ECLI:NL:RBDHA:2026:17531
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000
De minister van Asiel en Migratie heeft op 9 juni 2026 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld, dat tevens geldt als verzoek om schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep op 19 juni 2026 behandeld, waarbij eiser afstand deed van het recht om ter zitting te worden gehoord en zich liet vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De minister was eveneens vertegenwoordigd.
De rechtbank heeft ambtshalve getoetst of de maatregel van bewaring rechtmatig is. Gezien het ontbreken van ingediende gronden door eiser en de door de minister verstrekte gegevens, concludeert de rechtbank dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden is voldaan. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.