdverblijfplaats wordt aan de vrouw toegekend en de zorgregeling aan de man, zoals partijen overeenkomen. De kinderalimentatie wordt vastgesteld op €125 per maand per kind, ingaande vanaf de datum van het verzoekschrift. Het huurrecht wordt aan de man toegekend, met de voorwaarde dat de vrouw met de kinderen in de woning kan blijven totdat zij een eigen woning heeft gevonden. De mediationovereenkomst wordt als geldig beschouwd en de belangenafweging leidt tot continuering van de huidige situatie. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening gelaten.

Uitkomst: De rechtbank spreekt de echtscheiding uit, stelt de zorgregeling en kinderalimentatie vast en wijst het huurrecht toe aan de man met verblijfsrecht voor de vrouw tot zij een eigen woning vindt.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-3395
Zaaknummer: C/09/684783
Datum beschikking: 28 mei 2026

Scheiding

Beschikking op het op 6 mei 2025 ingekomen verzoek van:

[de vrouw] ,

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S.I. Kouwenhoven te Naaldwijk.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man] ,

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. drs. M. Erkens te Den Haag.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het op 6 mei 2025 ingekomen verzoekschrift, met bijlagen, namens de vrouw;
- de brief van 7 juli 2025, inhoudende een wijziging van het petitum, namens de
vrouw;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoekschrift van 31 juli 2025 namens de
man;
- het verweer tegen het zelfstandig verzoek van 1 september 2025 namens de vrouw;
- de brief van 27 februari 2026, met bijlage, namens de vrouw;
- het bericht van 28 april 2026, met bijlage, namens de man.
De minderjarige [minderjarige 1] is in de gelegenheid gesteld zijn mening kenbaar te maken.
Op 30 april 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat en H.C. de Man, tolk in de Franse taal;
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.

Feiten

- Partijen zijn gehuwd op [datum] 2015 te [plaats 1] , [land] .
- Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2018 te [geboorteplaats] ,
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2019 te [geboorteplaats] .
- De kinderen verblijven op dit moment bij de man en de vrouw in de echtelijke woning.
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
- De man heeft in ieder geval de Nederlandse nationaliteit en de vrouw heeft de Guinese nationaliteit.

Verzoek en verweer

Het verzoek zoals dat na wijziging luidt, strekt tot echtscheiding, met nevenvoorzieningen tot:
- vaststelling van de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vrouw;
- vaststelling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken over de kinderen (zorgregeling), in die zin dat de kinderen bij de man verblijven -zodra hij passende huisvesting heeft gevonden om de kinderen te ontvangen en te laten overnachten-:
 om het weekend: vanaf zaterdagochtend tot zondagavond;
 om het weekend: de andere zaterdag overdag (tijdstip in overleg), waarbij
de man zorg zal dragen voor het begeleiden van de kinderen naar voetbal en/of zwemles;
 eens in de maand zal de man de vrouw in de gelegenheid stellen om met
de kinderen naar de ‘zaterdag bijeenkomsten van de Afrikaanse gemeenschap’ in Den Haag te gaan;
 de helft van de feestdagen en schoolvakanties, waarbij rekening wordt
gehouden met de beperkte vrije dagen van het werk die de man kan
opnemen;
 de helft van de feestdagen zoals Kerst, Pasen en Oud en Nieuw, waarbij de kinderen om en om de eerste feestdag bij de ene ouder verblijven en de tweede feestdag bij de andere ouder, waarbij oudejaarsdag als de eerste feestdag geldt en Nieuwsjaardag als de tweede feestdag;
 Suikerfeest en offerfeest verblijven de kinderen bij de vrouw, behalve wanneer deze feesten in het weekend vallen. Indien Suikerfeest en offerfeest in het weekend vallen worden de feestdagen gevierd bij de man, waarbij de partijen afspreken dat de kinderen met één van de ouders naar de Moskee gaan voor het ochtendgebed;
- vaststelling van kinderalimentatie van € 125,- per maand per kind, bij vooruitbetaling te voldoen, met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift;
- toedeling aan de vrouw van het huurrecht van de echtelijke woning;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
De man voert – onder referte voor het overige – verweer tegen het verzochte huurrecht, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Bovendien heeft de man zelfstandig verzocht om de echtscheiding uit te spreken, met een nevenvoorziening tot:
- toedeling aan de man van het huurrecht van de echtelijke woning,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Beoordeling

