ECLI:NL:RBDHA:2026:17451
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Echtscheiding met zorgregeling, kinderalimentatie en huurrecht van de echtelijke woning
Partijen zijn gehuwd sinds 2015 en hebben twee minderjarige kinderen die momenteel bij beiden in de echtelijke woning verblijven. De ouders oefenen gezamenlijk gezag uit. De vrouw verzoekt de echtscheiding uit te spreken, de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij haar vast te stellen, een zorgregeling te treffen waarbij de kinderen bij de man verblijven zodra hij passende huisvesting heeft, kinderalimentatie vast te stellen en het huurrecht van de echtelijke woning aan haar toe te kennen.
De man verzet zich tegen het verzoek tot toekenning van het huurrecht aan de vrouw en verzoekt het huurrecht aan hem toe te kennen. Partijen hebben een mediationovereenkomst gesloten waarin is afgesproken dat het huurrecht aan de man wordt toegekend, met de voorwaarde dat de vrouw voldoende tijd en ruimte krijgt om een andere woning te vinden. De vrouw beroept zich op vernietigbaarheid van dit deel van de overeenkomst wegens dwaling en onvoldoende informatie.
De rechtbank oordeelt dat de echtscheiding kan worden uitgesproken omdat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De hoofdverblijfplaats wordt aan de vrouw toegekend en de zorgregeling aan de man, zoals partijen overeenkomen. De kinderalimentatie wordt vastgesteld op €125 per maand per kind, ingaande vanaf de datum van het verzoekschrift. Het huurrecht wordt aan de man toegekend, met de voorwaarde dat de vrouw met de kinderen in de woning kan blijven totdat zij een eigen woning heeft gevonden. De mediationovereenkomst wordt als geldig beschouwd en de belangenafweging leidt tot continuering van de huidige situatie. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: De rechtbank spreekt de echtscheiding uit, stelt de zorgregeling en kinderalimentatie vast en wijst het huurrecht toe aan de man met verblijfsrecht voor de vrouw tot zij een eigen woning vindt.