Verzoekers hebben bij de rechtbank Den Haag een verzoek ingediend tot erkenning van een Surinaams vonnis en het daaropvolgende hoger beroep, waarin verweerster werd veroordeeld in de kosten en het gebruik van de naam “Intervast Nederland” werd betwist.
De procedure betreft een kort geding in Suriname waarbij verweerster een verbod wilde afdwingen tegen het gebruik van de naam “Intervast Nederland” door verzoekers, maar dit werd afgewezen door zowel de kantonrechter als het Hof van Justitie van Suriname. Verzoekers willen dit Surinaamse vonnis in Nederland erkend krijgen om het in een toekomstige Nederlandse verbodsprocedure te kunnen gebruiken.
De voorzieningenrechter oordeelt dat erkenning van het afwijzende vonnis niet noodzakelijk is omdat het vonnis ook zonder erkenning in de Nederlandse procedure ingebracht kan worden. Er is onvoldoende belang bij erkenning omdat deze geen extra juridische waarde toevoegt en de inhoudelijke beoordeling van het Surinaamse vonnis niet opnieuw kan plaatsvinden.
Daarom wijst de rechtbank het verzoek af en veroordeelt verzoekers in de kosten, die nihil zijn begroot. Verweerster heeft geen verweer gevoerd in deze procedure.