Echtscheiding
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Omdat ten tijde van de indiening van het verzoekschrift de gewone verblijfplaats van partijen zich in Nederland bevond, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe om te oordelen over het verzoek tot echtscheiding. Op grond van artikel 10:56 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) is Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding van toepassing.
Ontvankelijkheid
Bij het indienen van een verzoek tot echtscheiding is het wettelijk verplicht om een door beide ouders ondertekend ouderschapsplan over te leggen. De ouders hebben dat niet gedaan.
Op de zitting is de rechtbank gebleken dat de ouders een ouderschapsplan zijn overeengekomen, maar dat dit ouderschapsplan niet bij de rechtbank is overgelegd. Gelet hierop en omdat aan de overige wettelijke formaliteiten is voldaan, zal de rechtbank partijen ontvangen in hun verzoeken tot echtscheiding.
Inhoudelijke beoordeling
Partijen zijn het erover eens dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De rechtbank zal de over en weer gedane verzoeken tot echtscheiding daarom, als niet weersproken en op de wet gegrond, toewijzen.
Hoofdverblijfplaats en Zorgregeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Omdat de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op de verzoeken tot vaststelling van de hoofdverblijfplaats en zorgregeling.
Hoofdverblijfplaats
De vrouw verzoekt de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij haar te bepalen. De man heeft hiertegen geen bezwaar. Gelet hierop en nu niet is gebleken dat het belang van de kinderen zich hiertegen verzet, zal de rechtbank het verzoek als onweersproken en op de wet gegrond toewijzen.
Zorgregeling
De vrouw verzoekt een zorgregeling tussen de man en de kinderen vast te stellen. De man kan zich vinden in de verzochte zorgregeling, zodat de rechtbank het verzoek als onweersproken en op de wet gegrond zal toewijzen, mede ook omdat het belang van de kinderen zich hiertegen niet verzet.
Kinderalimentatie
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Omdat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het echtscheidingsverzoek, heeft hij tevens rechtsmacht met betrekking tot het verzoek tot vaststelling van een bijdrage in de kosten en verzorging en opvoeding van de kinderen.
Op het verzoek tot vaststelling van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen zal de rechtbank op grond van artikel 3 van Pro het Protocol van 23 november 2007 inzake het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen Nederlands recht toepassen.
Inhoudelijke beoordeling
De vrouw verzoekt met ingang van 6 mei 2025, de datum van indiening van het verzoekschrift, een kinderalimentatie van € 125,- per maand per kind. De man is het hiermee eens, zodat de rechtbank het verzoek als onweersproken en op de wet gegrond zal toewijzen.
Huurrecht van de echtelijke woning
Rechtsmacht en toepasselijk recht
De woning is in Nederland gelegen. Gelet op artikel 4, lid 3, aanhef en sub a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe om te oordelen over het verzoek ter zake van het huurrecht van deze woning.
De rechtbank zal op dit verzoek Nederlands recht als haar interne recht toepassen.
Inhoudelijke beoordeling
De man en de vrouw verzoeken beiden het huurrecht aan hen toe te kennen.
De vrouw stelt dat zij er belang bij heeft om samen met de kinderen in de echtelijke woning te blijven wonen. Zij is de hoofdverzorger van de kinderen en het is in het belang van de kinderen dat zij in hun vertrouwde omgeving kunnen blijven wonen. Zij zijn immers hier geworteld en gaan ook dichtbij de woning naar school. Volgens de vrouw heeft de man, gelet op zijn inkomen, meer mogelijkheden om andere geschikte woonruimte te vinden.
De man verweert zich tegen het verzoek van de vrouw en verzoekt het huurrecht aan hem toe te kennen. De man stelt dat hij al meer dan 20 jaar huurder van de woning is en lange tijd alleen in de woning heeft gewoond, voordat de vrouw naar Nederland is gekomen. Volgens de man is de woning niet geschikt voor een gezin. Het betreft een twee-kamer-woning van slechts 64 m2 met een woonkamer en één slaapkamer.
