Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.De procedure
- de e-mail van mr. Van Weverwijk van 24 oktober 2025.
Rechtbank Den Haag
Budgetzorg, voorheen Stichting Budgetzorg, verzocht de rechtbank om toestemming om het vermogen dat zij bij haar omzetting van stichting naar besloten vennootschap had, en de vruchten daarvan, anders te mogen besteden dan volgens artikel 2:18 lid 6 BW Pro is voorgeschreven. Dit verzoek hield in dat het beklemde vermogen niet langer als zodanig zou gelden, zodat het vrij besteedbaar zou zijn binnen de groep waartoe Budgetzorg behoort.
De rechtbank overwoog dat de wet en parlementaire geschiedenis terughoudendheid voorschrijven bij het toewijzen van dergelijke verzoeken. Vermogen opgebouwd in de stichtingperiode dient strikt conform de oorspronkelijke doelstelling te worden besteed. Budgetzorg stelde dat zij niet vanuit een ideële doelstelling was opgericht, maar de rechtbank volgde dit niet, verwijzend naar eerdere stukken waarin de ideële doelstelling expliciet werd vermeld.
Budgetzorg wilde het vermogen na ontklemming inzetten voor commerciële doeleinden, zoals dividenduitkeringen en investeringen, wat volgens de rechtbank in strijd is met het uitkeringsverbod en neerkomt op toe-eigening van het beklemde vermogen. Daarom wees de rechtbank het verzoek af en bevestigde dat het vermogen strikt moet worden besteed conform de oorspronkelijke statutaire doelstelling.
Uitkomst: Het verzoek tot ontklemming van het vermogen van Budgetzorg is afgewezen omdat het vermogen strikt conform de oorspronkelijke statutaire doelstelling moet worden besteed.