ECLI:NL:RBDHA:2026:17531

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 juni 2026
Publicatiedatum
29 juni 2026
Zaaknummer
NL26.32839
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrondverklaring beroep tegen maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000

De minister van Asiel en Migratie heeft op 9 juni 2026 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld, dat tevens geldt als verzoek om schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 19 juni 2026 behandeld, waarbij eiser afstand deed van het recht om ter zitting te worden gehoord en zich liet vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De minister was eveneens vertegenwoordigd.

De rechtbank heeft ambtshalve getoetst of de maatregel van bewaring rechtmatig is. Gezien het ontbreken van ingediende gronden door eiser en de door de minister verstrekte gegevens, concludeert de rechtbank dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden is voldaan. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.32839

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 juni 2026 in de zaak tussen

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

(gemachtigde: mr. S. Faber),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. G.J. Westendorp).

Procesverloop

Bij besluit van 9 juni 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep op 19 juni 2026 op zitting behandeld. Eiser heeft met een afstandsverklaring afstand gedaan van zijn recht om ter zitting te worden gehoord. Hij heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Leidt ambtshalve toetsing tot onrechtmatigheid van de maatregel van bewaring?
1. De rechtbank stelt vast dat eiser geen gronden heeft ingediend tegen de maatregel van bewaring. De rechtbank ziet in de door de minister verstrekte gegevens ook geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan. [1]

Conclusie en gevolgen

2. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M.C. Schuurman-Kleijberg, rechter, in aanwezigheid van mr. J.M. van Kouwen, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Voetnoten

1.Vergelijk HvJEU 4 september 2025, ECLI:EU:C:2025:647 (