Kort voor de zitting is gebleken dat partijen in mediation een overeenkomst hebben gesloten waarbij partijen ten aanzien van het huurrecht hebben afgesproken dat zij tijdelijk samen in de woning zullen blijven wonen totdat de vrouw een andere woning heeft gevonden. Tevens hebben partijen afgesproken dat het huurrecht aan de man zal worden toegekend onder de voorwaarde dat de vrouw voldoende tijd en ruimte krijgt om zelf een woning te zoeken.
De vrouw stelt dat er nu een tegenstrijdigheid is ontstaan over het huurrecht, omdat zij in deze procedure verzoekt het huurrecht aan haar toe te kennen, terwijl in de mediationovereenkomst is opgenomen dat de vrouw afstand doet van het huurrecht. De (advocaat van de) vrouw heeft daarom per e-mailbrief van 4 februari 2026 aan (de advocaat van) de man een beroep gedaan op vernietigbaarheid van dit deel van de overeenkomst, omdat afstand van het huurrecht niet in het belang van de vrouw is. De vrouw stelt de overeenkomst onder invloed van een onjuiste voorstelling van zaken te hebben gesloten. Zo stelt zij te hebben gedwaald over haar juridische positie, onvoldoende te zijn geïnformeerd en geen rekening te hebben kunnen houden met daarna gebleken omstandigheden.
Op de zitting heeft de vrouw nader toegelicht dat zij niet begrepen heeft wat zij met de mediationovereenkomst heeft ondertekend. Zij stelt de consequenties hiervan niet goed te hebben doorzien. Immers voor de vrouw was het niet duidelijk dat het nu wellicht nog vijf jaar kan duren voordat partijen daadwerkelijk uit elkaar gaan. De vrouw meende dat ze onmiddellijk een urgentieverklaring zou krijgen en dat ze ook geholpen zou worden bij het vinden van een andere woning. De vrouw geeft aan zo spoedig mogelijk met de kinderen een andere woning te willen betrekken. Hiervoor is volgens de vrouw nu nodig dat het huurrecht aan haar wordt toegekend. Zij handhaaft daarom het verzoek.
De man verzet zich hiertegen en voert aan dat partijen via mediation een geldige overeenkomst hebben ondertekend. Deze overeenkomst is onder begeleiding van een professional tot stand gekomen. De vrouw is volgens de man dan ook goed geïnformeerd over wat zij heeft ondertekend. Daarnaast heeft de vrouw ook nagelaten haar advocaat hierover te raadplegen, wat voor haar eigen rekening en risico komt, aldus de man. Voor zover de vrouw zich beroept op vernietiging van de overeenkomst, stelt de man zich op het standpunt dat de vrouw hiervoor een dagvaardingsprocedure moet beginnen. Verder geeft de man aan dat de vrouw in de woning kan blijven totdat zij een andere woning heeft gevonden, maar dat hij wel het huurrecht toegekend wenst te krijgen.
De rechtbank is zich ervan bewust dat beide partijen belang hebben bij het huurrecht van de (voormalige) echtelijke woning, omdat beide partijen mogelijk niet op korte termijn over zelfstandige andere woonruimte kunnen beschikken waar ze met beide kinderen kunnen wonen. De rechtbank moet daarom beoordelen van wie de belangen zwaarder wegen.
De rechtbank zal het huurrecht van de (voormalige) echtelijke woning aan de man toekennen, maar daarbij wel bepalen – zoals in de mediationovereenkomst is vastgelegd – dat de vrouw (met de kinderen) in de woning kan blijven totdat zij een eigen woning heeft gevonden. De rechtbank heeft bij deze beslissing het volgende in aanmerking genomen.
Gebleken is dat de vrouw, anders dan de man, in beginsel niet met de kinderen in de echtelijke woning wenst te blijven. De woning is te klein om er met de kinderen te verblijven. De vrouw is op zoek naar andere woonruimte. Zij is met behulp van haar advocaat bezig met het verkrijgen van een urgentieverklaring. Daarbij speelt mee dat de zoon van partijen, die zijn hoofdverblijf bij de vrouw heeft, bekend is met de Sikkelcelziekte en regelmatig ernstige acute pijnaanvallen heeft, wat hopelijk helpend zal kunnen zijn bij het verkrijgen van een urgentieverklaring. Verder is gebleken dat de vrouw in juni 2026 weer een afspraak bij de mediator heeft om over huisvesting te praten. De rechtbank neemt bij de afweging van de belangen verder in overweging dat partijen op 15 januari 2026 een mediationovereenkomst hebben afgesloten, waarbij zij zijn overeengekomen dat het huurrecht aan de man zal worden toegekend onder de voorwaarde dat de vrouw voldoende tijd en ruimte krijgt om zelf een woning te zoeken. Ondanks dat naar voren is gekomen dat de vrouw mogelijk andere ideeën en verwachtingen had bij het ondertekenen van de mediationovereenkomst, wat overigens door de man wordt betwist, stelt de rechtbank vast dat deze overeenkomst door beide partijen is ondertekend en dus geldig is. Naar het oordeel van de rechtbank bestaat er in deze procedure onvoldoende aanleiding om aan te nemen dat dit anders zou zijn.
