ECLI:NL:RBDHA:2026:17556
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens vertrek met onbekende bestemming in asielzaak Syrië
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en gaf toestemming voor schriftelijke behandeling. Verweerder verscheen niet op zitting.
De rechtbank ontving bericht dat eiser sinds 22 mei 2026 met onbekende bestemming is vertrokken en dat de gemachtigde geen contact meer heeft met eiser. Volgens vaste rechtspraak wordt dan aangenomen dat eiser geen prijs meer stelt op de bescherming in Nederland en dus geen procesbelang meer heeft bij inhoudelijke behandeling van het beroep.
De rechtbank beoordeelt daarom het beroep als niet-ontvankelijk en ziet af van inhoudelijke toetsing, ook omdat eiser voorlopig uitstel van vertrek had in afwachting van een definitieve beslissing. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
De uitspraak is gedaan door rechter J. Smeets en griffier J.R. Froma. Partijen kunnen binnen een week hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen procesbelang meer heeft.