Concluderend betekent dit dat de huidige situatie zal worden gecontinueerd, waarbij partijen voorlopig nog samen met de kinderen in de woning zullen verblijven. Naar het oordeel van de rechtbank is onvoldoende gebleken dat partijen niet meer samen met de kinderen in de woning zouden kunnen verblijven. Op de zitting heeft de man verklaard dat hij een groot gedeelte van de dag vanwege werk niet thuis is en voor zover hij niet werkt, dat hij zoveel mogelijk in het berghok verblijft. Het neemt niet weg dat het voor beide partijen en vooral de kinderen geen prettige situatie is en dat deze situatie niet al te lang moet duren. De partnerbreuk brengt spanningen met zich en de kinderen worden hiermee geconfronteerd. De rechtbank gaat er echter van uit dat de vrouw, zoals op de zitting ook is gebleken, samen met haar advocaat haar uiterste best gaat doen om zo spoedig mogelijk een andere woning te vinden en dat zodra zij deze heeft gevonden daarnaartoe zal vertrekken. Daarbij merkt de rechtbank tot slot op dat beide ouders samen verantwoordelijk zijn voor de kinderen en rust zullen moeten brengen in deze situatie. De ouders zullen samen hiervoor eventueel met behulp van hun advocaten of hulpverleners nadere afspraken moeten maken, voor zover dit nog niet is gedaan.
Proceskosten
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:
*
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum] 2015 te [plaats 1] , [land] ;
*
bepaalt dat de minderjarigen:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2018 te [geboorteplaats] ,
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2019 te [geboorteplaats] ,
de hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de vrouw;
*
bepaalt dat de hiervoor genoemde minderjarigen bij de man zullen verblijven:
 om het weekend: vanaf zaterdagochtend tot zondagavond;
 om het weekend: de andere zaterdag overdag (tijdstip in overleg), waarbij
de man zorg zal dragen voor het begeleiden van de kinderen naar voetbal en/of zwemles;
 eens in de maand zal de man de vrouw in de gelegenheid stellen om met
de kinderen naar de ‘zaterdag bijeenkomsten van de Afrikaanse gemeenschap’ in Den Haag te gaan;
 de helft van de feestdagen en schoolvakanties, waarbij rekening wordt
gehouden met de beperkte vrije dagen van het werk die de man kan
opnemen;
 de helft van de feestdagen zoals Kerst, Pasen en Oud en Nieuw, waarbij de kinderen om en om de eerste feestdag bij de ene ouder verblijven en de tweede feestdag bij de andere ouder, waarbij oudejaarsdag als de eerste feestdag geldt en Nieuwsjaardag als de tweede feestdag;
 Suikerfeest en offerfeest verblijven de kinderen bij de vrouw, behalve wanneer deze feesten in het weekend vallen. Indien Suikerfeest en offerfeest in het weekend vallen worden de feestdagen gevierd bij de man, waarbij de partijen afspreken dat de kinderen met één van de ouders naar de Moskee gaan voor het ochtendgebed;
*
bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van 6 mei 2025 een kinderalimentatie ten behoeve van de hiervoor genoemde minderjarigen van € 125,- per maand, per kind zal betalen, telkens vanaf heden bij vooruitbetaling te voldoen;
*
bepaalt dat de man huurder zal zijn van de woning aan het adres [adres] , [plaats 2]
(gemeente [gemeente] ), met ingang van de dag waarop de beschikking tot echtscheiding is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand en onder de voorwaarde dat de vrouw (met de kinderen) in de woning kan blijven totdat zij een eigen woning heeft gevonden;
*
verklaart deze beschikking –met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding – tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. J. Visser, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. M.G. Coopmans-Veraa als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van
28 mei 2026.